Na Fortuyn zit elke politicus in het koffiehuis

Wat heeft Pim Fortuyn betekend voor politici? Door hem zijn ze BN’ers geworden. En ze werden onzeker.

Den Haag, 5 mei. - Als politici in Den Haag het over Pim Fortuyn hebben, hebben ze het vaak ook over ‘de geest’. Ze zeggen, nu de LPF uit de Tweede Kamer is, niet meer dat iets „in de geest van Pim” is. Ze zeggen wel: „De geest is uit de fles.” En net als bij de Kamerleden van de LPF die het over de geest van Pim hadden, kan dat van alles betekenen.

D66-leider Alexander Pechtold bedoelt er bijvoorbeeld mee dat politici hun best doen om zo hard en scherp mogelijk te zijn als het gaat over immigratie of integratie van vreemdelingen. „Er is een soort omgekeerde politieke correctheid ontstaan. Niemand durft er nog zijn handen aan te branden. Maar met het debat zijn we geen donder verder gekomen.”

Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie, zegt dat er sinds Fortuyn „bijna permanent” campagne wordt gevoerd in de Haagse politiek. Uit onzekerheid. „Opiniepeilingen zijn de leidraad geworden voor het debat.” Femke Halsema van GroenLinks vindt dat Fortuyn staat voor de doorbraak van het populisme in Nederland. „Dat is nu de mode in Den Haag.” In de ‘oude politiek’, zegt Halsema, ging het op abstract niveau over beleidsproblemen. Nu gaat het over ‘de stem’ van het volk. „Er is geen enkele partij die zich daarvan distantieert. Wouter Bos is twee jaar in een koffiehuis gaan zitten. Maar het geluid van de straat is niet wat er leeft bij het volk.”

Er waren de afgelopen jaren ook Kamerleden die dachten dat ze nu vooral buiten het gebouw van de Tweede Kamer hun werk moesten doen. Ed van der Sande (VVD) bijvoorbeeld, die politicus was geworden omdat hij had gezien hoe andere politici op Fortuyn reageerden – dat kon hij beter. En hij was niet van plan om in de Tweede Kamer urenlang te gaan vergaderen. Maar in Den Haag bleek dat dat wél de bedoeling was. En voor een mooie plek op de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen telde het niet dat hij bijna elke maandag en vrijdag op straat had gestaan om met burgers over politiek te praten. Was er wel iets veranderd in Den Haag?

„Ja en nee”, zegt Paul Kalma, tot eind vorig jaar directeur van het wetenschappelijk instituut van de PvdA en nu Kamerlid. Politici hebben van Fortuyn geleerd dat ze beter moeten luisteren naar burgers, en vooral dat ze „duidelijk moeten terugpraten”. Maar wat Fortuyn veroorzaakte was een revolte, zegt Kalma. En zoals de Amerikaanse historicus James Kennedy beschreef in ‘Nieuw Babylon in aanbouw’ over de jaren zestig: in Nederland reageert de politieke elite daar „plooibaar” op. Kalma: „Revoltes worden ingepakt en dan verdwijnen ze. Dat is ook gebeurd met Fortuyn. Hij zei dat hij werd gedemoniseerd. Maar hij werd omarmd. Je ziet dat partijen in hun opvattingen zijn opgeschoven naar zíjn opvattingen.”

Revolte is het meest gebruikte woord voor de opkomst van Fortuyn in 2002. Frits Spangenberg, directeur van onderzoeksbureau Motivaction, spreekt liever van een revolutie. Wat Fortuyn voor de politiek betekend heeft, zegt hij, is vergelijkbaar met de betekenis van Johan Cruijff voor de sport.

[Vervolg Politici: pagina 3]

Vechten tegen de stoomtrein

„Iedereen is er in zekere mate nog mee bezig. Iedereen heeft wel wat Fortuynuitspraken in zijn bagage.” Oude politiek, zeggen wat je denkt, de ‘puinhopen’. Spangenberg: „Intelligente mensen leren, ze laten zich inspireren. Van Pim Fortuyn kun je zeggen dat hij tot heel veel inspiratie heeft geleid. Niet omdat hij alles zo goed deed. Hij deed ook veel onhandig en suf. Maar hij sprak uit zijn hart, en dat komt niet vaak voor in de politiek.”

