FATALE ATTRACTIE

Dreigtelefoontjes, je huis binnendringen, je leven tot een hel maken.

Stalking. Sinds 2000 is dat strafbaar. Maar het verhaal van Rachel laat zien dat de wet weinig bescherming biedt.

'Ik ben nog steeds bang dat hij me een keer pakt, met een mes bewerkt en verminkt, zodat ik nooit meer kinderen kan krijgen.

Ik voel dat hij ertoe in staat is.'

In augustus 2004 kwam Rachel, 28 jaar oud, academica met een full time baan, een kennis van de middelbare school tegen. We noemen hem Mark. Hij is een paar jaar ouder dan Rachel en klassiek zanger. Eind januari 2005 kregen ze een relatie. Ze zagen elkaar drie, vier keer per week. Al na een paar weken merkte ze dat er iets mis was met Mark. Hij was charmant, intelligent, getalenteerd, maar had last van extreme stemmingswisselingen. En hij werd steeds agressiever. 'Hij was een keer bij zijn moeder op bezoek en belde me op, dat hij me zo miste. Tijdens het gesprek sloeg de stemming om en toen was ik een hoer.' Ze kreeg ruzie toen ze 's avonds regelmatig moest overwerken. 'Hij stond dat niet toe. In april 2005 heb ik per telefoon een einde aan de relatie gemaakt. Hij heeft mij toen bedreigd en ik ben een paar dagen bij een collega gaan logeren.'

Vanaf dat moment escaleerde de situatie. Mark bleek een kopie van haar huissleutel te hebben en trok in haar woning. Per sms dreigde hij dat hij alleen zou vertrekken als ze naar hem toe zou komen. Rachel schrok zich wezenloos. Via sms-berichten haalde ze hem een paar dagen later over haar huis te verlaten. Daarna zag ze hem regelmatig voor haar huis posten. Hij riep dingen door de brievenbus, soms belde hij aan. 'Op een dag, toen ik net gedoucht had en door de gang liep, was hij me aan het beloeren door de brievenbus en riep hij met een quasi-lief, ingehouden piepstemmetje: ”Rachel, Rachel, laat me binnen!” Toen werd het me te gortig. Ik heb met hem in een café in de stad afgesproken, om hem opnieuw uit te leggen dat ik niets met hem te maken wilde hebben. Hij was niet agressief, maar hij trilde wel. Hij probeerde mij om te praten en wilde niet luisteren. Toen heb ik het gesprek afgekapt en ben ik vertrokken.'

Binnen twee weken stuurde Mark een stuk of vijf brieven van vier tot tien kantjes. Hij probeerde haar over te halen om bij hem terug te komen. Ze zag hem ook weer verschillende keren voor haar deur posten. 'Het werd een routine om 's morgens te kijken of de kust veilig was en dan snel in mijn auto te springen om naar mijn werk te rijden.'

Eind augustus kwam de eerste dreig-sms. Rachel schat dat ze in totaal zo'n twintig ernstige dreigberichten kreeg toegestuurd. In twee weken tijd belde hij haar bovendien een paar honderd keer op. De dreigberichten hadden meestal dezelfde inhoud: 'Hé Rachel, vuile hoer met je kleine tietjes. Heb je al een andere vent, vuile hoer? Je bent zo leeg als een zombie. Ik kom je verkrachten. Ik kom je vermoorden.'

De maat was vol. Op 9 september deed ze aangifte van bedreiging en belaging (stalking) op het politiebureau in haar toenmalige woonplaats. Op 16 september volgde een tweede, veel uitgebreidere aangifte. Ze had de brieven meegenomen en de dreig-sms-jes werden forensisch geborgd. Maar wat er vervolgens gebeurde vond Rachel heel vreemd. 'De politie ging hem niet oppakken of zo, maar de recherche adviseerde mij direct om onder te duiken. Zo gaat dat in Nederland. Ze zeiden ook: ”Deze jongen weet alles van je. Op het moment dat hij bij je inbreekt, zijn wij te laat.” Waar moest ik dan onderduiken? Tja, dat wisten ze niet. Ik moest het zelf eigenlijk maar uitzoeken en ben toen weggegaan.'

De reactie van het om nu: 'Stalkingzaken zijn bewijstechnisch altijd lastig, zeker als één van de partijen iets beweert wat door de andere partij wordt betwist. Om bewijs te vergaren werd op dat moment besloten eerst de telefoongegevens van Rachel en haar ex-vriend op te vragen, om hem daarmee in een verhoor te kunnen confronteren.'

