Hoe het Westen de derde aanvalsgolf op Europa en het christendom moet afslaan

Er tekent zich een krachtmeting af met als inzet de vraag of Europa wordt geïslamiseerd. Terreur en migratie zijn de wapens van moslims. Het beste antwoord daarop zijn kennis en vrijheid.

Bernard Lewis

Historicus, gespecialiseerd in het Midden-Oosten. Auteur van onder andere ‘‘What went wrong? The clash between Islam and modernity in the Middle East’ en ‘The crisis of Islam: holy war and unholy terror’.

Een fanatieke, vastberaden islamitische minderheid is ervan overtuigd dat de derde golf van de aanval op het christendom en Europa is begonnen.

De eerste golf vond plaats in de beginjaren van de islam, toen het nieuwe geloof vanuit zijn geboortegrond op het Arabisch schiereiland het Midden-Oosten en andere gebieden overspoelde. In die golf hebben de moslims Syrië, Palestina, Egypte en Noord-Afrika veroverd – die toentertijd allemaal tot de christelijke wereld behoorden – en zijn ze bovendien Europa binnengedrongen. Ze veroverden een aanzienlijk deel van Zuidwest-Europa, waaronder Spanje, Portugal en Zuid-Italië, en zijn zelfs de Pyreneeën overgestoken en hebben een tijdlang delen van Frankrijk bezet.

De tweede golf was niet het werk van Arabieren en Moren, maar van Turken en Tataren. Halverwege de dertiende eeuw werden de Mongoolse veroveraars van Rusland bekeerd tot de islam. De Turken, die Anatolië al hadden veroverd, drongen Europa binnen en namen in 1453 het christelijke bolwerk Constantinopel in. Ze veroverden grote delen van de Balkan en hebben een tijdlang half Hongarije in hun macht gehad. Tweemaal zijn ze tot Wenen gekomen, dat ze in 1529 en nogmaals in 1683 hebben belegerd. Zeerovers uit Noord-Afrika hebben verscheidene plaatsen in West-Europa overvallen, bijvoorbeeld, in 1631, het Ierse Baltimore; het verste punt dat ze bereikt hebben is IJsland.

De derde golf neemt een andere gedaante aan: terreur en migratie. Het onderwerp terreur is veelvuldig en tot in de kleinste details behandeld. Hier gaat het mij om het andere aspect, dat op dit moment voor Europa relevanter is – de migratie.

In het verleden was het ondenkbaar dat een moslim uit vrije wil zou verhuizen naar een niet-islamitisch land. Islamitische juristen hebben zich in de studie- en handboeken van de shari’a omstandig verdiept in de vraag of het voor een moslim geoorloofd is om in een niet-islamitisch land te wonen of het zelfs maar te bezoeken – en over wat hij moet doen als hij in een niet-islamitisch land terechtkomt.

Men onderscheidde verschillende gevallen. Een (krijgs)gevangene heeft vanzelfsprekend geen keus, maar hij moet zijn geloof trouw blijven en zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Het tweede geval is dat een ongelovige in het land van de ongelovigen het licht ziet en overgaat tot het ware geloof – hij wordt moslim. Ook hij moet zo spoedig mogelijk vertrekken naar een islamitisch land.

Ten derde zijn er de bezoekers. Lange tijd was het vrijkopen van gevangenen de enige legitieme reden voor een bezoek aan een niet-islamitisch land. Later werd dit ook toegestaan voor diplomatieke en handelsmissies.

Toen de Europese tegenaanval terrein won, werd dit debat uitgebreid met een nieuw thema: hoe staat het met moslims wier land wordt veroverd door ongelovigen? Mogen zij blijven of moeten zij vertrekken?

Er zijn enkele interessante documenten van eind vijftiende eeuw, toen de herovering van Spanje voltooid was en Marokkaanse juristen zich over die kwestie bogen. Globaal was het antwoord dat het moslims niet geoorloofd is te blijven.

Maar als de nieuwe christelijke heersers nu verdraagzaam zijn? Dat was in die situatie een zuiver hypothetische kwestie. Evengoed luidde het antwoord ‘nee’; zelfs dán mogen moslims niet blijven, omdat de verleiding om van hun geloof te vallen dan nog groter zou zijn. Zij moeten het land verlaten, en hopen dat zij mettertijd hun moederland zullen heroveren en het ware geloof herstellen.

Zo dachten de meeste juristen erover. Anderen – aanvankelijk een minderheid, later een grotere groep – achtten het toelaatbaar voor moslims om te blijven, mits aan bepaalde voorwaarden was voldaan: in hoofdzaak dat zij hun geloof mochten praktiseren. Daarmee rijst een nieuwe vraag: wat houdt het praktiseren van het geloof precies in?

