'Ik zie mij gedompeld in eene be klaaglijke omstandigheijd'

In The National Archives in Londen liggen duizenden Nederlandse brieven uit de 17de en 18de eeuw. Ze zijn geschreven uit Nederland naar verre gewesten en terug, en werden ooit buitgemaakt door Engelse kapers. Roelof van Gelder deed in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek onderzoek naar deze vergeten post en selecteert elke maand een brief voor M.

Edele Grootachtbare Heeren

Mijne Heeren De Representant van Zijne Doorlugtigste Hoogheijd en Bewindhebberen van de Generaale Geoctrooieerde West Indische Compagnie, ter Praesidiale kamer.

Amsterdam, per Capitein Cart van Wijtmantel

D.G.G. [met vriend die God geleide]

Curaçao 14 Januari 1783

Edelgrootachtbaare Heeren!

Neeme bij deezen de vrijheid, door hooge nood gedrongen, mij te keeren tot Uwe Edelgrootachtbaren en aan hoogst deselven mijnen deplorabelen toestand open te leggen, verhopende dat Uwe Edelgrootachtbaren mogen bewogen worden mij in mijn lijden eenig soulaas toe te voegen.

Proximo october aanstaande sal het 30 jaren worden dat ik de eere hebbe Uwe Edelgrootachtbaren te dienen in qualitijt als excijnsmeester alhier en heb althoos met veel trouw, ijver en vigilantie in mijn post gefungeerd, zoo als ik nog continueere.

Echter ondervinde ik dat ik met mijn toenemend huijsgesin, bestaande in eene deugdsaamen huijshoudende vrouw, en reeds ses kinderen allengskens tot armoede geraakte, kunnende het zelve van mijn sobere inkomste van f 25.-.- 's maands, en een randsoen 's weeks niet langer voorsien van behoorlijk voedsel en burgerlijke kleeding. Waar bij nogh komt dat de ontfangste der excijnsen thans seer gering is.

Geen vriend oft kennis in Holland hebbende om bij aanstaande promotien mijn avancement te besolliciteeren heb ik het ongeluk van telkens voorbij gegaan te worden.

Hebbe ook dat wijnige door mij en mijne huijsvrouwe bij het aangaan van ons huwelijk te samen gebragt nu reeds tot maintien van onse huijshouding bij ingeschoten. Zoo dat ik mij met vrouw en kinderen gedompeld siet in eene beklaaglijke omstandigheijd in een tijd als nu, dat de leevensmiddelen seer duur sijn, waaromme ik te raade ben geworden mij tot uw Edelgrootachtbaren te wenden.

Ootmoedig versoekende dat 't uwe Edelgrootachtbaren behage bij vacature van

eenige voordeeligen ampten als dat is, welke ik d'eere hebbe te bekleeden, ook op

mijn avancement bedagt te sijn, en in tusschen mij te begunstigen met nog een

randsoen, bij dat eene welke ik geniete. Hierdoor zal ik in mijn bedruktheijd nog

eenig zoulaas hebben.

Waar meede Uw Edelgrootachtbaren beveelen in Godes dierbaare protectie

noemende mij met d'uijterste eerbied en hoogagting, Edelgrootachtbaare Heeren

Uwe Edelgrootachtbaren onderdanigste gehoorsaamste dienaar

Pieter Pletsz, Excijnsmeester

Hertaling en foto brief: Roelof van Gelder