Werkstukouders van nu

Tussen helpen bij huiswerk en hele werkstukken tikken ligt een glijdende schaal. De meeste ouders doen het allebei. Ellen de Bruin

Middelbare scholieren moeten sinds de invoering van de tweede fase wel erg veel werkstukken maken. En wie hebben daar het meest last van? Hun ouders. Niet alleen omdat ze extra humeurige pubers in huis hebben, maar ook omdat het vaak de ouders zijn die de werkstukken maken.

Dat komt heel veel voor, zegt meneer A., eind vijftig, vader van twee kinderen die net zijn gaan studeren. “Er waren een páár kinderen van wie ik wist dat ze niet op die manier geholpen werden, maar het grootste deel wel. Als je op een ouderavond zei dat het wat veel werd om allemaal af te krijgen, dan werd daar instemmend en besmuikt over gesproken. Dan zat je grappen te maken: nou, dat was weer een bedorven weekend, hahaha.”

“Je krijgt wel iets giebeligs”, zegt mevrouw B. (50), moeder van twee kinderen op de middelbare school. “Zo van: ik had vandaag een tien voor m’n opstel, en dan zegt een ander beteuterd: ik maar een acht. Nee, ik ken geen ouders die het niet doen.” De ouders betrekken hun kinderen er meestal wel bij.

“Je ziet het veel, ouders die ’s nachts doortypen”, zegt mevrouw C. (49), moeder van een dochter van 16. Zelf schrijft ze geen hele werkstukken. “Maar ik vind het wel leuk om te kijken naar de opzet en om mee te denken over een pakkende eerste zin.”

De ouders die toegeven dat ze weleens werkstukken maken, willen beslist niet herkenbaar in de krant. “Mijn kinderen zouden wanhopig zijn als hun ex-leraren en hun vriendinnen het zouden weten”, zegt A. “En het is ook pure angst van de ouders – je moet de schrik op hun gezicht zien, als je het erover hebt.”

Hoeveel ouders hoe vaak werkstukken schrijven, is onduidelijk. “Het is een publiek geheim maar moeilijk te onderzoeken”, zegt vader A. “Zelf heb ik er overigens nooit een geheim van gemaakt. Op mijn werk zei ik het altijd gewoon: zo jongens, ik had weer een acht en een half. Mijn collega’s keken verbaasd, die hebben allemaal nog kleine kinderen, maar dan zei ik: dit krijgen jullie over tien jaar ook.” Hij heeft in totaal een stuk of acht werkstukken helemaal gemaakt. “En bij een hoop ben ik er nog even overheen gegaan. Het is een glijdende schaal tussen helpen met huiswerk en maken van hele werkstukken.”

spelfouten

Weet je wat het is, zegt hij “vier vellen voltikken, voor een kind is dat een weekend, voor mij een avondje. Nee, ik ben nooit door de mand gevallen. Volgens mij werden die dingen nauwelijks nagekeken. En het is gemakkelijker te controleren of een werkstuk gedownload is, dan of het door de ouders is geschreven.”

“Kinderen gebruiken vaak van die woorden als echter en desalniettemin, dus dat moet je ook doen”, zegt moeder B. “En regelmatig een kromme zin of een spelfout. Het raarste is dan nog dat je die niet verbeterd ziet door de docent als je het werkstuk terugkrijgt.”

“Je moet natuurlijk niet elke keer een negen halen”, bevestigt A. “Ik maakte er ook net niet perfect Nederlands van. Dat was nog het moeilijkst, maar op een gegeven moment was ik zelfs in staat een stuk te schrijven waarvan het leek of het door een analfabeet geschreven was. Ik vond het nog een uitdaging ook. En je haalt je middelbareschoolkennis een beetje op.”