Hier zij eraan herinnerd dat wij niet alleen te maken hebben met een andere religie, maar ook met een andere opvatting van religie, speciaal met betrekking tot wat moslims de shari’a, de heilige wet van de islam, noemen. De shari’a bestrijkt veel zaken die in de christelijke wereld al in de Middeleeuwen als seculier werden beschouwd, en dat geldt zeker vandaag, in wat sommigen het postchristelijke tijdperk van de westerse wereld noemen.

Uiteraard heeft het huidige Europa moslims veel te bieden, zoals werkgelegenheid en sociale voorzieningen, met name gezien de toenemende economische verarming van de islamitische wereld. Zij hebben er bovendien vrijheid van meningsuiting en van onderwijs, die zij thuis ontberen. Dat is trouwens ook een belangrijk motief voor migrerende terroristen. Zij hebben in Europa, en tot op zekere hoogte ook in Amerika, een veel grotere vrijheid om voorbereidingen te treffen en actie te ondernemen dan in de meeste islamitische landen.

De kwestie van assimilatie

Ook assimilatie is dezer dagen een veelbesproken onderwerp. In hoeverre kunnen islamitische immigranten die zich in Europa, Noord-Amerika of elders hebben gevestigd, in die landen opgaan, net als zoveel eerdere golven immigranten?

Om die vraag te kunnen beantwoorden dienen wij ons te verdiepen in de fundamentele verschillen tussen wat precies bedoeld wordt met ‘assimilatie’ en ‘aanvaarding’. Op dit punt bestaat een direct en evident verschil tussen de situatie in Europa en die in Amerika. Een immigrant die Amerikaan wordt, doet een politieke keuze. Een immigrant die Fransman of Duitser wordt, krijgt een nieuwe etnische identiteit.

Het is veel gemakkelijker en praktischer om een politieke keuze te doen dan van etnische identiteit te veranderen; dit geldt zowel voor hoe je het zelf ervaart als voor de mate waarin je wordt geaccepteerd.

Het maakt ook veel uit wat je verstaat onder religie. Voor moslims vallen zaken als huwelijk, echtscheiding en erfenissen onder de shari’a. In de westerse wereld – de christelijke wereld – zijn dat al sedert de Oudheid wereldlijke aangelegenheden. Het onderscheid tussen kerk en staat, geestelijk en wereldlijk, leken en religieuzen is een christelijk onderscheid dat in de islamitische geschiedenis geen rol speelt en dat derhalve tot op heden aan moslims moeilijk uit te leggen valt. Tot voor kort hadden zij er zelfs geen woorden voor.

Wat zijn de Europese reacties op deze situatie? Net als in Amerika wordt in Europa nogal eens gereageerd op een manier die nu eens ‘multiculturalisme’ en dan weer ‘politieke correctheid’ wordt genoemd. Dergelijke remmingen zijn in de islamitische wereld onbekend. Men is zich daar zeer van zijn identiteit bewust. Men weet wie men is, wat men is en wat men wil – iets wat wij verregaand lijken te zijn kwijtgeraakt. Dit is een bron van kracht voor de een, van zwakte voor de ander.

De kwestie van de verdraagzaamheid

Tot slot is er de kwestie van de verdraagzaamheid. Aan het einde van de eerste fase van de herovering door de christenen, toen Spanje, Portugal en Sicilië waren heroverd, konden de moslims – die inmiddels talrijk waren in de heroverde gebieden – kiezen tussen doop, ballingschap of de dood. In de voormalige Ottomaanse gebieden in het zuidoosten van Europa waren de leiders van wat je de herovering zou kunnen noemen wat soepeler, maar niet veel soepeler. In enkele Balkanlanden zijn wat islamitische minderheden achtergebleven – wat tot op heden problemen geeft in Kosovo en Bosnië.

Vergelijk dit eens met de behandeling die christenen en andere niet-moslims in die tijd in islamitische landen ondervonden. Toen er moslims naar Europa kwamen, rekenden zij op een zekere mate van verdraagzaamheid. Wat zij ondervonden week sterk af van hun verwachtingen.

Na aankomst in Europese landen kregen zij enerzijds meer en anderzijds minder dan ze hadden verwacht. Ze kregen meer in de zin dat ze in theorie, en vaak ook in de praktijk, gelijke politieke rechten kregen, gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, alle zegeningen van de verzorgingsstaat, vrijheid van meningsuiting en ga zo maar door.

