Column

Wakker dier

„Als niemand je kietelt dan moet je het zelf doen”, zei mijn vader altijd en vorige week moest ik daar weer eens glimlachend aan denken toen ik Rijkman Groenink borstroffelend hoorde speechen op de rumoerige aandeelhoudersvergadering van de ABN Amro. Grappig werd hij ook nog toen hij de aandeelhouders vertelde dat ze niet alleen aan geld moesten denken. Dat klonk op zijn zachtst gezegd raar uit de mond van de man die aan de verkoop van de bank een dikke elf miljoen euro overhoudt. Elf miljoen! Dat klonk zelfs heel raar.

Het was een vrolijke vergadering met flink wat mokkende aandeelhouders, die het al schreeuwend voor elkaar kregen dat de agenda werd gewijzigd. De hete brij moest op tafel en wel meteen. Persoonlijk hou ik altijd wel van dit soort lawaaibijeenkomsten vol boze kakkers. Mooi onvoorspelbaar theater.

Het vrolijkst word ik altijd als Peter Paul de Vries van de VEB in beeld komt. Ik denk dat hij de meest gehate terriër van kapitalistisch Nederland is. Vele raden van bestuur kunnen zijn bloed wel drinken. Elke vergadering is het weer raak. Amper is de voorzitter begonnen of Peter Paul begint achterin de zaal voorzichtig te keffen. De voorzitter probeert hem met een kluitje in het riet te sturen, maar Peter Paul pikt dat niet. Hij kijkt niet naar het kluitje en hij kijkt niet naar het riet. Hij wijst de voorzitter op het feit dat dit geen antwoord op de vraag is en stelt zijn vraag opnieuw. Ik hou daar wel van. Of het nou bij Ahold is of bij de ING of nu bij de bank, hij blijft vasthoudend keffen. Hij gaat af en toe zo ver dat hij gedreigd wordt met uitzetting. Zover ik weet is het daar nog nooit van gekomen. Zou dat eigenlijk wel eens willen meemaken, dat er een paar agenten komen om de foeterende De Vries te verwijderen. Wanbeleid en zelfverrijking zijn woorden die ik hem graag hoor roepen. Vooral omdat hij negen van de tien keer gelijk heeft en omdat bijna niemand dat durft te roepen in zo’n gezelschap. Bij hem moet ik steevast denken aan het rubberbootje van Greenpeace dat bij grote gifschepen langszij komt. En het doet me deugd dat de voormalige, nooit gedetineerde Ahold-topman Cees van der Hoeven op de raarste plekken jeuk krijgt als hij de foto van Peter Paul ziet. Dat vind ik een goed teken. Peter Paul is het symbool van alle belazerde gepensioneerden, die hun laatste spaarcenten door toedoen van Ceesje toentertijd hebben zien verdampen in het Zaanse concern. Alleen daarom is het al goed dat die De Vries regelmatig in beeld verschijnt. Dat die Van der Hoeven en consorten even de pest in krijgen. Dat ze denken: daar heb je die eikel ook weer! Dat ze bij elke slok van hun dure wijntjes denken: er zit een luchtje aan. Het is mooi als die Van der Hoeven elke avond denkt: het smaakt me niet.

Het vrolijke aan De Vries vind ik ook dat hij altijd in zijn eentje opereert.

Goed voorbereid dient hij jokkebrokkende bestuurders onmiddellijk van repliek.

Achter hem zit geen batterij topmensen, die hem via de laptop of een zogenaamd oortje souffleren. En dat hebben die bestuurders wel. Dat zijn een soort tragische marionetten, die doorlopend ingefluisterd worden door deskundige derden. De Vries heeft de stukken meestal beter gelezen dan de graaiers achter de tafel en kan de vergadering onmiddellijk uitleggen hoe het wel zit.

Nogmaals: als ik bestuurder van een grote onderneming was dan zou ik hem haten. Diep haten. En daarom is hij zo leuk.

Donderdagavond zat ik vrolijk te dineren in het River Cafe in New York en had een goed zicht op Wall Street aan de overkant van de East River. Daar verdelen de jongens wereldwijd de centjes. Ik had toen net via internet vernomen dat De Vries de arrogante Rijkman van de mat geveegd had. Ik bestelde een mooi glas champagne en bracht een toost uit op Peter Paul. Met uitzicht op de Bank of America, de Barclays, La- Salle en andere deelnemers aan dit soort vuige spelletjes. Het smaakte heerlijk. Meer dan heerlijk. Waar het naar smaakte? Naar meer!

Youp van ’t Hek