Volgens moeder C. is het helpen met werkstukken ook een manier om in contact te blijven met je kind. “Ik denk dat wij ons daar allemaal door laten drijven. De realiteit is toch dat je opzijgeschoven wordt door pubers die liever dingen met vrienden en vriendinnen doen.” Die werkstukken, daar hebben ze dan hun ouders wel voor nodig en die vinden dat een prettig gevoel. “Het is leuk om er ’s avonds onder het eten over te praten en tips te geven.”

Maar de belangrijkste reden voor de ouders om werkstukken te maken is gewoon dat ze hun kind vooruit willen helpen. “Het is voor sommige ouders belangrijk dat hun kind naar de pre-university (soort topklas, red.) kan, dat staat hoog aangeschreven”, zegt C. Anderen willen gewoon dat hun kind het eindexamen haalt en vinden dat de werkstukken daarbij in de weg staan. “Die van mij heeft altijd hard gewerkt”, zegt A. “Maar hij kwam toch in grote tijdnood. Dus oké, dan help ik hem wel. Blijven zitten vind ik het niet waard.”

A. vindt veel werkstukken echt zinloos. “Ik denk al snel, moet je zo’n kind daar wel mee lastigvallen? Dan krijgen ze de opdracht om één willekeurig onderwerpje uit een heel specifiek deel van de geschiedenis van een willekeurig land uit te melken, maar ze hebben totaal geen overzicht. Nou, dan heb ik liever dat hij woordjes leert, maak ik die werkstukken wel.” A. heeft eigenlijk maar één keer een werkstuk gemaakt dat hij niet zinloos vond, zegt hij. “Maar ik was toch blij dat ík het gedaan had, want toen had hij wel een hoger cijfer en dat kon hij goed gebruiken.”

duw in de rug

Hij heeft daar geen morele problemen mee. “Formeel gezien ben je fout, dat is zeker. Maar je kunt je kind een flinke duw in de rug geven, en als je dat niet doet, benadeel je je kind. Alle ouders kiezen nu eenmaal voor hun eigen kind, ook als het algemeen belang anders is. Iemand die anders handelt is een slechte ouder en dus per saldo een slechte burger.”

“Ik voel het eigenlijk als een soort plicht”, zegt B.

Maar ontneem je je kind niet de kans iets te leren? Dat vinden de ouders ook niet. Ze doen er soms misschien giechelig over, maar ze vinden de werkstukkenkwestie ook een groot probleem, waarover met de school niet goed te praten valt. “Plannen kunnen kinderen nog niet op die leeftijd, het onderwijs geeft heel weinig handvatten en ik heb ook het idee die werkstukken nauwelijks worden nagekeken”, zegt moeder B. “Die kinderen wordt vooral het leven zuur gemaakt”, zegt vader A. “En ik kan met zekerheid stellen dat veel studenten die het studiehuis hebben gehad, op de universiteit nog steeds geen verslag kunnen schrijven.”

Het is meer een competitie wie het best kan frauderen, vindt A. “En wie de beste computer heeft, de duurste printer... Presentatie maakt ook deel uit van de waardering. De paniek thuis, als de kleurencartridges op waren! Op school staan ook wel pc’s, maar meestal zijn die allemaal stuk of bezet.”

Dat stelt kinderen van ouders met weinig geld op een achterstand. “De polarisatie tussen kinderen met en zonder vermogende, hoog opgeleide ouders is enorm toegenomen”, zegt moeder C. Kinderen van allochtonen moeten volgens A. “zelf echt enorm briljant” zijn. “Als je thuis niet over meehelpende ouders beschikt en je hebt ook nog een taalachterstand, dan is een werkstuk een enorme hindernis. Dat stelt de meeste allochtonen op een enorme achterstand, zó onrechtvaardig!”

“De vriendin van mijn dochter heeft een buitenlandse moeder”, vertelt mevrouw B. “En veel broertjes en zusjes. Het is een slimme meid, maar er staat daar geen enkel boek thuis. Dus die help ik ook maar”, verzucht ze.

Wilt u reageren? Schrijf naar wetenschap@nrc.nl