Zelf recensent worden op internet

Het aanbod van kunst- en cultuurrecensies op internet is nauwelijks bij te houden. Wat voegen ze toe aan de recensies in kranten, vraagt Marjolein van Trigt zich af. En hoe betrouwbaar zijn ze eigenlijk?

Het belangrijkste voordeel van ‘e-cultuurkritiek’ boven de traditionele kritiek is de onbeperkte ruimte op internet. De recensenten hebben veel meer woorden tot hun beschikking. Bovendien kunnen recensiesites aandacht besteden aan álle voorstellingen, boeken, films of cd’s die ze interessant achten, zolang ze maar genoeg recensenten bereid vinden om ze vrijwillig te bespreken.

Anders dan in een krant heeft niemand op internet bij voorbaat autoriteit. Het relatieve gebrek aan hiërarchie heeft zo zijn voordelen. De kans dat je bij toeval op een briljante recensie stuit, is altijd aanwezig. Maar ook de kans dat je je eerst door een web van onleesbare commentaren moet ploeteren. Omdat iedereen zijn mening kan en wil achterlaten, valt het niet mee om het kaf van het koren te scheiden.

drie soorten sites

Grofweg zijn er drie soorten Nederlandse recensiesites te onderscheiden, de weblogs even buiten beschouwing gelaten. Veel commerciële sites als www.bol.com bieden klanten de mogelijkheid om een oordeel te vellen over de producten. Iedereen mag vertellen of hij of zij moest huilen om De Weduwnaar van Kluun.

Aan de andere kant van het spectrum staan de professionele websites als www.cinema.nl, het samenwerkingsverband tussen de VPRO en de Volkskrant. Natuurlijk beschikken alle kranten en tijdschriften tegenwoordig zelf ook over een website. Tussen de amateurs op de commerciële websites en de betaalde journalisten bevinden zich de onafhankelijke, semi-professionele recensenten.

Op www.moose.nl mag iedere bezoeker zijn mening over theater in de vorm van een minirecensie spuien. Simon van den Berg, een van de redacteuren: „Wij geloven dat er geen experts zijn op het gebied van de theatrale ervaring. Door het uitwisselen van subjectieve ervaringen wordt er beter gereflecteerd op de kunst.”

Ook het kleine, niet-commerciële www.leestafel.info biedt een platform aan praktisch iedereen die graag een recensie schrijft. De enige voorwaarde is dat er geen boeken met een pornografische inslag of horror worden besproken, aldus oprichter Bernadet Hengeveld. Het nadeel van zo’n aanpak is dat de kwaliteit van de recensies nogal wisselt. Bovendien kun je er als bezoeker nooit zeker van zijn dat die jubelende recensent in werkelijkheid geen pr-medewerker van een uitgeverij of theater is.

springplank voor talent

Alle recensiesites werken met vrijwilligers, maar bij sommige wordt de lat wat hoger gelegd dan bij andere. Zo worden de literatuurrecensies op www.recensieweb.nl voornamelijk door afstuderende en afgestudeerde letterenstudenten geschreven.

Ook de critici van www.8weekly.nl hebben over het algemeen een universitaire achtergrond. Ze worden intensief begeleid door (eveneens vrijwillige) eindredacteuren. De site fungeert volgens hoofdredacteur Martijn Boven dan ook als springplank voor talentvolle cultuurjournalisten. „Dat er een behoefte bestaat aan wat wij doen, blijkt wel uit de continue stroom van aanmeldingen van nieuwe redacteuren.”

Wat bezielt de internetcritici om zonder een cent vergoeding recensies te schrijven? Het is simpel, meent Moon Saris, sectiehoofd theater voor 8WEEKLY. „Er zijn meer mensen die over cultuur willen schrijven dan dat er baantjes zijn waar je voor betaald krijgt. Door voor de site te schrijven kun je oefenen, heb je een platform om je kunsten te vertonen en kun je van gedachten wisselen met gelijkgestemden. En je zit vaker dan in het theater dan je beurs normaal gesproken toelaat!”

Nora Sinnema, filmrecensent: „Ik zou stiekem niets liever willen dan betaald filmjournalist worden, maar de markt is gewoon enorm knap. 8WEEKLY is daarom ideaal. Bovendien staat het mooi op mijn cv.”

Het plezier in het schrijven en het bezoeken van de persvoorstellingen staat voor de recensenten voorop. Bezoekers krijgen ze deels binnen via Google, deels omdat de recensiesites aan bekendheid winnen. Met name hoog opgeleide, in cultuur geïnteresseerde mensen weten de weg naar de e-cultuurkritiek te vinden.

toegevoegde waarde

„8WEEKLY richt zich op lezers die toegang hebben tot internet, de Nederlandse taal beheersen een bovenmatige interesse in cultuur tonen, behoefte hebben aan enige diepgang en duiding en die worden aangesproken door de toonzetting en de stijl van onze recensies. Maar we hebben geen doelgroep in de traditionele zin van het woord”, aldus Martijn Boven.

Over de toegevoegde waarde zijn de hoofdredacteuren van de recensiesites het dan ook eens. Daan Stoffelsen van www.recensieweb.nl verwoordt het als volgt: „Je kunt enorme stukken schrijven en databases aanleggen. Bovendien kun je door hyperlinks je teksten een context meegeven. Je publiek vindt jou wel: je kunt niche-onderwerpen aan bod laten komen. Het experiment wordt gewaardeerd.”

Rob van Leeuwen, hoofdredacteur van www.kindamuzik.net, voegt er nog een belangrijk voordeel aan toe: de snelheid waarmee op zijn site op de actualiteit kan worden gereageerd. „Wij schreven bijvoorbeeld als eerste over Arcade Fire. We laten ons niet leiden door officiële releasedata.”

Niemand wordt rijk van de recensiesites. Ze drijven op het enthousiasme van de medewerkers. Het verloop binnen de redacties is groot. Het verlangen om het professioneler aan te pakken bestaat wel bij de meeste sites, maar het valt niet mee om budget te vergaren. Plannen om bijvoorbeeld de vele e-cultuurkritieken van de semi-profs samen te voegen, leiden vooralsnog niet tot resultaat. De websites vormen ieder hun eigen community, zowel voor de schrijvers als voor de lezers. Alle sites hebben hard gewerkt aan een eigen identiteit. Die wisselen ze niet snel meer in.