Reformatie ‘voor dummies’ in museum

Het Reformatiemuseum in Genève probeert godsdienstgeschiedenis tot leven te brengen. Het maakt grote kans Europees Museum van het jaar te worden.

Caroline de Gruyter

Op de frisdrankmachine staat de kop van Calvijn. Buiten staat een uitgezaagde Calvijn-figuur waar bezoekers hun hoofd doorheen kunnen steken. In het souterrain hangen cartoons waarop calvinisten als moralisten en vrekken worden afgebeeld.

Dat een museum over godsdienst onlangs de prestigieuze Museumprijs 2007 van de Raad van Europa heeft gekregen, komt volgens het juryrapport mede doordat het Internationale Reformatie-museum in Genève zijn onderwerp „niet dodelijk serieus, prediker-achtig of dogmatisch heeft aangepakt. De atmosfeer is ontspannen en liberaal.” Nu is het museum ook in de race om Europees Museum van het Jaar te worden: vandaag maakt het European Museum Forum bekend wie de winnaar is.

Veel musea over godsdienst zijn er niet in Europa. Bizar eigenlijk: religie, en oorlogen om religie, zijn allesbepalend geweest voor het continent. In deze ontkerkelijkte tijden zou het relatief gemakkelijk moeten zijn om de rol van de godsdienst door de eeuwen heen ‘onafhankelijk’ te belichten. Maar hoe houd je het leuk voor mensen met een kerkelijke achtergrond én voor de groep die nooit een bijbel heeft vastgehouden?

Het Geneefse museum voor de Reformatie probeert alles om het je naar de zin te maken: met filmpjes, geluidsbanden, kijkdozen vol beweging en hier en daar een vleugje zelfkritiek. Toch komt wie niet weet waarom Luther en Calvijn zich zo tegen katholieke aflaten afzetten, of wie niet snapt waarom de predestinatiedebatten destijds zo belangrijk waren, wat geïntimideerd naar buiten.

Dat er zoveel bekend wordt verondersteld in een museum dat de ambitie heeft om „de rol van religie in de huidige samenleving aan de orde te stellen”, is jammer. Want verder heeft het museum, dat in 2005 openging, alles mee. Allereerst de locatie: een achttiende-eeuws herenhuis in de oude binnenstad. Genève is de stad van Calvijn en andere hervormers, die de katholieke vervolging in omringende landen ontvluchtten. Hier werkte Calvijn zijn kerkorde uit en was hij ruim twintig jaar predikant. Nóg heeft de stad profijt van de massale instroom van deze ontwikkelde vluchtelingen. Omdat Genève destijds één van de relatief veilige havens was voor de protestanten, kwamen hier studenten uit heel Europa naar toe. Aan de hand van honderden schilderijen, oude bijbels, gravures en boeken (en zelfs tinnen schalen uit de soepkeuken van Calvijn) komt deze geschiedenis in het museum prachtig tot zijn recht.

In een elegante salon worden Luther en Calvijn als sprekende hologrammen in oude spiegels geprojecteerd, die antwoord geven op de vraag van een kinderstem: „Wat is de Reformatie?” Ook zijn er een ‘protestants Ganzenbord’, opvouwbare communiebekers, en zelfs een eettafel waaraan Calvijn een denkbeeldige theologische discussie houdt met mensen die na hem hebben geleefd, zoals Jean-Jacques Rousseau. Je hoort het getik van bestek op een bord.

Alle foefjes zijn uit de kast gehaald om een taaie geschiedenisles tot leven te wekken. Het punt is alleen: als je niet eerst die les hebt gehad, blijft het soms lastig te volgen. Termen als catechisme, ‘Dordrecht-doctrine’ en synode worden bekend verondersteld. Aan de denkbeeldige dis zegt iemand: „Christus is voor ons allen gestorven”. Nee, zegt de ander: „Sommigen van ons zijn voorbestemd, anderen niet”. Niet iedereen begrijpt dat deze sprekers er totaal andere wereldbeelden op nahielden, en waarom de uitkomst van dit debat directe invloed had op onze moderne democratieën. Juist die link maakt het museum relevant.

Volgens de directeur, Isabelle Graesslé (zelf predikant), wordt de zaal over de twintigste eeuw binnenkort uitgebreid, en komt er een zaal bij over het huidige protestantisme. In Calvijns vijfhonderdste geboortejaar, 2009, is er een speciale tentoonstelling. Hopelijk is ook de bestaande presentatie tegen die tijd nóg toegankelijker voor dummies.

Informatie via www.museé-reforme.ch