Wat een roofmoord op Kerstavond zegt over de Russische ziel

Een Russische dorpspriester werd op Kerstavond in zijn kerk vermoord. Volgens velen een teken dat er iets grondig mis is met de Russische ziel. „Waar komt die haat toch vandaan?”

De zesjarige Ivan slaat op de klokkentouwen alsof zijn leven ervan afhangt: driftig, met ontblote tanden soms. Het doet bijna pijn aan je oren. Met moedertje Marina, zus en broers bezoekt Ivan vaak de dorpskerk waar vader Oleg op Kerstavond stierf. Ze verzorgen dan zijn met felgekleurde kransen omzoomde graf achter de kerk. Het hele dorp hoort aan de klokken dat Ivan terug is.

Orthodoxe Russen zoeken graag een patroon, betekenis en diepere zin in tragische gebeurtenissen. Zo bevestigt de moord op de 41-jarige dorpspriester Oleg Stoepitsjkin voor velen dat er iets grondig mis is met de Russische ziel. „Een roofmoord, op een priester, op Kerstavond: dat ligt ver buiten alle grenzen van goed en kwaad”, aldus het Moskouse patriarchaat. Rusland zou ‘moreel ziek’ zijn na zeventig jaar communisme. De Doema overwoog priestermoord tot bijzondere misdaad te bestempelen.

Bijgelovigen zagen in de moord een bewijs dat de antichrist onder ons is. Voltooide de moord niet een drieslag van satanische incidenten? In december verbrandden dronkelappen bij Tver een priester, diens vrouw en drie jonge kinderen in hun slaap: ze wilden wodka kopen en waren boos dat de priester zijn dorpskerk niet had laten plunderen. In de regio Altai ontsnapte een priester met geluk uit zijn brandende huis.

Toen volgde priester Oleg. De omstandigheden van zijn dood zetten zelfs diaken Modest, een nuchter man, aan het denken. Was het toeval dat Oleg op kerstavond stierf in een dorp dat de bolsjewieken in 1923 tot Neivo-Sjaitanski doopten: ‘Van Satan’? Oleg ijverde voor naamsverandering en krijgt postuum zijn zin: het dorp heet binnenkort Verchnaja Soezana.

En waarom stierf Oleg aan de voet van iconen van de laatste tsaar Nicolaas II en diens schoonzuster Elizabeth, non en grootvorstin? Juist wegens Elizabeth, die de status van ‘Nieuwe Martelares’ heeft, was Oleg twee jaar geleden naar de Oeral gekomen. De priester was verknocht aan dit toonbeeld van nederigheid, zachtmoedigheid en liefde. Niet ver van het dorp wierpen de communisten Elizabeth op 18 juli 1918 met een groep grootvorsten in een mijnschacht van zestig meter diep. De groep bleef steken op een plateau; handgranaten en zware balken die de moordenaars hen na wierpen misten grotendeels doel. Een boer hoorde ’s avonds zacht psalmgezang uit de schacht. Toen de ‘Witten’ de lichamen vonden, bleek dat Elizabeth het hoofd van een grootvorst met een zakdoek had verbonden. Zij stierf een trage dood in een vochtige grot.

Wat wil God ons met de moord op dorpspriester Oleg zeggen? Want niets gebeurt zonder reden, weet weduwe Marina, die ons met een trieste glimlach thee serveert. We zitten in de Petrus-en-Pauluskerk, met uitzicht op de zwarte schroeiplek die het lichaam van haar man in de houten vloer achterliet. Daar liggen nu anjers en een orthodox kruis.

De feiten. Op Kerstavond snuffelen twee onbekende jongemannen rond in de kerk. Ze ogen dronken. Sergej (32) en Roman (33) werken op een naburig houtbedrijf, de politie zoekt hen al sinds november wegens een verkrachting. Na de eredienst vraagt het duo priester Oleg om een gesprek. Hij ruikt de wodkawalm.

