ABN in New York

abn_amro.jpgJournalistiek gezien is het een prachtverhaal, ABN Amro. Het gaat om een groot, internationaal bekend Nederlands bedrijf. Veel partijen zijn betrokken: bestuurders, werknemers, aandeelhouders, klanten. En het podium is de wereld, met als zwaartepunten Europa (het consortium dat de bank ook zou willen kopen) en Amerika (waar de gewilde ABN-divisie LaSalle gevestigd is).

De krant houdt een heel dossier bij over de zaak, inclusief de FAQ’s, achtergrondberichten, interviews en relevante documenten. Nu de strijd naar New York verplaatst is (hier het voorpaginabericht daarover uit de papieren krant van zaterdag), even de Amerikaanse praktische kant van het verhaal.

Vorige week was ik al in Chicago, daar is LaSalle Bank gevestigd. Eerlijk? De werknemers daar zagen de Nederlanders liever gaan dan komen. Hier deel 1 van dat stuk, hier deel 2.

Daarna werd duidelijk dat Bank of America, de voorlopige koper van LaSalle, geen risico’s wilde nemen. Een van Amerika’s meest gerenommeerde (in andere ogen: gevreesde) advocatenkantoren van het land werd ingehuurd. Hier een profiel van dat kantoor, ironisch genoeg zelf de uitvinder van de gifpil-constructie waar ABN Amro van beschuldigd werd (maar wat de Ondernemingskamer overigens tegensprak).

Toen werd het vrijdag en diende dat kantoor een complaint in, vrij vertaald een vordering. Hoe dat dan werkt als journalist? Je kunt het makkelijk aanpakken of beter willen doen. Makkelijk is: de wires lezen en overschrijven (de persbureau’s zoals Bloomberg, Reuters en Associated Press). Dat wilde ik niet. Ik wilde die vordering zelf in handen krijgen, helemaal lezen en op de site zetten voor geïnteresseerden in Nederland. Daar hebben we nou internet voor.

Hoe dat dan werkt? Eerst uitzoeken welk gerechtshof dit speelt. Het bleek hier te zijn. Gebeld. Staat die complaint online? Nee. Kunnen jullie hem faxen? Nee. Erheen dus. Kamer 260, de clerk’s office. „Wij hebben dat stuk helemaal nog niet binnen”, zegt hij. „Kom eind volgende week nog eens terug.” Ik ben verward. Grote persbureau’s lijken het wel te hebben namelijk. „Dan hebben zij een abonnement op ons systeem.” NRC Handelsblad heeft dat niet in Amerika.

Dus je hebt het nergens op papier? Nee. En dus ook niet digitaal? Jawel, dat wel. (Dus toch wel.)

Ik kan achter een computer gaan zitten, maar alleen om te lezen. Het mag niet mee naar buiten. Ik mag het stuk dus ook niet op een memory stick zetten. Waarom zou ik het niet gewoon stiekem naar mezelf mailen, bedenk ik en ik zet het al op het bureaublad. Klaar om als attachment te gebruiken. Dan zie ik wat er onderin beeld staat. Simpel gezegd: we’re watching you. Illegaal documenten naar buiten nemen is een federaal vergrijp.

Nou heb ik een prachtbaan. Het land uitgezet worden zou niet echt helpen in de uitoefening daarvan. Ik besluit het niet te doen, lees het stuk en zeg gedag.

Op de gang besef ik dat het eigenlijk vrij eenvoudig is. Ik heb iemand nodig met een computer, een printer en wat goede wil. Als een ander het voor me uitprint, zit ik goed. Ik kijk kamertjes in, loer wat rond. Een man vraagt of hij me kan helpen. Ik leg het hem uit. En verdomd, „ga maar naar kamer 240”.

Inderdaad. Daar zit een aardige dame die dit totaal niet als een probleem ziet. Voor 50 cent per pagina helpt ze graag. Ik betaal 41,50 dollar, zij drukt op print en ik loop naar buiten met ruim tachtig pagina’s (twintig voor de vordering, de rest zijn bijlagen). Op naar de copyshop. Voor 71 dollar fax ik daarna de twintig pagina’s naar de krant, waar ze ingescand, tot een pdf gemaakt en op de site gezet worden. Allemaal voor deze link.