In Groot-Brittannië zijn plastic tassen ineens groot nieuws

„Nee bedankt, ik heb al een tas.” De jongen achter de kassa staart glazig voor zich uit terwijl hij een plastic zak van de stapel plukt en hem openvouwt. „Nee bedankt, ik heb al een tas,” probeer ik, iets luider. De jongen begint onverstoorbaar mijn boodschappen in het onbruikbare, veel te dunne plastic zakje te stoppen. „Ik hóef geen zakje”, blèr ik dan, en hij schrikt op uit de automatische piloot. Donkere ogen vol onbegrip en ergernis staren mij aan. Je ziet de gedachten door zijn hoofd flitsen. Ben ik soms een agressieve gek? Moet hij iets ondernemen? Hij was net zo lekker aan het dagdromen. Dan komt de conclusie dat ik een irritante zonderling ben, en chagrijnig begint hij mijn boodschappen weer uit te pakken.

Dit rollenspel maak ik zes, acht, tien keer per week mee in Londen. Natuurlijk zijn er kleine variaties, afhankelijk van het soort winkel, en van hoe snel ik ben. In de grote supermarkten is het het deprimerendst. Daar zijn de kassières niet de razendsnelle tienermeisjes die we in Nederland hebben, vlot en efficiënt in hun bijbaantje op weg naar een interessantere toekomst. Nee, in Londen tref ik in de grote supermarkten veelal mannen achter de kassa van in de twintig, dertig of nog ouder. Het zijn overduidelijk immigranten, meestal uit exotische streken, immer geestelijk afwezig, en overduidelijk helemaal nergens naar op weg. Ze hebben dan ook he-le-maal geen haast. En het liefst pakken ze je boodschappen in in de volgorde waarin die van de band rollen. Dus: eerst een doosje aardbeien. Daar bovenop twee kilo aardappels. Nieuwe tas. Een beker yoghurt. Daarbovenop een pak wc-papier. Nieuwe tas. Eén enkel potje jam.

In Groot-Brittannië worden jaarlijks 17 miljard gratis plastic tasjes uitgedeeld. Dat is het topje van de ijsberg: het land gaat gebukt onder de enorme hoeveelheden (zwerf-)afval die worden geproduceerd, en het gebrek aan maatregelen ertegen. Waar een stad als Frankfurt honderd miljoen euro uitgeeft aan stadsreiniging, moet het even grote Manchester het doen met zo’n 12 miljoen euro per jaar. In heel Engeland worden ongeveer 500 boetes voor afval uitgedeeld per jaar. In Amsterdam zijn dat er 7.000. Geen wonder dus dat Newsnight-presentator Jeremy Paxman onlangs in The Guardian in een ingezonden tirade tegen het afval de Britten „a uniquely sordid people” noemde. En schrijver Ian Sinclair, Londens grootste voorstander en verdediger, noemde de stad al „het epicentrum van Britse rotzooi”.

Wat mij als buitenstaander het meest verwondert is hoe makkelijk de situatie wordt afgedaan als onvermijdelijk en dus onveranderlijk. Als er één supermarkt geld in rekening gaat brengen voor de tasjes, zullen alle klanten naar een andere supermarkt overstappen, heb ik hier heel verstandige mensen met de grootste vanzelfsprekendheid horen beweren. Alsof dat een optie is, met het Londense transportsysteem! En toen Ierland een belasting invoerde op plastic tasjes – een uitstekend idee dat deze week ook werd geopperd door de Nederlandse minister Cramer van milieu – daalde het gebruik van die tasjes met 90 procent.

Een aantal maanden terug riep de Britse minister van milieu, Ben Bradshaw, burgers op om de overdaad aan verpakkingsmateriaal al bij de kassa van hun aankopen af te peuteren en in de supermarkten achter te laten, zodat die wel zouden worden gedwongen iets aan het afval te doen. Het was een sympathieke anarchistische oproep, al had de minister misschien ook een wettelijke maatregel kunnen treffen om de vervuiling tegen te gaan. Behalve de journalisten die er massaal op uit trokken om de reacties in supermarkten te testen voor hun repo’s, heb ik hier overigens geen enkele klant gevolg aan zien geven.

Maar plastic tassen zijn opeens groot nieuws hier. Terwijl er door tal van instanties, waaronder de Britse krant The Independent, campagne wordt gevoerd tegen afval in het algemeen, blijven plastic tassen – die maar een klein deel uitmaken van de afvalberg – immers het ultieme symbool van Westerse overconsumptie.

Sinds afgelopen maandag is het plaatsje Modbury in Devon, een gehucht van 760 huishoudens, gedurende zes maanden een plastic tas-vrije zone. De 43 winkeliers van het plaatsje hebben samen afgesproken hun waren in die periode uitsluitend in papier of stof te verpakken. De handelaren hebben 2.000 officiële ‘Modbury’ katoenen tassen besteld in India. Ze kosten £ 3.95 en zullen volgens commentatoren wel snel collector’s items worden.

En daar stuiten we op een uiterst Britse oplossing. Wat kun je tenslotte doen in een land waar über-modieuze shoppers zelfs de duurste leren tassen ieder seizoen weer verruilen voor een nieuw exemplaar? Je maakt een It-bag! (Een tas die iedereen moet hebben.) Vorige week woensdag had supermarktketen Sainsbury’s tassen van de Britse ontwerpster Anya Hindmarch in de verkoop. Zij maakte samen met de organisatie We Are What We Do duurzame katoenen tasjes met de opdruk ‘I’m not a plastic bag’, die al aan de arm van menig celebrity waren gespot.

Zodoende stonden bij sommige winkels de klanten al vanaf 2 uur ’s nachts in de rij voor de tasjes, die £ 5 kostten. Ze kregen van de supermarkt volgnummers uitgedeeld. Vóór negen uur ’s ochtends waren alle 20.000 stuks uitverkocht. Dezelfde tassen waren al gekozen als officiële goodie-bag voor de gasten van de Vanity Fair Oscar-party, en ze zijn inmiddels gesignaleerd op eBay voor £ 175.

Kopers zouden daar wel eens spijt van kunnen krijgen. Sinds vorige week is er hier namelijk alweer een nieuwe It-bag gesignaleerd. Een Californische ontwerpster maakte een parodie op de Hindmarsh-tassen die nog duurder is dan het origineel, £ 15. Maar dan heb je wel mooi het opschrift: ‘I’m not a smug twat’ (‘ik ben geen zelfingenomen trut’). Niets zo kort houdbaar als een duurzame It-boodschappentas, tenslotte.

Corine Vloet