Ploegleider Riis zou zichzelf moeten schorsen

Wielerploegleiders willen beschuldigde renners direct straffen, desnoods zonder bewijs. Deze week werd CSC-ploegleider Bjarne Riis beschuldigd van epo-gebruik. Wie straft hem?

Beladen termen als ‘historische dag’ en ‘heilig verbond’ vielen in het Zwitserse plaatsje Moudon, waar gisteren de belangrijkste wielerbestuurders bijeenkwamen. Voor het eerst sinds lange tijd waren wedstrijdorganisatoren, ploegleiders en de internationale wielerunie (UCI) het weer ergens over eens. De wielersport moet schoon schip maken. Gebruik van dope moet met wortel en tak worden uitgeroeid.

„We waarschuwen renners die vals willen spelen dat we ze zullen pakken”, dreigde de nieuwe Tour-directeur Christian Prudhomme. „We kunnen geen een of twee jaar meer wachten, want dan is onze sport dood”, stelde Patrick Lefevere namens de ploegleiders.

Geen sport komt de laatste jaren negatiever in het nieuws dan het profwielrennen. Het ene dopeschandaal volgt op het andere. Het Duitse marketingbureau IFM becijferde onlangs dat de publieke belangstelling wereldwijd dramatisch keldert. Zozeer dat sponsors van ploegen en wedstrijden zich beraden op hun toekomst.

Intussen slepen twee grote dopingzaken zich voort. Op z’n vroegst 24 mei, aan het einde van een tiendaagse openbare hoorzitting in Amerika, wordt duidelijk of Floyd Landis in de Tour de France van vorig jaar het verboden middel testosteron heeft gebruikt.

Ernstiger voor het imago van de wielersport is de bloeddopingaffaire rond de Spaanse arts Eufemiano Fuentes. Volgens de Italiaanse krant La Gazzetta dello Sport zou uit recente documenten blijken dat 107 wielrenners bij deze zaak betrokken zijn – over de 200 namen uit andere takken van sport spreekt niemand. De eerste slachtoffers zijn Jan Ullrich (gestopt) en Ivan Basso, die deze week ontslag nam bij Discovery Channel in afwachting van nader onderzoek.

Afwachten is iets dat de wielerbestuurders niet langer willen. Iedereen die wordt genoemd in een dopingaffaire moet direct worden geschorst, zo klonk het ook gisteren weer in Moudon. Nu alleen nog weten wie er worden genoemd.

De bestuurders zullen blij zijn met de onthullingen van de Belgische ex-verzorger Jef d’Hont, van wie deze week een boek uitkwam. Hij beschrijft de rauwe praktijken rond het profpeloton en doet vooral spraakmakende onthullingen over de periode 1992-1996, toen hij als verzorger in dienst was bij Telekom, het huidige T-Mobile.

Bij de Duitse ploeg was volgens d’Hont sprake van structureel dopegebruik. Ploegartsen verstrekten epo en groeihormoon, de ploegleiding organiseerde en administreerde. Renners gebruikten. Tot zover weinig nieuws. Verschillende bronnen bevestigen de praktijk in de ‘wilde’ jaren negentig: de topploegen regelden zelf het gebruik van epo, een wondermiddel voor duursporters dat niet kon worden opgespoord door de dopingcontroleurs.

D’Hont noemt veel namen, zoals eerder verhalen naar buiten kwamen over de in 2004 overleden Marco Pantani, zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong, klassiekerkoning Johan Museeuw en de nu zo strenge Lefevere. Maar moet iedereen die in de jaren negentig een epospuit heeft vastgehouden alsnog worden gestraft? Dan blijft een klein peloton over.

Toch zette T-Mobile deze week de samenwerking met de gerenommeerde artsen Andreas Schmid en Lothar Heinrich onmiddellijk stop, omdat ze worden beschuldigd door d’Hont. Wie het boek goed leest, stelt juist vast dat de medici zich niet zonder slag of stoot lieten overhalen. Ze gingen alleen over tot epoverstrekking omdat de renners anders de strijd met andere (Italiaanse) ploegen niet aankonden. Bovendien probeerden ze het gebruik zoveel mogelijk te beperken.

Ook toenmalig manager Walter Godefroot, tegenwoordig adviseur van de Astana-ploeg, ‘beperkte’ zich volgens het boek tot het organiseren en administreren van het gebruik. „Wat bij de controle niet opgespoord kon worden, was voor Walter geen doping”, stelt d’Hont. Behoorlijk hypocriet om daar verbaasd over te zijn, als je zelf vijftig jaar in de topsport hebt gewerkt. Godefroot heeft meer voor de wielersport betekend dan d’Hont, ook wat betreft het indammen van medische risico’s.

Het boek van d’Hont roept wel vraagtekens op wat betreft Bjarne Riis. De Deen zou zijn Tourzege van 1996 vooral te danken hebben aan excessief epogebruik, in samenwerking met een eigen arts. Hij had volgens de verzorger een gevaarlijk hoog hematocriet van 64. Dat is iets anders dan meedoen aan een gangbare praktijk.

De huidige CSC-ploegleider, die er in eigen ploeg een rigide anti-dopebeleid op nahoudt, schorste vorig jaar zonder bewijs zijn in opspraak geraakte renner Ivan Basso. Volgens dezelfde regels, die gisteren in Moudon nog eens werden bevestigd, zou Riis nu zelf ook moeten worden geschorst, tot hij zijn onschuld heeft aangetoond. Dan zou pas echt sprake zijn van een historische dag op weg naar een geloofwaardiger wielersport.