Tegelijkertijd kregen zij minder dan ze in de traditionele islamitische landen hadden gegeven. In het Ottomaanse Rijk was het bijvoorbeeld zo dat niet-islamitische gemeenschappen afzonderlijke organisaties hadden en hun eigen zaken regelden. Zij inden hun eigen belastingen en handhaafden hun eigen wetten. Er waren ettelijke christelijke gemeenschappen, die elk hun eigen leiders hadden en door de staat werden erkend. Die gemeenschappen hadden hun eigen scholen en onderwijsstelsel, en regelden huwelijken, echtscheidingen, erfenissen en dergelijke volgens hun eigen wetten. Voor de joden gold hetzelfde.

Dat betekende dat aan dezelfde straat drie mannen – een jood, een christen en een moslim – konden wonen, wier bezittingen na hun overlijden volgens drie verschillende rechtstelsels zouden worden verdeeld. Een jood kon door een rabbinaal gerechtshof worden gestraft; hij kon hechtenis krijgen wegens schending van de sabbat, of omdat hij niet gevast had op Jom Kipoer. Een christen kon worden gearresteerd en hechtenis krijgen wegens bigamie. Bij de christenen was bigamie verboden, maar onder islamitisch of Ottomaans bestuur was het geen misdrijf.

Die mate van onafhankelijkheid bezitten islamitische immigranten in moderne staten in hun sociale en juridische leven niet. Gezien de aard van de moderne staat viel dat ook niet te verwachten, maar zo zien zij het niet. Zij vinden dat zij recht hebben op wat zij zelf hebben verleend. Een islamitische vriend van me in Europa zei het zo: „Wij hebben jullie toegestaan monogamie te beoefenen; waarom zouden jullie ons dan niet onze polygamie toestaan?’’

Dergelijke kwesties werpen belangrijke vraagstukken van meer praktische aard op. Heeft een immigrant die toestemming krijgt om naar Frankrijk of Duitsland te komen niet het recht om zijn gezin mee te brengen? Maar wat is precies zijn gezin? Steeds vaker eisen – en krijgen – zij toestemming om meer dan één echtgenote mee te brengen.

Een andere buitengemeen gevoelige kwestie, is de positie van de vrouw, die uiteraard heel verschillend is in de christelijke en de islamitische wereld. Dit is zelfs van oudsher een van de voornaamste verschillen tussen deze samenlevingen.

Zal de derde golf slagen?

Is driemaal scheepsrecht? Uitgesloten is het niet. Op sommige punten zijn de islamitische immigranten duidelijk in het voordeel. Zij zijn bezield en overtuigd – eigenschappen die in de meeste westerse landen zwak of afwezig zijn. Zij zijn overtuigd van de juistheid van hun zaak, terwijl wij het grootste deel van onze tijd bezig zijn onszelf af te kraken en weg te cijferen. Zij kennen trouw en discipline en zij hebben – wat misschien wel het belangrijkst is – de demografische ontwikkeling aan hun kant. De combinatie van natuurlijke groei en migratie die ingrijpende veranderingen in de samenstelling van de bevolking teweegbrengt, zou in de afzienbare toekomst kunnen leiden tot meerderheden in althans enkele Europese steden of zelfs landen.

Maar ook wij beschikken over enkele voordelen, met als belangrijkste kennis en vrijheid. Een samenleving die in een vrij ver verleden haar sporen heeft verdiend op wetenschappelijk gebied, is uiteraard gevoelig voor de lokroep van moderne kennis. Zij is zich scherp en pijnlijk bewust van haar relatieve achterstand, en verwelkomt de gelegenheid om deze weg te werken. Minder prominent maar niet minder krachtig is de lokroep van de vrijheid. In het verleden werd het woord vrijheid in de islamitische wereld niet gehanteerd in politieke zin. Vrijheid was een juridisch begrip. Je was vrij als je geen slaaf was.

‘Vrijheid’ en ‘slavernij’ waren geen metaforen voor goed en slecht bestuur, zoals in de westerse wereld sedert lang gebruikelijk is. De termen waarmee zij goed en slecht bestuur aanduidden waren ‘gerechtigheid’ en ‘onrecht’. Een goed bewind is een rechtvaardig bewind, een bewind waaronder de Heilige Wet – inclusief de beperkingen die deze oplegt aan het soevereine gezag – strikt wordt gehandhaafd.

In theorie en – tot het aanbreken van de moderne tijd – in aanzienlijke mate ook in de praktijk verwerpt de islamitische traditie uitdrukkelijk ieder despotisch, tiranniek bewind. Leven in gerechtigheid komt het dichtst bij wat wij vrijheid zouden noemen. Intussen wint de westerse opvatting van de vrijheid terrein. Ze wordt meer en meer begrepen, meer en meer gewaardeerd en meer en meer begeerd. Zij biedt op den duur onze beste, misschien zelfs onze enige hoop om de krachtmeting die zich thans aftekent te overleven.

©Global Viewpoint