Slowaakse premier flirt met oude glorie

Robert Fico kwam een klein jaar geleden in Slowakije aan de macht met de belofte belangrijke hervormingen terug te zullen draaien. Zijn beleid blijkt „minder bruut dan gevreesd”.

Robert Fico voelt zich niet begrepen. En daarom kondigde de Slowaakse premier onlangs aan de mediaregels te willen veranderen, want „het publieke basisrecht op informatie is geschonden”. Kranten moeten wat hem betreft gedwongen worden om reacties van politici op artikelen te publiceren.

„Onder Fico is sprake van anti-liberale trends”, zegt politiek analist Grigorij Meseznikov. „Oppositiepartijen in het parlement worden genegeerd. Er is geen debat. Maar de bevolking laat zich inpakken met het vooruitzicht op meer sociale rechtvaardigheid.”

Fico, een oud-communist die zich nu tot het kamp van de socialisten wendt, trad in juni vorig jaar aan met de belofte de veelgeprezen, maar ingrijpende hervormingen van zijn voorganger, Mikulás Dzurinda, te zullen terugdraaien. Onder Dzurinda was het kapitalisme doorgeschoten: de rijken waren bediend en het volk verwaarloosd, aldus Fico.

Maar tot nu toe heeft zijn partij Smer (Richting) nog niet veel gedaan. De eigen bijdrage in de gezondheidszorg, waarmee Dzurinda ziekenhuizen van de financiële ondergang redde, werd afgeschaft. En in december kregen gepensioneerden een ‘kerstbonus’, 1.300 kroon (38 euro). De zogenaamde flattax, het paradepaard van de vorige regering, is aangepast, maar niet teruggedraaid.

„Zijn beleid is minder bruut dan gevreesd”, zegt Ondrej Dostál van het Conservatieve Instituut, een rechtse denktank. „De economische situatie is goed en Fico lijkt verstandig genoeg om dat niet te willen stukmaken.”

„Er is opluchting”, zegt journalist Tom Nicholson, een Canadees die al ruim tien jaar in Slowakije werkt. „Veel Slowaken hebben uit protest op Fico gestemd, maar schrokken toen hij ook echt aan de macht kwam.” Veertig procent van de bevolking vindt hem de meest betrouwbare politicus. Nicholson: „Hij wordt beloond, omdat hij niet heel gek is gaan doen.”

Want daarover zijn analisten het eens: Fico betekent geen terugkeer naar de tijden van Vladimír Meciar, de autoritaire, ondemocratische premier die Slowakije na de val van het communisme internationaal isoleerde en tegenwoordig coalitiepartner van Fico is. „Onze democratie heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt”, zegt Meseznikov. „Het is niet meer zo makkelijk om de instituties van het land naar je hand te zetten.”

Toch zijn er ook overeenkomsten. Net als Meciar in de jaren negentig schurkt Fico tegen de oude wapenindustrie aan. Onder het communisme was Slowakije, toen nog samen met Tsjechië, befaamd om zijn productie van zware wapens, zoals tanks. Met het communisme verdwenen de afzetmarkten en de staatssubsidies. Zo’n 40.000 Slowaken stonden op straat.

Dzurinda legde de nadruk op nieuwe industrieën, zoals autofabrieken. Maar Fico heeft de oude droom weer uit de kast gehaald. Op recente buitenlandse reizen heeft hij zich steeds laten vergezellen door Slowaakse wapenhandelaren, ondanks hun marginale rol in de economie.

„De teloorgang van deze sector is voor veel Slowaken een trauma”, zegt Meseznikov. „Fico speelt daar net als Meciar op in. Hij laat zien dat hij wél geeft om de oude industrie.” Volgens Nicholson is de premier de wapenhandelaren bovendien veel verschuldigd. „Dit zijn de mensen die zijn verkiezingscampagne hebben gesponsord. Hij betaalt ze nu terug.”

Tijdens een recent bezoek aan Libië had Fico ook wapenhandelaren bij zich. Slowakije wil een contract binnenslepen voor de renovatie van Sovjetgevechtsvliegtuigen. Maar tot nu toe is het land vooral de kopende partij. Onlangs werd bekend dat het Slowaakse wapenconcern Willing Israëlische soldatenhelmen gaat leveren aan de Slowaakse staat. De eerste grote order in tegengestelde richting moet nog binnenrollen.

Het buitenlandse beleid van Fico wekt in het algemeen ook veel verbazing. De premier werd in januari gezien op een receptie van de Cubaanse ambassade in Bratislava, om de verjaardag van de revolutie te vieren. In februari ging hij naar China en Libië en er staan nog reizen naar Latijns-Amerika en Rusland gepland. Hij wilde eigenlijk ook op bezoek bij de Venezolaanse leider Hugo Chávez, maar zag daarvan af toen dit op grote verontwaardiging stuitte.

Het bezoek aan Libië trok in Brussel de aandacht, omdat de Europese Unie juist nu druk uitoefent in de kwestie van de Bulgaarse verpleegsters. Die zijn in Libië schuldig bevonden aan het besmetten van kinderen met hiv en ter dood veroordeeld. De EU spreekt van een schijnproces en zegt dat de vrouwen onschuldig zijn, maar Fico noemde hen „daders”.

Voorlopig kan de premier zich veel veroorloven, want de Slowaakse economie draait als nooit tevoren. Volgens financieel analisten is dit de grote verdienste van Dzurinda, maar volgens een recente peiling gelooft een meerderheid van de Slowaken inmiddels dat de eer toekomt aan Fico. „Zo lang de levenstandaard niet omlaag gaat, zullen de Slowaken niet klagen”, zegt Dostál. „Maar helaas staat het hervormingsproces stil. We stevenen misschien niet af op een grote ramp, maar wel op een kleine.”