Oude vijanden verenigd

Lasker en Tarrasch. Botwinnik en Smislov. Niet alle vetes duren een leven lang. Karpov en Kasparov speelden zelfs samen tijdens het Russische clubkampioenschap.

Door Hans Ree

Altijd word ik geroerd door de verhalen over schakers die het na een bijna levenslange vete op hun oude dag toch weer goed met elkaar konden vinden, waarschijnlijk doordat ze beseften dat ook hun vijanden een deel van hun leven vormden waaraan ze gehecht waren geraakt.

Wereldkampioen Emanuel Lasker schreef aan het begin van de vorige eeuw een buitengewoon venijnig artikel over zijn rivaal Siegbert Tarrasch. Een paar citaten: „De kracht van dr. Tarrasch, of als men wil zijn zwakte, is zijn geprononceerde eigenliefde. Zonder haar was hij maar een zeer middelmatig schaker geworden.” En nog erger: „Correct heet in Duitsland de houding van een man wiens gedrag naar het oordeel van zijn buren in overeenstemming is met zijn positie. Om correct te zijn moet men zich aanpassen aan de mening van anderen, men mag geen eigen morele of ethische beginselen hebben, doch moet die van de omgeving aannemen. In zijn kledij, in zijn woorden en daden in het openbaar is dr. Tarrasch altijd ‘correct’.”

Geen wonder dat Tarrasch, toen hij in 1908 een match om het wereldkampioenschap tegen Lasker speelde, liet weten dat hij zijn tegenstander maar drie woorden te zeggen had: ‘schaak en mat’. Hij kon ze niet vaak uitspreken, want Lasker won met groot verschil.

Je zou denken dat het nooit meer goed kon komen tussen die twee, maar schaakjournalist mr. Evert Straat beschreef hoe hij hen tijdens het toernooi van Mährisch Ostrau 1923 allergenoeglijkst met elkaar over de goede oude tijd hoorde keuvelen.

Botwinnik en Smislov konden elkaar ook niet uitstaan in de tijd dat ze om het wereldkampioenschap speelden, maar later hadden ze hun datsja’s vlak bij elkaar en er werd gezegd dat ze hand in hand door de bossen wandelden.

Je had de vijandschap tussen Karpov en Kasparov, maar toch zag je hen wel met elkaar praten, en als er dan aan Kasparov gevraagd werd of ze weer op goede voet stonden, haalde hij zijn schouders op en zei: „Met wie moet ik anders over schaken praten?”

Of het tussen Karpov en Kortchnoi ooit echt goed is gekomen weet ik niet, maar misschien zijn de scherpste kantjes van hun vete er toch af. In ieder geval deed het me deugd om te zien dat ze nu in hetzelfde team kunnen spelen.

Het team is de ploeg van Zuid-Oeral, die op het ogenblik in de badplaats Sotsji meedoet aan het Russische clubkampioenschap. Net als in bijna alle Europese clubkampioenschappen doen er buitenlandse huurlingen mee, maar in Sotsji zijn dat vooral mensen die weliswaar niet in Rusland wonen, maar wel afkomstig zijn uit de voormalige Sovjet-Unie. Een van hen is de Nederlander Sergei Tiviakov, die voor de club Ekonomist speelt.

Karpov deed in de eerste ronde nog niet mee, de onvermoeibare Kortchnoi maakte met zwart remise na lange en felle strijd en de aardigste partij van die ronde werd, niet onverwacht, gewonnen door Alexander Morozevitsj van de Poolse grootmeester Kamil Miton.

Morozevitsj - Miton, Russisch teamkampioenschap 2007

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pc3 e6 4. Pf3 dxc4 5. e3 b5 6. a4 Lb4 7. Ld2 Lb7 Daniël Noteboom, naar wie deze wilde variant genoemd is, ging indertijd verder met 7...a5, wat nog scherper is. 8. b3 a5 9. Pe4 Morozevitsj zou zichzelf niet zijn als hij niet iets ongebruikelijks deed. De normale zet is 9. bxc4. 9...f5 10. Pc5 c3 11. Pxb7 De7 12. Pc5 e5 Na 12...cxd2+ 13. Pxd2 zou wit goed staan. 13. Le2 e4

Zie nu het diagram.

Zwart heeft tijdelijk een stuk geofferd, maar nu is wit gedwongen om er zelf twee te geven. 14. 0-0 Als wit zijn paard weghaalt staat zwart na 14...cxd2+ heel goed. 14...exf3 15. Lxf3 cxd2 Zwart moet doorzetten, want 15...bxa4 16. Le1 is goed voor wit. 16. axb5 Pf6 17. bxc6 Ta7 In deze onoverzichtelijke stelling lijkt 17...Pa6 het sterkst, omdat wit dan niet zwarts pion op d2 kan veroveren. Na 18. Pd3 zou namelijk 18...Lc3 gevolgd door 19...Pb4 komen. 18. Pd3 Nu krijgt wit in ieder geval drie mooie pionnen voor zijn geofferde stuk. 18...0-0 19. Pxb4 Dxb4 20. Dc2 Pa6 Zwart geeft nog een pion. Sterker was waarschijnlijk 20...Tc7. 21. Dxf5 Pc7 22. Dc2 Tb8 23. Tfd1 Pfd5 24. e4 Pc3 25. Txd2 P7b5 26. Tc1 a4 27. bxa4 Txa4 28. Lg4 Hoewel wit met vier pionnen voor zijn stuk goed moet staan, was de strijd nog lang niet gestreden als zwart nu 28...Ta3 had gespeeld. 28...De7 Een blunder waarna het opeens uit is. 29. Db3+ Kf8 Iets beter was nog 29...Kh8, maar ook dan wint wit snel met 30. Txc3. 30. Txc3 Ta3 31. Tf3+ Zwart gaf op.