Mijn taak was mensen doodmaken en dat aan anderen leren

Lawrence Dreiband verkoopt thuis wapens aan overheidsagenten.

De Sig 1911

Lawrence T. Dreiband wilde me even geruststellen. Toen we aan de telefoon een tijdstip afspraken, zei hij: „Dan is mijn vrouw er ook. Dus maakt u zich geen zorgen, als dame.”

Prompt stelde ik me een verveloos pand voor, zo’n van God verlaten woning, op een industrieterrein of zo. Met een hoop rommel op de veranda en een bonk van een conservatieve kerel achter de voordeur. Dreiband is een wapenhandelaar zonder winkel. Zijn klanten komen bij hem thuis. Op de achtergrond blafte een hond, die groot klonk.

Dreiband woont in Alexandria, een voorstad van Washington. Alexandria ligt in Virginia, waar de wapenwetten stukken soepeler zijn dan in de hoofdstad. Wie achttien is mag er al een geweer kopen. Wie eenentwintig is een handvuurwapen. Zolang je geen strafblad hebt en nooit in een psychiatrische inrichting bent opgenomen, is dat geen enkel probleem.

Van al die laagdrempelige wapenhandelaren zit Lawrence Dreiband het dichtst bij. Via de veertiende straat rij je de rivier over, een stukje rechtdoor, een afslag of vijf later de snelweg af. Tweeëntwintig minuten. Het blijkt gewoon een rijtjeshuis te zijn. Deze man verkoopt ongeveer vierhonderd vuurwapens per jaar op een woonerfje en dat mag.

Hij oogt oud, breekbaar, loopt met een stok en heeft een uitstekende reputatie. Dreiband, een ingenieur van 69 jaar, is gepensioneerd manager bij de metro van Washington. Hij ging er over alle techniek zonder wielen: de liften, de kaartjesmachines, de toegangspoortjes. Daarvoor vocht hij in Vietnam als lid van de elite-eenheid Special Forces, de Groene Baretten.

„Mijn taak was mensen doodmaken en anderen leren om mensen dood te maken.”

„Hoe leer je dat?”

„Als je iemand dood wilt kunnen maken, moet je nooit denken dat je iemand dood gaat maken.”

O ja.

In Vietnam vermoordde hij zodoende meer mensen dan hij heeft willen onthouden.

Als hij nu over wapens praat, is hij de ingenieur. Terwijl zijn vrouw zich doof houdt in de woonkamer, vertelt Dreiband in de open keuken lyrisch niet over doden, maar over de schoonheid van een mechaniek.

In Alexandria wonen ambtenaren en lobbyisten. Het leek dus waarschijnlijk dat in Washington veel wapens van Dreiband worden rondgedragen.

Ja, zegt hij. Al moet je hier eerst je rijbewijs laten zien. Woon je in Alexandria, dan is er niets aan de hand. Maar ben je een inwoner van Washington, dan mag ik je niets verkopen. Tenzij je een speciale vergunning hebt.

De procedure: als het rijbewijs in orde is vul je samen met Dreiband de registratieformulieren in. Dan belt hij met de staatspolitie van Virginia, waar ze de gegevens met computers verifiëren. Als ze daar toestemming voor de verkoop geven, is de zaak rond. Het gebeurt allemaal aan de houten keukentafel waaraan we nu zitten.

Ongeveer de helft van zijn clientèle bestaat uit overheidsagenten uit Washington: „Secret Service, Diplomatic Security Service, Drug Enforcement Administration, Border Patrol, Coast Guard.” Zij dragen een dienstpistool en mogen wapens kopen. Het dienstpistool is meestal een Glock. Maar overheidsagenten houden niet van Glocks. Die willen een zwaarder kaliber: de Sig 1911.

„Het is ook een kwestie van mode. De Sig is hip.”

„Dus als ze in werktijd een pistool moeten trekken pakken ze niet de Glock maar de Sig? En dat mag?”

„Ja. En dat mag.”

Nu legt hij zo’n Sig in mijn hand en boem, de hand valt op tafel.

„Oe!”

„Ja, het is ook wel een zwaar ding.”

„En eng ook!”

Dreiband schudt zijn hoofd.

„Dus jij hebt echt nog nooit een wapen vastgehouden? Ongelooflijk.”

Hij noemt me typisch een buitenlander, legt de Sig nu midden op tafel en zegt: „Als jij wapens eng vindt, dan gaan we nu dus even zitten wachten totdat deze Sig iemand doodschiet.”

We zwijgen. Hij houdt het langer vol.

„Ja ik snap het. Maar moordcijfers gaan omhoog als mensen wapens dragen.”

„En als iemand met een wapen je huis binnenkomt en je probeert dood te maken? Wat doe jij dan?”

„Eh, schreeuwen?”

„En wat word je dan?

„Het slachtoffer, denk ik.”

Hij knikt misprijzend.

Amerikanen hebben, als ze praten over het recht een wapen te dragen, altijd de mond vol van vrijheid.

„Maar waar het echt om gaat is jullie onvermogen een slachtoffer te worden.”

„Exactly.”

Nog een keer, zei hij toen geduldig. Toe. Niet bang zijn. Hand open. Nu met je ogen dicht. Dan proberen we het nog eens.