Altijd op zoek naar briljante types

De naam van Han Bakker duikt overal op waar cultuur ‘gemaakt’ wordt. Hij kan goed overweg met artiesten, heeft een groot netwerk in heel Europa, weet altijd geld te regelen en is nog een aardige man ook.

Han Bakker in het centrum van Dordrecht, waar hij de sector cultuur van de gemeente uitlegt hoe de stad zich cultureel kan profileren. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Han Bakker, onafhankelijk cultureel adviseur . foto VINCENT MENTZEL/NRCH===F/C==Dordrecht, 19 april 2007 Mentzel, Vincent

Han Bakker is een dolfijn, zegt Melle Daamen, directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg. „Hij zwemt om iedereen heen en ze vinden hem allemaal een leuk en aardig beestje. Maar hij is niet slap, hij geeft aan wat hij wil.”

Cultuurconsultant Han Bakker wordt gevraagd voor grote en kleine adviezen en projecten. Hij helpt Utrecht met het ambitieuze culturele programma Vrede van Utrecht waar hij sinds 1 mei niet alleen adviseur maar ook intendant van is, samen met Peter de Haan. Hij stond aan de wieg van het huis voor de culturele dialoog Kosmopolis. Op Buitenlandse Zaken noemen ze hem gekscherend hun geliefde ‘hofintendant’. Op verzoek van Dordrecht brengt hij het plaatselijk kunstleven in kaart. Vorige week heeft hij uitgelegd hoe Dordrecht zich cultureel kan profileren.

„Hoe kom je bij Han Bakker?” Henk Kranendonk, algemeen directeur sector cultuur van Dordrecht, denkt even na. „Eerst roept iedereen wat, rijp en groen. Van Hedy d’Ancona tot Adelheid Roosen. Dan valt op dat de naam Han Bakker steeds vaker valt. Bij het eerste gesprek klopte het meteen. Het is gewoon een hartstikke aardige man”, zegt Kranendonk lachend. „We hadden een adviesbureau kunnen inschakelen, maar dit wordt geen rapport van vijftig kantjes. Hij heeft veel kennis van de culturele wereld en een goed artistiek gevoel. Dat hebben er meer, maar hij brengt het niet bedreigend. Je voelt dat hij iets kan bijdragen. Niet alleen voor mij als opdrachtgever, maar ook voor de mensen in de stad met wie hij praat.”

Iedereen die je spreekt roemt Bakkers creativiteit en bewondert zijn netwerk. Dat ontstaat lang voor hij als zakelijk directeur de Dogtroep in de jaren negentig naar de top van het Europese locatietheater brengt. Van de leider van een Praags theater, de oprichter van Oerol, ambtenaren bij ministeries, tot de directeur van cultureel centrum De Drommedaris in Enkhuizen, iedereen weet hem te vinden en hij kent ze allemaal. Van de Russische minister van Oorlog tot de man die het orgel bespeelt in de Grote Kerk van Dordrecht.

Er zijn twee constanten in de loopbaan van Han Bakker: kunst en verre streken. De zoon van een tuinder maakt kennis met muziek en theater in De Drommedaris. Bert Kisjes, die in de jaren zestig theologie studeerde in Praag, is er rond 1970 directeur en haalt van alles naar Enkhuizen. „Je komt maar”, zegt hij tegen Amsterdamse theatergroepen en iedereen die een oefenplek zoekt. „Als je aan het einde maar een openbare repetitie houdt. Het was een vrijplaats, een vergezicht op de wereld.”

Kisjes houdt contact als Han Bakker aan de Vrije Universiteit sociale geografie gaat doen. Hij benadert hem met het aanbod om een jaartje in communistisch Tsjechoslowakije te studeren. Het brengt Bakker voor het eerst naar Oost-Europa en levert, naast vele contacten, een goed verhaal op dat hij later graag vertelt. Onder meer aan Ondrej Hrab, directeur van het Archa theater in Praag. „Hij wilde naar Praag, maar ze stuurden hem naar Bratislava. Hij had in Amsterdam zijn kandidaats gedaan, en dat is in Bratislava de titel van iemand die in zeer hoog aanzien staat. De decaan werd bleek toen hij Han zag, in plaats van de professor die hij verwachtte. Er stond een zwarte directiewagen, een Tatra 603, met chauffeur klaar voor een tour door het land. Die reis was moeilijk te organiseren geweest en afzeggen nog veel ingewikkelder. De decaan vroeg Han alsjeblieft niemand iets te zeggen. Na de tour mocht hij naar de universiteit van Praag.” Daar is hij betrokken bij de underground kunstbeweging. De beroemde Tsjechische muzikant Filip Topol – een jongere broer van schrijver Jáchym Topol – heeft drie jaar geleden zijn dagboek uit die tijd gepubliceerd, I am 13, waarin de Nederlandse student Han voorkomt die meedoet aan hun wilde feestjes.

