Onbehaaglijk zelfbewust

Europeanen halen integratie en assimilatie door elkaar, vindt Bikhu Parekh. Dat steekt moslims. Sheila Kamerman

Moslimvrouwen zoeken kleren uit op de Whitechapel-markt in Oost-Londen. Volgens Bikhu Parekh vinden moslims de Europese samenleving decadent, te karig gekleed en geobsedeerd door geld en seks. foto afp A variety of headscarves and veils are worn by women at the Whitechapel market in east London, 06 October 2006. British former Foreign Secretary Jack Straw said Friday he was concerned the veil was a "visible demonstration of separateness" as he defended his request that Muslim women remove it when they come to his constituency surgeries. Straw also admitted that he would rather Muslim women did not wear veils at all as he expressed disquiet over the development of "parallel communities" in Britain. His comments again provoked fury from some activists, with lawmaker and Respect party leader George Galloway calling for his resignation. AFP PHOTO/JOHN D MCHUGH AFP

Lord Bikhu Parekh leest aandachtig wat Gordon Brown afgelopen week zei in The Independent. Minister van Financiën Brown, de meest waarschijnlijke opvolger van premier Tony Blair, wil een ‘culturele koude oorlog tegen het Islamitisch fundamentalisme’. Brown wil het islamitische fundamentalisme bestrijden met de kracht van argumenten. Net zoals het communisme werd bestreden in de vorige eeuw.

Bikhu Parekh leest en glimlacht.

“De redenering is dat je het spook van het fundamentalisme kunt verjagen door tegemoet te komen aan de grieven van de mensen”, zegt hij. „Wat hebben jullie nodig, vraagt de staat. Wij geven het je, wij zorgen voor je.” En ja, voor een deel kan dat ook, zegt Parekh.

Maar er is ook een groot verschil tussen het communisme en het moslimfundamentalisme, vindt hij. En dat heeft te maken met het gevoel van ‘erbij horen’. “Zelfs met een goede opleiding, een huis en een baan kunnen mensen het gevoel houden niet echt deel uit te maken van de maatschappij. Veel moslims in de westerse wereld herkennen dat. Het is ‘wij’ en het is ‘zij’. Dat is de voedingsbodem voor fundamentalisme. Communisten, stonden wel kritisch tegenover de samenleving waarin ze leefden, ze voelden zich diep verbonden met het land waarin ze woonden.”

Dat gevoel van vervreemding dat moslims in niet-islamitische landen kunnen hebben, is een belangrijk thema in het werk van Bikhu Parekh. Donderdag houdt hij op uitnodiging van het internationale instituut voor de studie van de islam (ISIM) in Rotterdam de ISIM-jaarlezing met als titel Europe and ‘the Muslim Question’, does intercultural dialogue make sense?

Geboren in 1935 in een klein dorp in India, ging Bikhu Parekh als eerste kind in zijn familie studeren aan de universiteit van Bombay. Hij trouwde met een meisje uit een hogere kaste, hoewel haar grootvader tegen het huwelijk was. Samen vertrokken ze in 1959 naar Engeland zodat Parekh aan de London School of Economics kon studeren. Hij promoveerde en vertrok later naar de University of Hull, waar hij in 1982 hoogleraar Political Theory werd. Hij schreef tal van boeken, meest recent Rethinking Multiculturalism (2000) en zat in talloze commissies die bijna allemaal op een of andere manier te maken hadden met de toekomst van de multiculturele samenleving. Hij was tussen 1998 en 2000 voorzitter van de Runnymede Commission on the future of multi-ethnic Britain. Het rapport dat de commissie uitbracht, leidde tot felle discussies; het werd door critici te weinig nationalistisch en te gematigd gevonden.

