De Hamas-broeder moest achter de muur blijven

Leden van Hamas kregen geen visum om naar een conferentie in Rotterdam te komen. Wel was er een videoverbinding. Maar de boosheid bleef.

De Palestijnse premier Ismail Haniyeh wordt aangekondigd als „de broeder die achter de muur moest blijven”. Een groot gejuich barst los als hij via een videoverbinding in beeld verschijnt om de Europese Palestijnen in de Rotterdamse Doelen toe te spreken. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) had Haniyeh vorige maand medegedeeld dat hij geen visum zou krijgen om de Vijfde Conferentie van Palestijnen in Europa bij te wonen, omdat hij als lid van Hamas, door de Europese Unie als terroristische organisatie bestempeld, geweld niet afzweert.

Haniyeh maakt geen rechtstreekse verwijten over het geweigerde visum. „Ik had u de liefde van Palestina willen brengen. U weet waarom ik hier niet mocht zijn.” Hij spreekt de Palestijnen in de diaspora moed in: „Het zal ons lukken om de boycot op te heffen”, zegt hij over de stopzetting van de financiële hulp door de EU en de VS nadat Hamas vorig jaar januari de verkiezingen won en later een plaats kreeg in de Palestijnse regering. Hij geeft een opdracht mee: „U draagt de zware verantwoordelijkheid de boycot te verbreken en uw broeders in het Palestijnse land te hulp te schieten.”

Dat de premier er niet is, vinden de aanwezigen minder erg dan de afwezigheid van minister van Jeugdzaken en Sport Basem Naim. Verhagen trok donderdagavond het visum in dat Naim – als gevolg van een vertaalfout – had gekregen. Naim probeerde daarop Nederland binnen te komen via Brussel, maar werd op last van Nederland aangehouden door de Belgische politie en teruggestuurd naar Kairo. „Hij is als een crimineel behandeld”, vindt voorzitter Amin Abu Ibrahim van het organiserende Palestijns Platform voor Mensenrechten en Solidariteit.

„Nederland moet respect voor zijn gasten tonen. Dit is Tel Aviv niet!”, zegt Iyad Fathi, die als arts in Wenen woont en elk jaar de conferentie bezoekt om zijn in Oostenrijk geboren kinderen een Palestijnse identiteit mee te geven. „Dit is een 100 procent politieke en onbeschofte beslissing. Hoe kan een minister nou een gevaar voor een land zijn? Maar door de videoverbinding maakt het geen verschil dat hij en Haniyeh hier niet zijn. Het weigeren van visa is een mentaliteit van vroeger.”

Oud-premier Dries van Agt (CDA), die zich al jaren sterk maakt voor de Palestijnen, wordt tijdens de conferentie op handen gedragen. Hij noemt de weigering van de visa „betreurenswaardig”, maar „voorspelbaar”, gezien de boycot. „Laat het vierkant gezegd worden: deze boycot is dwaas en onrechtvaardig.” Hij wijst erop dat westerse landen aandrongen op verkiezingen in de Palestijnse gebieden. Internationale waarnemers hebben verklaard dat die verkiezingen vrij en eerlijk waren verlopen. „Nu de uitkomst niet bevalt, wordt het Palestijnse volk afgestraft. [..] Hamas moet van de lijst van terroristische organisaties verwijderd worden.”

De conferentie is georganiseerd om te praten over de terugkeer van de 4,5 miljoen Palestijnen in de diaspora. Er worden weinig voorstellen gedaan over hoe dat bereikt kan worden, behalve dan dat sprekers erop hameren dat de boycot moet worden opgeheven.

Maar een concreet plan was ook niet het voornaamste doel, zeggen deelnemers. Belangrijker is het om bij elkaar te zijn en eenheid te tonen. „Het probleem is niet dat we voorlopig niet terug kunnen”, aldus de Weense arts Fathi. „We moeten anderen hardop wijzen op onze rechten.”