Nooit meer scheren

Diana Tromp vaart de komende drie maanden als scheepsredacteur-slash-lichtmatroos mee op een vrachtschip, en doet hiervan verslag

WILDE VAART: de ‘Lida’ bij rustig weer

‘Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn’. Ja ja, dat waren nog es tijden. Gelukkig voor mij zijn die tijden veranderd en kunnen tegenwoordig zelfs grootstedelijke dames op een schip aanmonsteren, om de wereldzeeën te bevaren.

Het was een kleine advertentie in de krant, een zogeheten 1-in-3-mini: ‘scheepsredacteur annex matroos gezocht om voor 3 maanden mee te varen aan boord van een vrachtschip. Zeeziektebestendig. Vaargebied wereldwijd.’ Mijn bloed ging sneller stromen, ik kreeg overal jeuk en sliep slecht die nacht. De mail werd de volgende morgen verstuurd.

Er volgde een geanimeerd gesprek met kapitein Arne, die in niets leek op de twee kapiteins die ik kende: kapitein Iglo en kapitein Haddock. Arne had geen baard, was jong, pezig en liefhebber van Herman van Veen. Gelukkig rookte hij als een ketter.

Arne is één van de eigenaren van de Lida, het schip waar ik zal aanmonsteren. De Lida voldoet wél aan het reclameplaatje dat ik in mijn hoofd heb: 33 jaar oud maar nog strak in de blauw-witte verf. 65 meter lang en een ruim waar 1.400 ton in kan. Ze vervoert project-cargo, whatever that may be.

Ik belde mijn vader: „Pap, ik ga varen.” Hij vond het machtig mooi. Broerlief was iets minder enthousiast: „Hoe weet je nou dat ze geen drugs vervoeren? Misschien is dit wel de laatste keer dat ik je zie.” Ook zuslief maakt zich zorgen: „Ken je die Axa-commercial, met dat bootje in de storm? Ik kan er niet meer naar kijken.”

Lichtmatroos op de wilde vaart – kan dit beroep in mijn paspoort genoteerd worden? En voor de goede verstaander: lichtmatroos slaat niet op ‘lichte zeden’ maar betekent ‘aankomend’. Vrijwel iedereen in mijn omgeving zette vraagtekens bij die uitleg, vooral toen ze hoorden dat naast de Nederlandse kapitein de rest van de bemanning bestaat uit vijf Oekraïners. Hoe ze aan hun reputatie komen is mij een raadsel, maar ik verheug me op de samenwerking met Genovy, Sasja, Nikolay, Alex en Misha. De voertaal is Engels, de goden zij gedankt. Mijn kennis van het Russisch (over Oekraïens héb ik het niet eens) beperkt zich tot drie woorden: perestrojka, glasnost en natuurlijk vvvvvvvodka. Vooral de laatste lijkt me adequaat. O, ik ken nog een vierde: Njet! Kan altijd van pas komen, zeker bij het zoveelste glas vvvvvvvodka.

De voorbereidingen zijn in volle gang. Ik ben me aan het inlezen middels de gedichten van Slauerhoff (‘Nu weet ik: nergens vind ik vree, op aarde niet en niet op zee’). Maarten Biesheuvel en Jan de Hartog liggen al in de koffer. De inentingen zijn gehaald, de visa aangevraagd, het huis onderverhuurd, de iPod aangeschaft en de gansche omgeving is ingelicht. Er is geen weg meer terug. Ik ga aan boord.

Het is als een sneak preview: je hebt de film niet uitgekozen, de trailer niet gezien en de recensies niet gelezen – je kunt je enkel laten verrassen door wat er gaat komen. Zo is het ook met deze reis. ‘Met onbekende bestemming vertrokken’ hoor je wel eens in een politiebericht. Het klinkt mij als muziek in de oren.

Een baard hoef ik niet te kweken, maar wat een heerlijk vooruitzicht: drie maanden mijn benen niet scheren.