Rotterdam komt nu pas weer een beetje tot rust

In Rotterdam begon de opmars van Pim Fortuyn. Maar wat heeft hij zijn stad gebracht? „Hij nam de warme deken van vrijblijvendheid weg.”

Pal tegenover het Historisch Museum Rotterdam (HMR), aan de Korte Hoogstraat, staat zijn bronzen buste te glanzen in de zon. Bijna dagelijks wandelt HMR-conservator Paul van de Laar langs het borstbeeld van Pim Fortuyn. „Vier jaar geleden, kort na de onthulling, was sprake van een bijna permanente bloemenzee. Nu zie ik zelden nog een bloemetje liggen.”

Op die plek eindigt morgen, vijf jaar na de moord, om zes over zes – het tijdstip van de fatale schietpartij op het mediapark in Hilversum – de stille tocht van Fortuyns politieke erfgenamen, verenigd in Leefbaar Rotterdam (LR). Het is een jaarlijks terugkerend eerbetoon aan de man die ‘zijn stad’ bevrijdde van „het verstikkende juk van de linkse kerk”, zoals LR-fractievoorzitter Ronald Sørensen het bij voorkeur uitdrukt.

Maar volgens Van de Laar, als hoogleraar stadsgeschiedenis verbonden aan de Erasmus Universiteit, heeft Fortuyn de stad „vooral een hoop onrust” bezorgd. „Hij is politiek te kort actief geweest om überhaupt een erfenis na te kunnen laten.” Toegegeven, Fortuyn heeft „de zaak flink opgeschud, maar zijn gedachtengoed is anno 2007 versnipperd en de vermeende beheerders van zijn erfgoed dragen geen politieke verantwoordelijkheid meer.” Van de Laars conclusie? „Over vijftig jaar zal Fortuyn niet meer dan een rimpeling in de Rotterdamse vijver blijken te zijn geweest.”

Dries Mosch, LR-raadslid en een van Fortuyns medestanders van het eerste uur, slaakt een diepe zucht als die woorden hem ter ore komen. „Michiel de Ruyter eren ‘we’ wel, terwijl dat een ordinaire zeerover was. Het zal de socialistische inborst van deze meneer wel wezen dat hij Pims betekenis zo durft te onderschatten. Pim heeft geschiedenis geschreven, zeker in Rotterdam.”

Geduldig somt Mosch de wapenfeiten op van „mijn politieke held”: architect van het actieprogramma Rotterdam Zet Door uit het vorige college, dat „de stad op alle fronten heeft opgefrist”. En wat te denken van „daadkrachtige types als Marco Pastors” en de Rotterdamwet (inkomen uit werk voor woningzoekenden), om de sociaal-economische balans te herstellen? Lokale politici zijn bovendien ‘afrekenbaar’ dankzij Fortuyn, stelt Mosch. „Als je al die verworvenheden wilt ontkennen, dan ben je blind voor de werkelijkheid.”

Ook burgemeester Ivo Opstelten (VVD) wil het belang van Fortuyn voor de stad niet bagatelliseren. „Hij heeft de autochtone Rotterdammer in de achterstandswijken weer een stem gegeven.” Daarnaast komt Fortuyn de eer toe de veiligheid „blijvend bovenaan de politieke agenda” te hebben gezet, en heeft hij de bestuurscultuur aangescherpt. „Durf te kiezen, op een transparante, afrekenbare en kwetsbare manier.” Ten slotte, zegt Opstelten, heeft Fortuyn „de warme deken van vrijblijvendheid over het multiculturele debat met harde hand weggenomen”.

Raadslid Peggy Wijntuin (PvdA) roemt Fortuyn om diens inzet op het gebied van veiligheid. „Dat hamerstuk is opgepikt.” Verder heeft hij ervoor gezorgd dat „bepaalde taboes bespreekbaar werden”. Maar dat „man-en-paard-noemen” heeft ook een keerzijde, stelt Wijntuin. „Fortuyn was de man van ‘ik zeg wat ik denk’. Dat is voor velen in de stad een vrijbrief geworden om anderen bovenop de tenen te gaan staan. Dat heeft de verhoudingen op scherp gezet.”

Wijntuin, van Surinaamse afkomst, weet waarover zij praat. Enkele maanden na de moord op Fortuyn kwam een van haar dochters overstuur thuis na een avondje stappen. „Ze was in de bus zo zwaar gediscrimineerd dat ze zich ineens niet meer veilig voelde in Rotterdam.” Pas nu komt de stad weer „een beetje tot rust”, constateert Wijntuin. „De pijn van de moord op Fortuyn was bij de Leefbaren zo tastbaar dat het debat daar ernstig onder heeft geleden.”

Oud-wethouder Herman Meijer (GroenLinks) deelt die mening. „Dit college (PvdA, CDA, VVD en GroenLinks, red.) heeft veel herstelwerkzaamheden moeten verrichten. Maak mij dan ook niet wijs dat Fortuyn het multiculturele debat een dienst heeft bewezen, want dat is een banalisering van de realiteit. Hij heeft de boel enorm op scherp gezet, terwijl zijn zelfbenoemde erfgenamen vooral kozen voor repressie.”

Toch signaleert Ibrahim Spalburg, directeur van de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rotterdam, ook een pluspunt. „Fortuyn heeft ons aangezet tot een intern debat, over de vraag wat wij kunnen bijdragen aan de multiculturele samenleving. Wij waren te passief. Helaas geldt dat nog altijd voor bijna de helft van de 58 bij ons aangesloten organisaties.