Kamerlid Henk Kamp (VVD) noemt de ophef die Fortuyn veroorzaakte „een golfje”. En vooral niet meer dan dat. „Fortuyn is niet wezenlijk van invloed geweest.” Kamp noemt het idee van ‘opvoedondersteuning’, vooral bedoeld voor allochtone ouders. Toen Kamp ermee kwam, in de jaren negentig, noemde een Kamerlid van de PvdA dat „een schandaal”, zegt Kamp. Twee weken geleden schreef een ander Kamerlid van de PvdA, in een opiniestuk in de Volkskrant over Marokkaanse criminele jongens, dat die verplichte opvoedondersteuning er zou moeten komen. Kamp: „Doen ze dat nu omdat het zo is misgelopen in de samenleving of door Fortuyn? Ik denk het eerste.” Voor Kamp zelf was Fortuyn een „stimulans”. „Ik ben me er nog meer van bewust geworden dat je bondig moet formuleren. Het is een kwestie van accenten leggen. Je moet oppassen om niet te veel in nuances terecht te komen. Na een scherpe analyse probeer ik mijn boodschap zo wervend mogelijk te brengen.”

D66-leider Pechtold vond dat Fortuyn generaliseerde en stigmatiseerde. „Maar hij had succes. Daar moet je van willen leren.” Wat Pechtold leerde? „Duidelijkheid, er niet omheen draaien. In debatten zoek ik de tegenstellingen op. Een boze minister is eerlijk.” Pechtold zegt dat hij als minister ook zijn presentatie van buitenstaander – anti-Haags, de politiek noemde hij vuil en vunzig – „in zekere zin” van Fortuyn had geleerd. En hij zag dat het werkt als je jezelf bent. „Professor, homo, dandy. Fortuyn was niet iemand van wie je zou verwachten dat hij wordt geaccepteerd door zijn achterban. Daar heb ik van geleerd dat ik me nooit zal laten restylen.”

Voor Fortuyn hoorde GroenLinks bij het Haagse establishment. GroenLinks, zegt Femke Halsema, heeft de afgelopen jaren geprobeerd om z’n onafhankelijkheid te bewaren. GroenLinks wil anti-populistisch zijn, GroenLinks doet niet mee aan het bashen van de politiek. „Maar het is de vraag of dat de juiste les is”, zegt Halsema. „Electoraal gezien.” Ook de opvattingen van de partij waren volgens Halsema de afgelopen jaren vaak een „expliciete reactie” op ideeën waar Fortuyn mee kwam en die door andere partijen zijn overgenomen. „Vooral over integratie en criminaliteitsbestrijding. Wij zijn heel kritisch op de repressie en culturele blikvernauwing.”

De socioloog Dick Pels noemt Fortuyn „wellicht het eerste echte politieke idool dat Nederland heeft gekend”. In een publicatie van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van Justitie, ‘Vijf jaar na Fortuyn’, schrijft Pels dat Fortuyn zich „via de televisie opnieuw uitvond als politiek personage”. En dat, zegt hij, proberen andere politici nu ook. „Die sterrenpolitiek manifesteert zich in verschillende vormen en types, van Balkenende tot Verdonk. Bij Balkenende is de inhoud gaan overheersen, Verdonk had geen inhoud, alleen stijl.”

Paul Rosenmöller, de vorige fractievoorzitter van GroenLinks, zei een keer tegen Halsema dat het vóór Fortuyn ongebruikelijk was dat een politicus om een handtekening werd gevraagd. Na Fortuyn maakte Halsema mee dat ze tegenover een groep gillende meiden stond. Ze is het echt. „Fortuyn”, zegt Halsema, „speelde met zijn persoon. Je wist bij hem wat de kleur, of de geur, van zijn sperma was. Hij vermengde het BN’er zijn met politiek.” Halsema vindt zichzelf een „ambachtelijk politicus” en bekend zijn hoort daarbij. „Maar nu is er een rechte lijn tussen Gerard Joling en mij.” Daar is niks tegen te doen, denkt ze. „Het is vechten tegen de stoomtrein.”

Met medewerking van Ans Faber