Geen slavenhandel meer op de parlementszolder

De Tweede Kamer gooit een groot deel van het zolderarchief weg. Is het oude rommel of niet? „Dat niemand het inkijkt is geen argument.”

De rel speelt zich af in 1840. Het Verenigd Koninkrijk heeft op dat moment de handel in slaven al verboden, Nederland heeft het er nog druk mee. Vanuit het Ghanese fort Elmina varen nog regelmatig schepen met slaven uit. Niet om op plantages te werken – Nederland heeft grotere behoefte aan soldaten.

De Nederlandse slavenhandel is de inzet van een diplomatieke affaire tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland. „Met aanzienlijke pijn”, schrijft de speciale zaakgelastigde van koningin Victoria aan minister Verstolk van Soelen van Buitenlandse Zaken, heeft de Britse regering geconstateerd dat de acties van de Nederlanders keer op keer een schending betekenen van de internationale verdragen die de slavenhandel moeten beperken.

De affaire is tot in detail gedocumenteerd. De informatie staat in een boek van de Britse overheid over de slavenhandel, dat op de zolder van de Tweede Kamer ligt. Het boek maakt deel uit van het buitenlandse archief van het parlement. Maar niet lang meer.

De Tweede Kamer gooit vrijwel het volledige buitenlandse archief weg. Het gaat om „twee- tot drieduizend strekkende meter” boeken, schat een woordvoerder van de Tweede Kamer. Handelingen uit parlementen, buitenlandse onderzoekscommissies, wetboeken vanaf de achttiende tot de twintigste eeuw. Alles is vastgelegd op de rommelzolder van de Kamer: waar het Franse parlement in de jaren van de Franse revolutie over praatte, waar schepen van de Britse vloot zijn gezonken in de negentiende eeuw.

De diplomatieke rel tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk krijgt een vervolg. Nederland zet Afrikaanse slaven in het leger in. Officieel gaan ze vrijwillig in dienst. Maar de Britten weten dat de Nederlanders zaken hebben gedaan met de koning van de Ashanti, een volk in het huidige Ghana. Elk jaar ronselt de koning duizend mannen voor het leger in Nederlands-Indië. En er gaan elk jaar schepen naar Suriname. Het is de Britten ter ore gekomen dat een Nederlands stoomschip daar „vijftig jonge negers” heeft afgeleverd.

Er ontstaat een vinnige welles-nietesdiscussie tussen Verstolk en de Britse diplomaten. Volgens de minister gaan de mannen vrijwillig in dienst, volgens de Britten gaat het om slavenhandel. Het gaat om „mannen die met geweld van hun huizen en families zijn weggerukt, en weggehaald zijn uit hun moederland”. Onzin, schrijft Verstolk van Soelen. De zwarte soldaten zijn vrij en worden door blanken respectvol behandeld. Ze zijn niet met normale slaven te vergelijken.

Er zijn een heleboel redenen om de zolder eens goed op te ruimen. De Kamer kan de vrijkomende ruimte goed gebruiken. Archieven en bibliotheken vinden het allemaal reuze interessant materiaal, maar zien ertegen op om zoveel boeken over te nemen. Voor het selecteren van zo veel materiaal is geen tijd. Buitenlandse parlementen hebben de boeken ook, vaak zelfs digitaal. „De boeken zijn bovendien vaak in slechte conditie”, zegt de Kamerwoordvoerder. „Het papier is lang niet perfect en de series zijn soms incompleet.”

En ja, wie leest zulke boeken nou echt? Bijna geen enkel Kamerlid wist van het bestaan van het archief, laat staan dat er één de zolder ooit heeft bezocht. Een medewerker van het Centraal Informatie Punt van de Tweede Kamer herinnert zich dat maar een enkele onderzoeker zich ooit aan de balie meldde.

Erg jammer, zegt hoogleraar archiefwetenschap Eric Ketelaar, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij haalt een gulden regel uit zijn vakgebied aan: weg is weg. „De Kamer kan wel zeggen dat de boeken elders ook wel liggen, maar bij een dergelijke ingrijpende operatie moet dat eerst absoluut zeker zijn.” Ketelaar kan zich voorstellen dat de Tweede Kamer omhoog zit met het archief. De Kamer zit immers niet in het professionele circuit van bibliotheken en archieven, waar grote hoeveelheden boeken verdeeld worden over verschillende eigenaren.

Er is een archiefwet die regelt dat archieven niet zomaar mogen worden weggegooid. Maar deze buitenlandse documenten vallen niet onder die wet, zegt Ketelaar, en zijn daarom min of meer vogelvrij. Bovendien zijn Londen en New York ver weg, aldus Ketelaar. „Er zal wel wat digitaal beschikbaar zijn, maar dat kan lang niet alles zijn. Dat zijn echt gigaoperaties.” Dat de boeken niet populair zijn, is „geen argument”, vindt hij. „Ik ken boeken met een grote historische waarde die al tweehonderd jaar niet zijn ingezien.”