Sport & oorlog

Voetballen in het voorportaal van de dood: het lijkt mensonwaardig. En toch gebeurde het begin jaren veertig, in Westerbork. Op 3 oktober 1942 kwam Louis de Wijze (84) samen met zijn ouders en zusje aan in het beruchte doorgangskamp van waaruit tussen 1942 en 1945 meer dan 100.000 joden werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Toen hij hoorde dat kampcommandant Gemmeke een voetbalcompetitie wilde opzetten, meldde hij zich spontaan aan. „Tot mijn verbazing kwam ik in Westerbork tal van bekende voetballers tegen. Zoals Ajacied Nico Beets en de Oostenrijkse international Ignatz Feldmann. Zelf was ik nooit verder gekomen dan de amateurs. Maar dat deed er in Westerbork niet toe; als kampgevangene was iedereen gelijk.” De joden, zigeuners, criminelen en politieke gevangenen die door aanvoerder Feldmann werden geselecteerd, speelden in het najaar van 1942 hun eerste duel. De laatste wedstrijd dateert van eind ’43. Alle spelers werden bis auf weiteres zurück gestellt: tot nader orde van transporten vrijgesteld. Een discutabel beginsel, geeft de voormalig middenvelder toe. „Want hoe kun je voetballen, als er net een transport naar Auschwitz is vertrokken? Maar je wilt leven hè? Al is het maar voor even.” Zelf werd De Wijze in maart 1944 op transport naar het Poolse vernietigingskamp gesteld. „Ook daar heb ik gevoetbald”, grinnikt de kleine, energieke man. „Maar dat is een ander lang verhaal.”

Danielle Pinedo

Dit is de eerste aflevering in een serie over sporten in oorlogstijd.