Groei van de economie kan kabinet redden

Na de geslaagde formatie trok het vierde kabinet-Balkenende eerst honderd dagen uit voor een dialoog met de samenleving over de nadere invulling van het regeerprogramma waarover CDA, PvdA en ChristenUnie het met elkaar eens waren geworden. Terwijl dat gesprek voortsputtert, gaat het landsbestuur door. Inmiddels heeft minister Vogelaar veertig probleemwijken aangewezen in gemeenten die op extra geld uit Den Haag mogen rekenen. Haar collega Ter Horst heeft een driejarige cao met de ambtenarenbonden gesloten. En schatkistbewaarder Bos worstelt dagelijks om de overheidsfinanciën in het gareel te houden.

Toen hij de boedel van zijn voorganger Zalm overnam, liet het zich aanzien dat er voor bijna 1 miljard euro lijken in de kast lagen: komende uitgaven waarvoor nog geen dekking aanwezig was. Inmiddels zijn aan de uitgavenkant van de begroting verdere tegenvallers aan het licht gekomen, vooral bij de financiering van de gezondheidszorg. Bovendien vallen de aardgasbaten voor de staat zwaar tegen. Als gevolg van een en ander slaat het vorig jaar geboekte begrotingsoverschot van 3 miljard euro dit jaar om in een tekort van bijna 4 miljard euro. Aanvullende bezuinigingen zijn nodig om te bereiken dat de begroting in 2011 het bij de kabinetsformatie afgesproken overschot toont van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

De coalitiepartijen hebben zich verbonden om in de periode 2008-2011 de uitgavengroei met ongeveer 6 miljard euro in te tomen. Met inbegrip van de nodig gebleken extra bezuinigingen dient het kabinet de oploop van de overheidsuitgaven met in totaal meer dan 7 miljard euro om te buigen. Om de licht euforische sfeer in de net aangetreden regeringsploeg niet meteen grondig te bederven, betracht minister Bos dit jaar ‘coulance’ tegenover de collega’s van de spending departments. Het wieden en rooien in de wijngaard van de verzorgingsstaat is – afgezien van een beperkt aantal ingrepen – tot ontsteltenis van oppositieleider Rutte (VVD) naar 2008 en latere jaren verschoven.

De nieuwe tegenvallers voor het kabinet zijn voor een deel van eigen makelij. Zo komt de nieuwe cao voor de 120.000 rijksambtenaren neer op een salarisstijging van ruim 13 procent. Bij de berekeningen voor het regeerakkoord is het Centraal Planbureau uitgegaan van 12 procent, overeenkomstig de trend van de cao-lonen in de marktsector. Bij een loonsom van 6 miljard betekent 1 procent meer salarisstijging een overschrijding van het beschikbare budget met 60 miljoen euro. Omdat vaste plafonds voor de overheidsuitgaven gelden, moet dat bedrag de komende jaren elders op de begroting worden weggesneden.

Vooral voor de actieve achterban van de PvdA zullen de druiven zuur zijn. Jongstleden februari juichten de vergadertijgers nog, omdat de partij weer ging regeren. Voorman Bos hamerde op het feit dat in het coalitieakkoord 7 miljard euro is uitgetrokken voor extra ‘investeringen’ in de samenleving, een prioriteit van links. Thans staat dus vast dat het kabinet in de periode 2008-2011 tot een hoger bedrag moet ‘desinvesteren’. In mijn column van 24 februari noemde ik de kans klein dat dit zal lukken, omdat er geen harde afspraken zijn gemaakt welk beleid kan worden stopgezet. De coalitiepartijen denken 2,4 miljard te kunnen besparen door efficiënter te gaan werken bij de overheid en in de gezondheidszorg. Het is onduidelijk hoe de coalitie deze taakstelling denkt te verwezenlijken.

Nu de bezuinigingsteller doldraait, circuleren geruchten dat de bureaucratie nog harder zal worden aangepakt. Tot gedwongen ontslagen mag de megaoperatie in elk geval niet leiden, zo is bij het cao-overleg met de ambtenarenbonden afgesproken. Wel moeten ambtenaren van wie de werkplek vervalt, bereid zijn ander werk bij de overheid te aanvaarden. Ondanks die grotere flexibiliteit lijkt de ingeboekte personele bezuiniging van 2,4 miljard euro niet haalbaar te zijn.

Door te gaan meeregeren zijn de sociaal-democraten in een penibele situatie verzeild geraakt. Wanneer de Tweede Kamerfractie tegen komende bezuinigingsmaatregelen verzet aantekent, leidt dit tot een harde aanvaring met de eigen partijleider op het ministerie van Financiën. Het alternatief – meebuigen met de kille bezuinigingswind – kan voor de PvdA de doodsteek betekenen in het gevecht met de tomaatsocialisten van Marijnissen om de gunst van de links georiënteerde kiezers.

Onder deze omstandigheden kunnen Bos en zijn geestverwanten slechts hopen dat de huidige hoge economische groei tot het einde van de kabinetsperiode aanhoudt. De beoogde verbetering van het begrotingssaldo – een overschot van 1 procent van het bbp in 2011 – komt dan binnen bereik door meevallers bij de belastingontvangsten, waarmee geen rekening is gehouden bij de opstelling van het financiële meerjarenbeeld van de overheidsfinanciën. Hapert de groei van de economie vóór 2011, dan bestaat een grote kans dat het kabinet valt door verzet van de PvdA tegen bezuinigingen in de gezondheidszorg of op andere terreinen die de sociaal-democraten na aan het hart liggen. De volgende recessie als opmaat voor een vijfde kabinet onder leiding van premier Balkenende?