Het is gebruikelijke kritiek op de nuchtere wetenschappelijke bijdrage die Parekh levert aan het debat over de multiculturele samenleving. Aan de latente angst voor moslims, voelbaar in Europa, liggen volgens hem grote verschillen tussen islamieten en Europese liberalen ten grondslag. Europeanen hebben de neiging om integratie te verwarren met assimilatie, betoogt Parekh steeds opnieuw in zijn wetenschappelijke publicaties. Wat groepen minderheden achter de voordeur doen, moeten ze zelf weten, maar verder: in het openbare leven is geen plaats voor religieuze of culturele uitingen. En als die religieuze of culturele uitingen dan toch nodig zijn, zoals moslims claimen, dan willen de liberale Europeanen de logica erachter begrijpen. Maar de meeste cultureel of religieus bepaalde gewoonten, gebruiken en verplichtingen die immigranten meebrengen zijn niet gebaseerd op logica, stelt Parekh. Dat botst.

En nu heeft Bishu Parekh, een kleine Indiase man met wit haar en een wit baardje, even tijd voor een gesprek in The British Libary. Daarna gaat hij naar een congres om een inleiding te houden over etniciteit. En over integratie.

Integratie gaat vaak vanzelf, zegt Parekh. Immigranten uit India hebben hoge opleidingen en mooie banen. Ze voelen zich volkomen Brits. Bijna de helft van de Caribïsche migranten is getrouwd met een witte partner. Zij horen hier thuis. Waar anders?

Maar voor veel moslims lijkt integratie minder vanzelfsprekend. Waarom?

“Er is wederzijds wantrouwen. Moslims voelen dat ze in de gaten worden gehouden. We zijn bang voor ze.”

Waarom?

“Er zijn historische redenen voor de vijandelijkheden tussen christenen en moslims. Moslims behoorden vanaf de veertiende eeuw tot het grote Ottomaanse rijk. De moslims waren machtig. De Europeanen zijn verantwoordelijk voor de verwoesting ervan in de twintigste eeuw, vinden de moslims.”

Denkt u dat Marokkanen in Nederland of Pakistani in Engeland zich voortdurend bewust zijn van de geschiedenis van het Ottomaanse rijk?

“Niet bewust, maar onderhuids speelt het een rol. Het is niet moeilijk die gevoelens te activeren. Ook voelen veel moslims zich superieur aan onze seculiere, in hun ogen immorele maatschappij. Ze vinden de Europese samenleving decadent: geobsedeerd door geld en seks. Europeanen kleden zich veel te karig en maken doelloos plezier. Deze niet-moslims zijn zich bewust van dit superioriteitgevoel en vinden het onaangenaam. Ze zijn bang dat moslims de Europese beschaving ondermijnen.”

Een reële angst?

“Opletten kan geen kwaad, want veel moslims denken zo. Maar laten we eerlijk zijn, moslims maken in West-Europese landen een paar procent van de bevolking uit. Wat kunnen ze doen?”

En dan nog iets, zegt Parekh. “Moslims gedragen zich totaal niet als de immigranten die West-Europeanen kennen uit de negentiende en twintigste eeuw. De joden, de Armeniërs, de hindoes, de Sikhs, ik noem er een paar. In Londen zie je af en toen een tulband langswandelen, maar ze zijn volkomen geassimileerd. Ze hebben wijken waar ze aanvankelijk samenwoonden verlaten en wonen door de hele stad.

“Bij moslims is dat anders. Zij hebben een sterk gevoel voor hun eigen identiteit. Ze blijven wonen in aparte wijken, bij elkaar. Ze sluiten geen compromissen. Zij stellen eisen. Ze willen niet dat hun dochters in een korte broek sporten, ze willen halal vlees, ze willen vijf keer per dag bidden en dat liefst aan iedereen laten horen via de luidspreker op de moskee. Ze willen islamitische scholen voor hun kinderen. Er zijn toch ook joodse en christelijke scholen? Waarom zij dan niet? De West-Europeanen zijn verbijsterd. Alle anderen probeerden toch precies als zij te worden? Waarom doen de moslims dat niet?”

Nou?

“De achtergrond van de verschillende groepen speelt een rol. Niet-moslimgroepen zijn vaak vluchtelingen, zij zochten in West-Europa een veilige plek. Deze vluchtelingen waren vaak goed opgeleid, afkomstig uit de middenklasse. Moslims werden gevráágd te komen. Wij hadden hun arbeid nodig. Het ging vaak om lager opgeleiden.

