Jurykeuze World Press Photo soms duister

In de Amsterdamse Grote Kerk hangen tweehonderd foto’s die elk een prijs hebben gewonnen in een van de vele categorieën van World Press Photo. Niet elke foto blijft overeind.

De Franse fotograaf Meyer maakte deze foto ‘Tendance Floue’ in een mobiele bioscoop. Derde prijs Kunst & Entertainment/ Stories Foto Meyer CNA Cinema Numerique Ambulant Village de Assogbemou-Daho Benin 30/04/06 Traveling digital cinema Village Assogbemou-Daho Benin 30/04/06 MEYER/Tendance Floue

De Olympische Spelen voor fotojournalisten wordt de jaarlijkse World Press Photo-competitie wel genoemd. Alle grote gebeurtenissen van het voorafgaande jaar passeren er de revue, vastgelegd door de beste fotografen. Dé persfoto van het jaar, het ‘koningsnummer’, is verzekerd van wereldwijde publiciteit.

Ondanks die status en de kwaliteit van de deelnemers wil de tentoonstelling nog wel eens tegenvallen. Zo ook dit jaar. Vijfendertig panelen aan weerszijden bedrukt met foto’s en bijschriften, opgehangen tussen fragiele paaltjes. Het staat er maar verloren bij in de monumentale ruimte van de gotische Grote Kerk in Amsterdam. Helemaal onbegrijpelijk is het niet: van de expositie worden meer exemplaren gemaakt die op wereldwijde tournee gaan en zoiets vereist nu eenmaal handzame functionaliteit. Maar mooi is anders.

Datzelfde geldt voor de uniforme witte panelen waarop de eerste, tweede en derde prijswinnaars hun afgemeten plekje krijgen in de tien door WPP onderscheiden fotocategorieën (van Natuur en Sport tot Portret, van Hard nieuws tot Mensen in het nieuws; dat alles weer onderverdeeld in series en individuele foto’s). Dicht op elkaar gepakt zitten foto’s elkaar niet aleen voortdurend in de weg, het stramien verleent onvermijdelijk iedere gebeurtenis eenzelfde soortelijk gewicht. Vandaar dat je ondanks de springerigheid die de fotojournalistiek van nature eigen is – kopstoot van Zidane, schoonheidswedstrijd voor bejaarden, ontruiming hier, demonstratie daar – al na enkele panelen het gevoel krijgt overal hetzelfde te zien. Zelfs de onderscheiden categorieën kunnen daar niets aan veranderen. Op papier mag het onderscheid tussen ‘soorten’ fotonieuws er dan logisch uitzien, de werkelijkheid laat zich er moeilijk in vangen. Confrontaties met leger of politie, ook in 2006 weer veelvuldig verslagen, kunnen zowel Hard nieuws heten of Mensen in het nieuws, zoals er niet alleen portretten te vinden zijn in de categorie met die naam maar bijvoorbeeld ook in Sport.

Tweehonderd foto’s zijn in de expositie beland, gemaakt door 60 fotografen uit 23 landen. Je zou kunnen zeggen dat er opvallend weinig foto’s uit Irak te zien zijn en zoals gebruikelijk weer veel uit hongerend Afrika en ruziënd Midden Oosten. Ook zou je kunnen vermoeden dat journalisten meer dan voorheen artistieke perspectieven in hun foto’s toepassen. De Amerikaan Jon Lowenstein bijvoorbeeld die zijn serie over Chicago’s verfomfaaide South Side gestalte geeft met een stormachtig schimmig havenzicht of een dreigende schaduw die weinig overlaat van de naakte stripteasedanseres die het eigenlijk onderwerp van zijn foto vormt. Of neem de Fransman Meyer wiens uniforme portretten van bezoekers van een mobiele Afrikaanse bioscoop een conceptueel kunstwerk doen vermoeden en de Spanjaard José Cendón die kleurige kleurige close-ups maakte in de enige psychiatrische kliniek in Burundi; foto’s die een museummuur zouden kunnen sieren. Maar dergelijke conclusies worden vertekend door de juryselectie die aan de expositie vooraf is gegaan. Hooguit zou je kunnen zeggen dat de jurerende vakgenoten er dit jaar oog voor hadden. En wat dat jury-oog betreft: het kijkt ook dit jaar weer op soms ondoorgrondelijke wijze.

Waarom zou Oded Balilty een eerste prijs (Mensen in het nieuws) hebben gekregen voor een foto van een joodse koloniste die in haar eentje een compleet peloton politie wil tegen houden en Yonathan Weizmann slechts een derde (Hard Nieuws) voor zijn serie waarin even later die dag de wapenstokken neerkletteren op de hardleerse kolonistenhoofden?

Zoals het ook onbevattelijk is dat de Noor Espen Rasmussen een magere derde plaats kreeg (afdeling Mensen in het Nieuws, onderafdeling Stories) voor een overzichtsfoto, gemaakt in het Pakistaanse bergdorp Balakot dat in 2005 zwaar getroffen werd door een aardbeving. Duizenden mensen staan erop, knielend in de open lucht tijdens het vrijdaggebed. Ondanks de afstand kun je de her en der in rijtjes opgestelde schoenen tellen. Het is een ontroerende foto waarop in één oogstrelende beweging devotie, erbarmelijkheid en uithoudingsvermogen zijn vastgelegd.

Rasmussens foto’s (hij maakte er meer) onttrekken zich net als die van Lowenstein, Cendón en Meyer aan de sfeer van uitersten en calamiteiten die de fotojournalistiek eigen is. En ze blijven overeind in een tentoonstelling die foto’s eerder egaliseert dan onderscheidt. Dat laatste zegt misschien wel meer over hun kwaliteit dan het feit dat ze een prijs kregen.

World Press Photo Tentoonstelling. T/m 17 juni Oude Kerk, Oudekerks- plein 23, Amsterdam. Ma t/m za 10u30-17u30.