Zeuren

1393

De vicevoorzitter van de Raad van State, de heer Herman Tjeenk Willink, heeft het bevestigd. In geen modern land ter wereld werken de publieke diensten zo belabberd als in Nederland. In de Volkskrant van 3 mei heeft Martin Sommer er zijn column aan gewijd. De vicevoorzitter had deze vorm van nationaal falen als onderwerp voor zijn lezing in Nieuwspoort gekozen. Er was weinig belangstelling. Een van de toehoorders noemde het verhaal ‘een zeurstuk van iemand die erg vermoeid is.’ Dat was dat. Wat doen we eraan? Nog eens zeggen dat de publieke diensten in verval zijn? Dan komen er onmiddellijk weer mensen verklaren dat je niet zo moet zeuren. Het is onze vicieuze cirkel van falen, klagen en zeuren. Daar komen we nooit meer uit. Niettemin. Hieronder volgt nog wat oud gezeur.

Het toeristenseizoen is weer begonnen. Dit betekent dat in Amsterdam de rijen voor de loketten van het Rijks- en het Van Goghmuseum steeds langer worden. Ook het Leidseplein blijft om een of andere reden een attractie. Dat kan niet komen door het enorme reclamedoek dat al een jaar voor de gevel van het Américain Hotel hangt. Misschien is het hasjcafé The Bulldog de oorzaak. In ieder geval, verreweg de meeste bezoekers komen en gaan met de tram, vanouds een van onze meest curieuze middelen van openbaar vervoer. Een enkele keer denk ik met heimwee aan de twee-assige bijwagen van lijn 2, waarvan het achterste deel een rookcoupé was. Nu mag je zelfs niet meer met een kinderijsje naar binnen.

De toeristen komen van heinde en verre, Japan, de Amerikaanse Westkust, Italië en de laatste tijd zie je ook meer en meer Chinezen. Veel van die mensen hebben voorstudies gemaakt, ook van het openbaar vervoer. In iedere stad ter wereld is dat anders en vaak moeilijk te doorgronden. Vandaar dat ik eens het plan heb gehad, een brochure te maken, getiteld Public Transport in the Global Village, waarin alle geheimen van alle tram- en buslijnen ter wereld zouden worden opgehelderd. Rijkdom lag in het verschiet, dacht ik, maar het is niets geworden.

De toeristen hebben gehoord of gelezen dat in Amsterdam alle trams een bestuurder hebben bij wie je een kaartje kunt kopen. Maar dan zijn er twee soorten trams. Sommige hebben alleen een bestuurder; andere een bestuurder en een conducteur die in een apart hokje zit. Bij beiden kun je een kaartje kopen. Als je al een kaartje hebt, Joost mag weten waar je dat hebt gekocht, wil de conducteur of de bestuurder dat voor je afstempelen. Valt het nog te volgen? Ik onderschat u niet. Sommige trams hebben vier ingangen waar niemand naar je kaartje vraagt. Andere hebben er twee waar je, of aan de bestuurder of aan de conducteur, je geldig plaatsbewijs moet laten zien. Al deze wetenschap en nog veel meer hebben de Japanners, de Chinezen en de Amerikanen zich ingeprent.

Ze hebben van Van Gogh of Rembrandt genoten of zich suf geblowd en nu willen ze met de tram naar een andere attractie. Hoe dat komt weet niemand maar ze willen allemaal bij de bestuurder instappen en van hem een kaartje kopen. Er vormt zich een rij. De eerste betaalt met een biljet van twintig euro en krijgt zijn wisselgeld. De tweede heeft alleen een biljet van vijftig. Wordt ook nog gewisseld. De rij bij de ingang wordt langer. De aanstaande passagiers in de rij gaan onderling geld wisselen. Daarbij laat iemand zijn portemonnee vallen. Bij het munten rapen wordt hij geholpen. Intussen wordt de rij voor de stilstaande tram langer.

U zit in deze tram omdat u naar het Centraal Station moet, waar u de trein naar Schiphol wilt nemen, waar u zich gaat inchecken voor het vliegtuig naar Nice. Als uw tram het CS heeft bereikt, wordt in de vertrekhal van het vliegveld uw naam omgeroepen, met het dreigement dat uw bagage die u nog bij u hebt, weer uit het vliegtuig zal worden gehaald als u niet snel komt opdagen. Als u eindelijk het Amsterdam International Airport hebt bereikt, nadert uw vliegtuig het Belgische luchtruim.

Hierna kan dit verhaal allerlei wendingen nemen. Ik dacht aan Nabokov’s roman Een lach in het donker waarin de held Albinus, een brave man, door zijn op hol geslagen horloge zich in de tijd vergist en dan wordt meegezogen in de draaikolk van het noodlot. Kent u dit verhaal niet, ga dan naar de winkel en koop dit boek. Bedenk dat het ook andersom kan, dat u door het toeval kunt worden opgeheven in een tornado van geluk. In ieder geval, dat er van alles kan gebeuren waarop u volstrekt niet was voorbereid.

Zo kom ik terug op onze openbare diensten. Die horen te doen wat ze in hun dienstregeling beloven, namelijk alles waarop de klanten zich in hun goedgelovigheid juist wel hebben voorbereid. Maar zoals de vicevoorzitter van de Raad van State heeft vastgesteld: dat verdommen ze. Hoe dat komt weet niemand. Misschien is dit wel het best bewaarde nationaal geheim. En als weer eens iemand een poging waagt om het te ontsluieren, wordt hem toegeroepen dat hij niet zo moet zeuren. Misschien vinden we het diep in ons hart wel fijn dat het hier allemaal zo sukkelig werkt.