Zuid-Afrika’s lawaaimaker vertrekt

Dit weekend kiest de Zuid-Afrikaanse oppositiepartij Democratische Alliantie een nieuwe leider, na 13 jaar Tony Leon. Heeft oppositievoeren in een (bijna) eenpartijstaat zin?

JOHANNESBURG, 5 MEI. - Ze beschuldigden hem van „neonazipraktijken”, en van „blank fascisme”. Vrijwel iedere keer als de leider van Zuid-Afrika’s grootste oppositiepartij Democratische Alliantie (DA) aan het woord komt in het parlement, wacht hem een scheldpartij of kijken zijn collega-kamerleden de andere kant op. „Ga toch zitten”, klinkt het dan vanaf de bankjes tegenover hem. „Wie denk je wel dat je bent?”

Tony Leon (50) heeft het niet altijd makkelijk gehad, sinds hij in 1994 leider werd van die oppositie. In die dertien jaar veroverde regeringspartij ANC meer dan 70 procent van het aantal parlementszetels. Voor de leider van het ANC, president Mbeki, was Leon zo irrelevant dat hij gedurende zijn hele presidentschap alle verzoeken tot een gesprek onder vier ogen met de oppositieleider afwees. Tot afgelopen donderdag, toen Leon veertig minuten bij Mbeki op bezoek mocht, om afscheid te nemen nu de DA dit weekend een nieuwe leider kiest.

„Zelfs in mijn tijd kreeg ik meer respect van de toenmalige regering dan Tony Leon”, zegt Helen Suzman (89), de grand old lady van de blanke liberale oppositie in Zuid-Afrika. Zij nam het als leider van de Progressieve Partij, de voorganger van de DA, veertig jaar lang op tegen de architecten van de apartheid, de Nasionale Party. „Mij lieten ze tenminste altijd uitpraten.”

Heeft oppositievoeren in een (bijna) eenpartijstaat als Zuid-Afrika zin? Tony Leon lijkt daar de afgelopen dertien jaar geen twijfel over gehad te hebben. Ondanks de dominantie van het ANC groeide zijn partij van 2 procent in 1994, naar 12 procent in 2004 en 16 procent bij de laatste lokale verkiezingen. De DA wist behalve de blanke en Engelssprekende aanhang uit de tijd van Helen Suzman ook kleurlingen en Afrikaners aan zich te binden.

Dat laatste is het gevolg van de alliantie die de partij in 1999 aanging met de Nieuwe Nationale Partij, de nakomeling van de oude apartheidspartij. „Dat was een onvergeeflijke fout van Leon”, zegt Suzman over die coalitie. „Dat heb ik hem ook verteld.” Het huwelijk hield ook geen stand. NNP-partijleider Van Schalkwyk stapte eruit en blies zijn partij later op door samen te gaan met het ANC. Maar Leon hield de achterban van Afrikaners en kleurlingen.

Maar zwarte kiezers weet de oppositie niet te binden. Daarvoor is de herinnering aan de apartheid nog te vers, actief in stand gehouden door de leiders van het ANC. „Er zijn andere mensen die beweren dat ze van u houden”, zei Thabo Mbeki een aantal jaren geleden op campagne in een arme buitenwijk in Kaapstad. „Maar waar waren ze toen wij tegen de apartheid vochten. Ze stonden aan de andere kant, die ons opsloot op Robbeneiland.”

De stijl van Leon vervreemdt zwarten, vermoeden anderen. „Hij voert oppositie alsof hij in het Britse Lagerhuis werkt”, schrijft journalist Allister Sparks in zijn boek Beyond the Miracle. Leon was altijd luid, venijnig en toonde weinig sympathie voor de meer ingetogen stijl van zijn Afrikaanse collega’s. Zijn campagneslogan in 1999 was Fight Back.

„Terugvechten tegen wie?”, vroegen de zwarte partijen meteen. „Don’t fight Black”, was hun antwoord. Bij de volgende verkiezingen zei de partij te vechten tegen de Arrogantie, Nepotisme en Corruptie van het ANC. In de gretigheid aan te tonen dat de zwarte regering in Zuid-Afrika dezelfde weg is ingeslagen als de collega-machthebbers in de rest van Afrika, struikelde de DA geregeld. Zoals afgelopen augustus, toen de partij de voltallige pers uitnodigde naar een loofrijke wijk in Johannesburg, waar president Mbeki zijn privéhuis bouwt. Volgens de DA werd het huis gebouwd op kosten van de Zuid-Afrikaanse belastingbetaler. Later bleek dat alleen de beveiliging door de staat werd bekostigd, zoals de staat zelfs de beveiliging van bewindspersonen uit de apartheidstijd nog steeds bekostigt.

De Democratische Alliantie zit in een pijnlijke spagaat. De partij wil graag meer zwarte kiezers, maar wil de blanke achterban daar niet voor opofferen. Terwijl steeds meer arme Zuid-Afrikanen de schrijnende ongelijkheid in het land hopen te bevechten met de steun van links (vakbonden, Communistische Partij, Jacob Zuma), blijft de Democratische Alliantie prediken dat de markt de oplossing is van alle problemen.

Dat is ook het gedachtegoed van de kandidaat die dit weekend de meeste kans maakt Tony Leon op te volgen: Helen Zille, de blanke burgemeester van Kaapstad. Haar grootste rivaal in de strijd is partijvoorzitter Joe Seremane, zwart maar niet charismatisch en impopulair onder de blanke aanhang.

De partij dreigt zo ook in de toekomst niet meer te worden dan het keffertje in de oppositiebanken. Volgens Helen Suzman is dat niet erg. „Zelfs al is de macht buiten ons bereik, dan nog maken we verschil. We zijn de buffer tussen democratie en dictatuur. Zolang je vragen kunt stellen over Zimbabwe of over de aanpak van aids halen we de voorpagina’s en zwengelen we debat aan.”

Die hoop put Suzman onder meer uit het feit dat de regering drie jaar geleden het verzet tegen aidsremmende medicijnen opgaf, onder druk van de publieke opinie. Niet verkiezingen maken in dit land verschil, maar lawaai.