“Maar ook de houding van de West-Europeanen in de ontvangende landen veranderde drastische gedurende de vorige eeuw. Migranten die naar Europa kwamen in de eerste helft van de vorige eeuw, troffen een volk vol zelfvertrouwen, overtuigd van hun eigen superieure beschaving. Hoe anders was dat na 1945. Het zelfvertrouwen was volkomen verdwenen. Als je het na 1945 over de Europese beschaving had, lag de rest van de wereld slap van het lachen. Hoe durven jullie jezelf een beschaving te noemen? Dat gevoel heerste er. Beroemd was de uitspraak van Ghandi: ‘Europese beschaving? Dat is een goed idee!’ Dus de moslimmigranten die na 1945 naar Europa kwamen, eisten meer respect, meer gelijkheid. En de West-Europeanen wilden het maar al te graag geven. Wie minderheden niet respectvol tegemoettrad, was een racist.

“Moslims zijn nu eenvijfde deel van de wereldbevolking, over vijfentwintig jaar zal dat eenvierde deel zijn. Stel je voor, elke vierde persoon is een moslim. Ze vormen in 48 landen de meerderheid. Ze hebben olie, ze hebben zelfvertrouwen, ze hebben een belangrijke geschiedenis, ze hebben een ideologie. Dus ze denken: waarom zouden we niet weer opnieuw een belangrijke beschaving kunnen worden.”

Schuilt daarin een gevaar?

“Zeker, maar alleen bij een klein deel van de moslims. De aanslagen in Londen in 2005, de aanslagen in Madrid, de moord op Theo van Gogh in Nederland, hoe afschuwelijk ook, het blijven incidenten. Maar het heeft het wantrouwen ten aanzien van moslims enorm vergroot in heel Europa

“De meeste moslims in Europa voelen zich verbonden met de islamitische cultuur, maar ook met de cultuur van het land waar ze wonen. Ze hebben een dubbele identiteit. Dat zijn ‘Europese moslims’. Een kleine groep moslims laat zich enkel en alleen leiden door de islam. Zij zijn ‘moslims in Europa’. Europeanen hebben veelal het idee dat álle moslims zich afkeren van het land waar ze wonen en zich terugtrekken in hun eigen religie. Dat is eng. Alleen is het niet de werkelijkheid.”

Hoe verander je dat beeld?

Voor het eerst in het gesprek verheft Parekh zijn stem. “We moeten ze zien als Europese moslims, stoppen met demoniseren. Ze kunnen dan laten zien dat ze zich wél loyaal voelen aan hun land, zonder dat ze afscheid nemen van hun islamitische identiteit. We moeten dialoog aangaan. Wat voor een maatschappij willen jullie precies? Wat willen wij? Zoek het compromis. Niet: dit is de manier waarop wij het hier doen, neem het over of ga terug naar waar je vandaan komt. Het is zo belangrijk dat mensen het gevoel hebben dat deze maatschappij ze accepteert. Dat ze er, met alle verschillen, thuishoren. Dat ze een van ons zijn. We moeten onze hand uitsteken.”

Hoe voeren we de dialoog?

“Bijvoorbeeld door elke dag een uur lang televisietijd te reserveren voor minderheden. Niet alleen voor moslims, want dan voelen anderen zich weer achtergesteld. En in dat programma wordt gediscussieerd over allerlei concrete onderwerpen. Over armoede, over Saoedi- Arabië, over het meisje dat op haar 24ste oma wordt, over gezichtsluiers. Je leert hoe de ander denkt, je leert elkaar te begrijpen. Als je dat dagelijks doet, of een paar keer per week, is het relaxed. Het gebeurt nu niet. Zelfs de BBC heeft geen platform voor discussie. Kranten zouden dat ook kunnen doen, trouwens. Nu berichten de media over incidenten. Cameraploegen rukken uit als er iets is gebeurd. Dan gaan de journalisten kijken. Ze praten niet mét, maar óver moslims. Dat versterkt het gevoel dat ze er niet bij horen. Dat is desastreus. Ze moeten weten dat ze welkom zijn – dat ze Brits kunnen zijn én moslim. No problem.”

Bikhu Parekh spreekt op donderdag 10 mei om 16u in het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Zie www.isim.nl. Aanmelden via registration@isim.nl.