Het retired husband syndroom: hoe een gepensioneerde man kan veranderen in een ouwe zeur

De vitaliteit van de babyboomer heeft een keerzijde die aan het licht komt zodra hij stopt met werken. Bij gebrek aan zinvolle invulling van zijn leven begint hij dan zijn vrouw lastig te vallen. Stefanie Vermeulen signaleert het ‘retired husband syndroom’ ook in vergrijzend Nederland

‘Hij is helemaal doorgedraaid sinds hij met pensioen is. Hij is chagrijnig, agressief zelfs. Je herkent hem niet meer terug.” We hebben het tijdens een etentje over de vader van een vriendin. „Tegen zijn dochter die wilde trouwen heeft hij gezegd dat hij niet op haar huwelijk komt. ‘Je vriend is een nietsnut!’, riep hij.” Het gaat niet goed met de gepensioneerde vader, besluiten we. Zelf vindt hij dat er niets aan de hand is. Hij is met pensioen, eindelijk vrij.

Ik leg het voor aan mijn moeder, leeftijdgenoot van de doorgedraaide vader. Ze knikt begrijpend en barst vervolgens los over de mannen van haar vriendinnen, ook net gestopt met werken. Dat het bemoeials zijn. Dat ze commentaar hebben, op de witte en bonte was, en op het hoogglansbijzettafeltje, dat zo vlekt als de vrouw er met haar vingers aan zit. De vriendinnen kunnen niet eens meer ongestoord een bakje koffie drinken met elkaar, want híj zit er altijd bij. Voor alle duidelijkheid, we hebben het over mannen die onlangs met pensioen of de vut zijn gegaan; de fitte, vitale babyboomer, vol levenslust, passie en inspiratie.

Maar het lijkt wel op dat syndroom in Japan, dat net als Nederland met vergrijzing kampt: het ‘retired husband-syndroom’, ziekteverschijnselen met als oorzaak een gepensioneerde echtgenoot. De Japanse vrouw wordt stapelgek van haar man, die na een hectisch arbeidsera, ineens de hele dag thuis is. Het leidt tot extreme stress bij de Japanse vrouw, die haar man als een indringer in huis ziet, tot dan toe haar domein. Ze krijgt huiduitslag, buikpijn, berooft zich soms zelfs van het leven. Zestig procent van de Japanse vrouwen boven de zestig zou eraan leiden, volgens onderzoeken.

Zou het syndroom ook toeslaan in vergrijzend Nederland? Tussen nu en 2038 zal het aantal 65-plussers toenemen van 2,4 naar 4,3 miljoen. Een kwart van de zeventien miljoen Nederlanders is dan 65 jaar of ouder, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een vitale generatie, boordevol plannen. Maar ook grotendeels de generatie waarbij de man traditioneel werkte en de vrouw de opvoeding en het huishouden deed. Net als in Japan.

Kees Klinkhamer, emeritus hoogleraar medische faculteit Universiteit Utrecht, nu adviseur in de vergrijzingsproblematiek, maakt zich inderdaad zorgen. En hoewel hij de eerste vrouw nog moet tegenkomen die huiduitslag heeft door de pensionering van haar man, zegt hij: „Het retired husband syndroom komt hier ontzettend veel voor. Dat hoor ik, zie ik, steeds meer nu de vergrijzing begint. De man zit ineens de hele dag thuis. Hij is vitaal, maar hij kan zijn energie niet kwijt, want hij heeft niets wezenlijks te doen. Dus gaat hij zich met het huishouden bemoeien. Dan zegt hij tegen zijn vrouw dat ze niet de aardappelen van één euro vijftien moet kopen, maar die van vijfennegentig cent. Vrouwen worden er gék van.”

Eens zien of de statistieken iets melden over het syndroom. Het CBS laat in 2005 ten opzichte van 2004 een plotselinge stijging van tweehonderd echtscheidingen zien onder zowel echtparen die vijfentwintig tot dertig jaar, als paren die dertig tot veertig jaar getrouwd waren. Maar het zegt niets over het retired husband syndroom. Bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) zijn wel signalen. Zo blijkt uit de laatste cijfers, uit 2001 weliswaar, dat 18,6 procent van de vrouwen van gepensioneerde mannen problemen ervaart in de verdeling van het huishouden en 12,4 procent van de gepensioneerde mannen moeite heeft met zijn sociale leven.