Han Bakker rondt zijn studie af maar zijn hart is verloren aan het artistieke leven. Begin jaren tachtig wordt hij directeur van de Drommedaris. Nu is het Bakker die artiesten naar Enkhuizen haalt. Eén daarvan is componist en dirigent Leonard van Goudoever die toen het Ricciotti Ensemble leidde, een reizend muziekgezelschap van voornamelijk conservatoriumstudenten.

In 1987 wordt Bakker manager van het Ricciotti. Ze trekken door Nederland en Europa. Bakker neemt het orkest mee naar Rusland, waar hij in 1987 initiator is van het eerste Russische internationale theaterfestival Karavaan Mir. Via zijn contacten regelt hij optredens in strafkampen waar Van Goudoever nog van onder de indruk is. „We speelden in een grote zaal met portretten van Marx en Engels en een spandoek ‘Welkom aan de Hollanders’. Die tournee hoorde echt bij Han: hij heeft iets Slavisch; dat literaire, filosofische, sociaal bewogene past goed bij hem.”

Met het Ricciotti doet hij ook Oerol aan, het nog jonge festival op Terschelling waar hij oprichter Joop Mulder leert kennen. Ze gaan in 1988 samen naar de Karavaan Mir. Ook voor de Nederlandse Dogtroep regelt hij daar optredens. Als oprichter Warner van Wely afscheid neemt van de groep, krijgt Bakker samen met artistiek directeur Threes Anna Schreurs de leiding. „Als manager was hij een ontwikkelaar”, zegt Mulder. „Hij is een uitermate rustige, sympathieke man die mensen weet te binden. Hij regelde geld, speelplekken en subsidies en alles er omheen. Han was de Dogtroep en Dogtroep was Han.”

Samen met Threes Anna Schreurs leidt hij het gezelschap negen jaar. „We waren een magisch team omdat we elkaar vertrouwden”, zegt Schreurs. „Hij dacht na over een geheel en niet aan regels en niet in regels. Nooit. Hij werkt op zijn gevoel en was erg open als er wat gebeurde. We waren er nooit op uit om groot en beroemd te worden, we wilden gelukkig zijn en mooie dingen maken.”

Zijn succes valt op. Schreurs zegt dat er steeds headhunters kwamen die hem wilden wegkapen. „Ik wist dat, want hij was eerlijk. Moest ik weer dingen verzinnen om het spannend voor hem te houden. Hij is snel verveeld en heeft naast de Dogtroep altijd veel gedaan; initiatieven en dingen opzetten voor anderen.” Volgens Schreurs kan Bakker zijn fantasie omzetten in financiën. „Hij kon op een ongewone manier zaken doen. Toen hij en ik in 1999 weggingen was de Dogtroep rijk.”

De baan die Bakker na de Dogtroep aanvaart als hoofd drama & cultuur bij de VARA wordt geen succes. George Lawson, directeur van de Stichting Internationale Culturele Activiteiten, kende Bakker toen al een jaar of tien. „Hij is een creatief strateeg die echt iets van de grond kan tillen. Hij is echter geen Machiavelli, hij functioneert waar ruimte is voor verbeelding en fantasie.” Bij de VARA was de omgeving minder vriendelijk. „In de Hilversumse bureaucratie kwam hij niet ver”, zegt ook Melle Daamen. „Na een jaar hebben hij en VARA-directeur Vera Keur samen gezegd ‘dit wordt niks’ en is hij weggegaan. Zonder ruzie.”

