’t Horntje – Ecomare

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Texel

Het goeie van deze waddenwandeling is dat je kunt beginnen zodra de veerboot je heeft gelost. Vaste grond, linksaf, lopen maar. Het tweede goeie is dat je direct op een strandje belandt, en dat gebeurt met een schelpenpad – schelpscherfjes zijn een wandelaarsideaal, dat is vanwege het knerpen.

Het derde goeie is dat de hemel vandaag bespannen is met een blauw vlies dat het zonlicht niet breidelt maar opstuwt. Het vierde goeie is het laagtij. Nat zand glanst in brokjes en bultjes en in tienduizenden plasjes. Scholeksters schuiven heen en weer of een croupier ze manipuleert. Ze tsjilpen bubbelend en ze eten zich een kriek.

Het water wordt verlaten, de route voert de duinen in. Het zoete land leunt zomers loom achterover, maar het is ook helder volgens de voorschriften van de lente. Is er een scherf uit de duinenrij gebroken, dan zie ik een witte kerktoren in de hemel prikken. En ik zie bollenvelden, in geel en in rood vissen ze naar complimentjes.

De meeuwen gaan mee, er zeilen ook eenden over en snelle piraatjes met lepe, zwartbedekte koppen, dat zijn de sterns. Als ze vliegen verraden vogels dat ze eigenlijk vissen zijn. Hun gestrekte pootjes zitten achter hun lijf als een vissenstaart, hun lijf staat strak of het aan de graat zit.

Man ziet dat anders. „In elke vliegende vogel zit een fles verstopt”, meent hij.

In een krekenlandje grazen ganzen. Ze hebben kuikens. Knál. Eén gans minder. Een loop blinkt in de zon, een hond sjouwt met een verenlijf. Het is zo zwaar dat hij het steeds even laat vallen.

Voor een caravan, achter een heg, zit een meneer. Zijn mevrouw komt naar buiten. „Ik heb een leuk huwelijkskado voor Doke en Tom”, zegt ze.

„Wat?”, vraagt hij geïnteresseerd.

„Een peper- en zoutstelletje.”

And all that jazz.

Een bosrand wordt een bos, bomen zijn breed en showen omzichtig hun nieuwe blaadjes. Lapjes vogelmelk blinken als nesten gevallen sterren onder geschulpte dennestammen.

Nu slingeren zand- en stropaden ons weer de duinen door, ze bedwelmen, met roestige kleuren en een soepel reliëf. Krap onder de toppen heerst het zand, in de dalen maken struiken en helmgras de dienst uit. Mijn blik veegt over de vlekjes van een meeuweneierschaal, ik vermaak me met de kreet van een fazant – hij is hersteld van een hoofdpijntje, zegt hij.

Vergeet de zee. Automatisch kijken, wegsmelten in het landschap, dat gaat hier best.

15 km. Kaart 1, 2, 3 van: Texelpad. Uitg. Nivon, 2005. Bus 28 rijdt elk uur tussen Ecomare en de Veerhaven.