SCHEI TOCH UIT, OUWE ZEUR

Tijd om zelf eens een gepensioneerd echtpaar te spreken: Anton (62) en Ingrid Oomens (62). Hij is sinds één jaar met de vut. Daarvoor was hij financial controller. Zij deed al die jaren het huishouden en de opvoeding van de kinderen.

Hij: „Dat maakt dus veel uit hè, dat zij niet heeft gewerkt.”

Zij: „Als je samen werkt, kom je samen thuis en doe je samen het huishouden. Maar bij ons is het: híj gaat met de VUT, ík niet. Míjn dagelijkse leven, míjn huishouden gaat door, zoals altijd.”

Hij: „Ik mag me niet bemoeien met de logistieke afhandeling van het huishouden. Op maandag is het wasdag. En of er nu tien paar sokken in die wasmand liggen, of één, ze worden gewassen. Dan denk ik: dat spaar je toch op. Maar dat zal wel met mijn economische achtergrond te maken hebben.”

Zij: „Schei toch uit, ouwe zeur.”

wie heeft hem nog nodig?

Mannen die stoppen met werken plegen inbreuk in het bedrijf, lees: huishouden, van hun vrouw, zegt Lyda Prins. Ze is relatie- en psychotherapeut en specialiseert zich in oudere stellen. De rode draad komt volgens haar hierop neer: jarenlang wist de man niet wat er zich overdag in huis afspeelde. Ineens ziet hij dat het huis en zijn vrouw ook een eigen leven leiden. En omdat dat huis ook van hem is, eist hij zijn deel op. Maar dat wil de vrouw nu juist niet.

„Dat heeft met haar identiteit te maken”, verklaart Prins. „Ze is al dertig, veertig jaar huishoudster en moeder. Als ze dat uit handen geeft, wat blijft er dan van haar over?” Ook bij de man ligt identiteit ten grondslag aan de problemen, volgens Prins. „Of hij nu loodgieter of directeur was, hij wás iemand. Wanneer hij stopt met werken is hij enkel nog mijnheer Jansen. En hij heeft geen idee wie dat is.”

Vutter Anton Oomens ziet het zo: „Ik had een strak leven. De wekker ging iedere ochtend. Ineens moest ik een knop omzetten en erkennen: het bedrijf heeft mij niet meer nodig. Dat valt tegen. Soms word ik chagrijnig, dan kan mijn vrouw beter even vijf minuten haar mond houden.”

Vooral mannen die voorheen een hoge positie hadden, lopen het risico in een gat te vallen, volgens Klinkhamer: „Ze denken dat wanneer ze met pensioen gaan, de mensen vanzelf wel naar hun toe komen. Ze zijn toch belangrijk? Maar dat netwerk dondert rigoureus in elkaar, als ze het zelf niet onderhouden. Ze raken geïsoleerd, worden depressief.”

Onze vriendin met de gepensioneerde vader herkent dat wel. Hij was rechter en inderdaad, ze ziet hem wachten tot hij gevraagd wordt om iets nuttigs te doen. „Mijn moeder vertelt me dat hij somber is. Hij klaagt meer, windt zich sneller op.” Ze spreekt haar vader er tijdens etentjes wel eens op aan. Dan zegt ze: „Pap, je moet er iets aan doen, het is zonde.” Maar hij wil het niet aannemen, zegt: mijn leven is niet leeg.

de leegte vullen

Opvallend aan zowel het echtpaar Oomens, als de vader van onze vriendin, is dat ze beide nog behoorlijk actief zijn. Ze zitten in commissies en besturen en hebben tal van hobby’s; vissen, koken, fietsen, Griekse teksten vertalen. Maar kennelijk is het niet voldoende om de leegte op te vullen. Vermeer snapt dat wel: „Het is geen nieuwe invulling, het houdt hem slechts bezig.”

Daarom is er volgens Klinkhamer maar één echte oplossing: aan het werk blijven. „Schrijf je in bij een seniorenuitzendbureau, ook de levenspartner. Dan kom je allebei om vijf uur thuis, drink je een borrel en heb je iets aan elkaar te vertellen.” Maar Prins ziet dat niet zitten: „Weer gaan werken geeft geen groei en ontwikkeling op andere gebieden. Beide partners moeten kunnen ontdekken wie ze nog meer zijn.” Prins pleit daarom voor een reorganisatie van het bedrijf ‘huishouden’. Voor de doorgedraaide vader van de vriendin komen beide oplossingen alleen wel te laat: die ligt in een scheiding.