Han Bakker besluit geld te gaan vragen voor zijn advieswerk. Volgens Schreurs wordt hem dat eerst niet in dank afgenomen. „Hij werd gezien als die wilde speciale jongen.” Het lukt en hij bouwt een florerende adviespraktijk op. „Toch is hij bijna het tegendeel van een gelikte consultant”, zegt Daamen. „Hij was altijd lichtelijk provocatief, recalcitrant in zijn kleding, niet conformistisch. Dan moet je sociaal wel handig zijn.”

Daamen, nu directeur van de Stadsschouwburg, begrijpt wat Bakker trekt in de culturele sector. „Ook als je geen kunstenaar bent, beleef je enorm veel plezier aan werken in de kunst, want het zit van hoog te tot laag vol stimulerende en eigenwijze types.”

Dat Bakker goed overweg kan met artiesten en over een uitgebreid Europees netwerk beschikt, maakt hem aantrekkelijk voor ministeries. Bovendien heeft hij zijn belangstelling verbreed van Oost-Europa tot de cultuur van Turkije en Arabische landen. Volgens Ben Hurkmans, cultureel attaché op de Nederlandse ambassade in Londen, zijn Bakkers opvattingen altijd ingegeven door persoonlijke ontmoetingen. „Het is zijn niet te verwoesten optimisme dat je door je te verdiepen in een andere cultuur daar anders over gaat denken.”

Hurkmans is directeur van het Fonds voor de Podiumkunsten als hij Bakker namens Buitenlandse Zaken in 2003 „rijkelijk laat” aanzoekt als intendant van Thinking Forward. Hij moet voor het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de tweede helft van 2004 een cultureel programma opzetten rond de tien nieuwe lidstaten. Thema’s zijn jongeren en diversiteit. Bakker gaat aan de slag met Henk Scholten, toen directeur van de Stadsschouwburg Utrecht en Maria Havlavjova van kunstcentrum BAK. Hurkmans: „Hij is alle ambassades langs gereisd en heeft iedereen enthousiast gemaakt. Omzichtig manoeuvreren met OCW, Buitenlandse Zaken en de fondsen doet hij heel goed.”

Het lukt Bakker het budget van Thinking Forward te verdriedubbelen, uit publieke en private bronnen. Waardoor het programma met 80 evenementen in 15 landen volgens sommigen wel erg uitdijt. Inhoudelijk was er lof. Scholten: „Cutting edge, dat typeert hem. Je kunt zoiets met twee vingers in de neus laten lukken met een middle of the road-programma, maar hij wist het spannend te maken terwijl toch iedereen tevreden was.”

Zijn volgende grote klus is het huis voor de culturele dialoog in 2006. „Ik dacht meteen aan hem”, zegt Henk Pröpper van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, die voorzitter was van de werkgroep. „Omdat hij een erg originele denker is. En omdat hij een gigantisch netwerk heeft en talloze kleinschalige projecten en clubjes mensen kent. Die spelen een belangrijke rol in het scheppen van nog enige cohesie in onze samenleving.”

Ambassadeur voor internationale culturele samenwerking Jan Hoekema werkte als ambtenaar van Buitenlandse Zaken met Bakker aan Thinking Forward en Kosmopolis. „Han kan in pak naar ministers, maar blijft zichzelf, ook op de vloer met cultuurmakers. Hij heeft een grote nieuwsgierigheid naar de nieuwe wereld, nieuwe lidstaten, Turkije, Marokko. Hij is een cultureel kosmopoliet.”

Volgens Daamen vindt Bakker dat kunst hoe dan ook toegankelijk moet zijn en niet geen elitezaak. „Als je serieus nadenkt over wat er in het kunstleven aan de hand is en waar iets aan moet gebeuren, dan zijn dat participatie en de verandering van de bevolkingssamenstelling.”

De eerste fase van Bakkers project over het culturele leven van Dordrecht is deze week afgerond. Pröpper: „Hij vertelde me dat hij door de stad fietste en met iedereen in gesprek probeert te komen. Onder de hangjongeren vond hij ‘briljante types’. Ze gaan nu voor het eerst meedenken over wat ze voor Dordrecht kunnen doen. Hij geeft mensen een plek en een functie.”

Op 1 mei was er nog steeds een wachtlijst van Dordtenaren die met hem willen praten. De wethouder bevalt Bakkers brug tussen bevolking en bestuur en de dynamiek die hij teweegbrengt zo goed, dat hij er nog het hele jaar mee door mag gaan.