Als Oleg een uur later nog niet terug is neemt Marina poolshoogte. Door het raam flakkert kaarslicht, flarden zwarte rook kringelen uit de deur. De mannen blijken Oleg de schedel te hebben ingeslagen met zware kandelaars. Daarna wikkelden ze 21 iconen in een kleed, overgoten de priester, kerkbanken en kussens met lampolie, staken alles in brand. Het vuur doofde snel. Die avond pakt de politie Sergej en Roman op met drie iconen: de rest ligt verstopt bij een kerkhof. Deze week begon hun strafzaak. „Alles was hooguit 63.000 roebel waard (1.800 euro)”, zegt diaken Modest. „Ze hadden ook ’s nachts kunnen inbreken, bewaking was er nauwelijks. Waar komt dat sadisme, die haat, die onverschilligheid toch vandaan?”

Modest heeft een antwoord. Priester Oleg was gefascineerd door het martelaarschap van de tsaar en zijn familie, zijn kerk hing vol met hun iconen. „Oleg kwam hier naartoe om de tsarenfamilie en deelde hun lot. Hij was voorbestemd een voorbeeld te zijn om het Russische volk naar God te voeren.” Dat is immers geschokt door de morele leegte achter de moord. „Een leven om geld is geen leven, alcohol is een straf van de duivel voor de ziel die God mist.” De dorpelingen, zelfs de moordenaar die in zijn cel berouw toonde en een bijbel vroeg, hebben van Olegs dood geleerd.

Op zoek naar de plek waar grootvorstin Elizabeth stierf, pikken we een liftende monnik op. De jonge Rafaël woont in het klooster der Nieuwe Martelaren, zo blijkt, gebouwd naast de volgestorte mijnschacht. In de schemering wijst hij ons de weg door het bos en vertelt over Elizabeth. Hoe de Witten haar lichaam per trein naar Vladivostok brachten en toen op de boot naar Jeruzalem. Dat haar lichaam niet bederft en naar honing ruikt: voorzeker een heilige. Rafaël kende dorpspriester Oleg goed, hij was geschokt door de moord. „In de dorpen denken ze: die orthodoxen zijn rijk, die bouwen kerken”, denkt Rafaël.

Want priestermoorden hebben misschien zin en betekenis, ze hebben ook een oorzaak. Neivo-Sjaitanski is een van die talloze half verlaten Russische dorpen die als wrakhout uit de modder steken. Alles is dof, stoffig, half ingestort. Wanneer we met diaken Modest naar de Sjaitan-rots wandelen, ontmoeten we louter bejaarden en wankele dronkelappen. Vier oude drinkebroers nuttigen om een houten tafel industriële alcohol met sinaasappelsap. Zoals altijd. De moord op de priester doet hun niets, loeien ze vrolijk. „Wij zijn atheïsten!”

Alleen de orthodoxe kerk steekt geld in deze dorpen. Niet in mensen, maar in gebouwen die zielen redden. Zo kreeg de kerk van Neivo-Sjaitanski twee jaar geleden een kapitaalinjectie uit het orthodoxe restauratiefonds. De kerk was oud (uit 1754) en niet al te zwaar beschadigd: pas in 1962 was ze in het kader van de ‘tweede atheïstische golf’ omgebouwd tot kleuterschool, met toiletten op de plaats van het altaar.

Nu is het dorp arm aan zowel kleuters als gelovigen. Toch zette priester Oleg het bouwproject energiek door. Zijn kerk oogt nu als een stekelvarken, steigers en staketsels steken naar alle kanten uit. En voor de kerk staat een vergulde koepel te schitteren: het enige goud dat glinstert in de verre omtrek. De koepel wordt in de loop van dit jaar bovenop de kerk gehesen, ter meerdere glorie van God en het moederland. Weelde in een moeras van armoede en defaitisme.

In de tsarentijd koelden Russische boeren periodiek hun woede en wanhoop op landheer en priester, de twee steunpilaren van de macht. Anno 2007 heeft men alleen een dorpspriester.

Filmpje van zoon Ivan op: weblogs.nrc.nl/weblog/moskou