Nederlanders

Het correspondeert niet met het nationale gevoel, maar Nederland was deze week nadrukkelijk aanwezig in Europa. Aan de top zelfs. Vijf landgenoten hadden absoluut geen last van de om zich heen klauwende provincialisering. In de eindfase van de Champions League, voor een miljoenenpubliek dus, vertoonden de heren Kuijt, Zenden, Robben, Van der Sar en Seedorf geen greintje pleinvrees. Ze liepen waar ze moesten lopen, alle vijf met hun eigen naturel, dat wel. Maar je kon zien dat ze Europa serieus namen, in elk geval de UEFA. Wereldburgers, door de bal ontdaan van Noord-Zuidgebladerte onder en boven de rivieren. Ontdaan van uiterwaarden.

Toch gek dat Marco van Basten dat niet voor elkaar krijgt.

Bij strafschoppen ontvouwt zich vaak het geestesmerk van de voetballer. Je kan er de monologue intérieur aan aflezen. Vilein, hitsig, nonchalant, tobbend, euforisch: de hele staalkaart van de condition humaine in een flits.

Slim gezien van coach Rafael Benitez om Boudewijn Zenden de eerste strafschop voor Liverpool te laten nemen. Raak! Het was mij, eerlijk gezegd, al een tijd ontgaan dat Boudewijn nog in leven is. Het laatste wat ik hoorde, was dat hij van blessure naar blessure sukkelde. Maar nee, dinsdagavond bleek hij springlevend te zijn. Hij brak zelfs de wedstrijd min meer open, met zijn ouderwetse spurtjes langs de zijlijn.

Zenden was weinig veranderd. Nog steeds stilgezet in het kapsel van de vorige eeuw, tegelijk driftig en nonchalant in zijn bevliegingen. Nu ik hem eindelijk weer eens zag, moest ik aan Jort Kelder denken. Het lijf is weliswaar iets te kort voor bretels, maar aan Quote-bravoure geen gebrek. Het brutaaltje Boudewijn Zenden: twijfel zijn de anderen.

Arjen Robben dus. Hij faalde. De blessuregevoelige vleugelspits zat niet in de wedstrijd. Mag, na een afwezigheid van maanden. In zijn strafschop lag de wankelmoedigheid van een heel seizoen. Nog steeds druipt Robben van de klasse, maar hij geeft steeds vaker de indruk dat de levensvreugde zoek is. Soms denk ik dat hij al jaren een stilgehouden, ondefinieerbaar griepje onder de leden heeft. Arjen spat niet meer, toch niet constant. Bal op de stip: het kon hem niet snel genoeg gaan. Trappen en wegwezen. Weg strafschop dus.

De beslissende penalty was voor Dirk Kuijt. Een Katwijker in de Champions League is al van een ongekend averechts geluk, maar dat een Katwijker zichzelf en Liverpool met een grondscherende schicht de legende in kan schieten, is te gek voor woorden. Dirk Kuijt: ook nog ChristenUnie aan de bal. God houdt het niet voor mogelijk.

Het mooie aan Kuijt is zijn onvervalste gretigheid. Zijn rijtjeshuisgeluk. Zijn vervoering voor het wonder van succes. En dit alles als blonde krullenbol, met een houtje tussen de tanden. Al spreekt hij wel met twee woorden: goedenavond, meneer, dank u, mevrouw. Opvoeding heette dat vroeger. Dat kennen ze in Katwijk nog, de hypocrisie is navenant.

Wat we Kuijt nooit meer mogen aandoen, is hem verzoeken tot een geloofsbelijdenis voor Feyenoord. Dan gaat hij oeverloos slijmen over De Kuip die hem altijd zo heeft toegelachen als een kraambed van geluk. Bestudeerd populisme van een Katwijkse visserman. Feyenoord is voor Kuijt niet veel meer dan een doorstart geweest. Vorig jaar, bij het WK in Duitsland, vertrouwde hij me toe: „Feyenoord is ziek, ik moet weg.” Hij zei ook nog: „Ik moet hogerop.” Terecht.

Kuijt is een antichrist in het moderne voetbal, dat stijf staat van commercie, gekonkel en vicieuze capriolen à la de Beckhams. Dirk zal zijn vrouw niet gauw laten winkelen voor een duizendje of vijftig in de week, terwijl hij wel zielsveel van haar houdt. Ik weet nog, bij de geboorte van zijn eerste kind had hij de voordeur in Katwijk met een waaier roze strikjes behangen. Gespijkerde liefde!

Nog twee Nederlanders maakten deze week de Europese dienst uit: Edwin van der Sar als verliezer, Clarence Seedorf als de nieuwe mediterrane koning. Van der Sar is in alle omstandigheden wie hij is: ingevroren passie. Seedorf is, meer dan ooit, een keten van explosies in passie. En zo te horen ook buikspreker van God en alle beschavingen daaromheen. Als Van Basten niet uitkijkt, wordt ‘professor’ Seedorf op zijn oude dag nog vlag en wimpel van het Nederlands elftal. Clarence zal er dan ongetwijfeld de Verenigde Naties bij halen, en Kant. Vandaar ook het zure mondje van de ongeschoolde Johan Cruijff: „Seedorf deed het wel aardig, in San Siro.”