Onderduiken

Na het 'advies' van de politie drong de ernst van de situatie pas echt tot Rachel door. 'Ik blijf altijd heel nuchter. Ik ben eerst met mijn moeder langs mijn huis gereden en heb binnen vijf minuten een paar kleren, spullen voor mijn werk en foto's ingepakt. En ben nog diezelfde dag ondergedoken bij een collega, omdat hij de enige vriend was die niet in mijn voormalige woonplaats woonde. Ik heb daar tot half mei 2006 gewoond. Alleen een paar vrienden wisten waar ik zat. Vanaf dat moment bracht ik zo'n vijf uur per dag in mijn auto door. Ik heb het huis dat ik had gekocht gewoon verlaten. Ik wist toen niet dat ik er nooit meer zou terugkeren.'

Ondertussen gingen de bedreigingen per sms door. Rachel nam een nieuw mobiel telefoonnummer, maar hield haar oude nog lang aan, om bewijsmiddelen te verzamelen. 'Om belaging te kunnen vervolgen moet er sprake zijn van stelselmatige bedreiging en inbreuk op je privéleven.' De tekstberichten werden steeds heftiger en directer. Op 20 september 2005 kreeg Rachel van Mark het bericht dat hij bij haar in de tuin stond. 'Hé Rachel, hoer met je kleine tietjes. De volgende keer kom ik je halen en ga ik je verkrachten.'

Rachel schrok en probeerde haar rechercheurs te bellen, maar kreeg pas een uur later contact. En toen was haar belager al vertrokken. Ook na dit incident werd hij niet opgepakt. Ze kreeg het advies om de volgende keer het alarmnummer te bellen. 'Ik heb de rechercheur toen gezegd: Er gaat iets gebeuren. Hij kondigt het aan.'

Acht dagen later was het zover. In de nacht van 28 september brak Rachels belager in haar huis in. Met een mes en een hamer sloeg hij alle muren en deuren kapot, verbrijzelde haar televisie, sneed haar matras en al haar kleren volledig aan stukken en verscheurde een groot deel van haar foto's. Hij zaagde een houten beeld in haar tuin door en nam dat mee. De volgende dag, op klaarlichte dag, kwam hij terug om het karwei af te maken en werd hij door een buurman betrapt. Mark werd toen eindelijk opgepakt en vastgezet voor verhoor, maar diezelfde nacht al weer vrijgelaten.

Rachel ging de volgende dag met verzekeringsexperts de schade in haar huis opnemen. Het was de enige keer dat ze in haar huis terugkeerde. 'Ik dacht: Wat overkomt mij? Ik voelde me machteloos en ik was witheet. Het was mijn eerste huis. Ik had het zelf helemaal opgeknapt en dat was in één keer helemaal vernield. Mijn leven stortte toen wel in. Uit de verklaringen bij de rechter bleek later dat het een weloverwogen actie van hem was. Hij verkeerde in een vernielingsroes, maar hij wist wat hij deed.'

Dat was een vreselijke dag voor Rachel. Toen ze om twee uur 's middags met de politie belde om te vragen of haar belager nog vast zat, hoorde ze dat hij al lang weer op vrije voeten was. 'Bij stalkingzaken horen ze je op de hoogte te houden. Ik ben toen snel vertrokken, want ik voelde me niet veilig. Hij is heel gespierd en doet aan vechtsport. De rechercheurs die op mijn zaak zaten, hadden vrij. De Officier van Justitie heeft toen een blunder begaan. Die dacht dat Mark alleen deze inbraak op zijn geweten had en was dat hele dossier over stalking en bedreiging even vergeten. Dus het werd als een gewone inbraakzaak behandeld en dan word je in Nederland meteen weer vrijgelaten.'

Het Openbaar Ministerie heeft begrip voor de reactie van Rachel, maar zegt ook: 'De politie heeft toen aan het om alleen maar informatie verstrekt over de inbraak. Als de dienstdoende officier op dat moment had geweten van de stalkingachtergrond van de dader, was hij op dát moment al voorgeleid aan de rechter-commissaris om hem in voorarrest te krijgen.'

Rachel reed terug naar haar onderduikadres. In opdracht van de verzekeraars werd de woning snel hersteld. Haar vrienden ruimden de bende op. 'Ik was ziedend, maar realiseerde me ook dat ik daar nooit meer veilig zou kunnen wonen. Ik heb het huis toen in het geheim door mijn moeder via een internetsite laten verkopen. Op dat moment had ik geen eigen adres meer.'

Nachtmis

Vrijwel de hele vriendenkring van Rachel woonde in de stad, waar ze is geboren en getogen. Een deel van haar vrienden was op de hoogte van de affaire. Ze voelde zich gedwongen bijna al haar vriendschapsbanden door te snijden, omdat ze niet meer in haar stad kon komen. 'Ik nooit meer in mijn geboortestad geweest, alleen om aangifte te doen.'

Ondertussen gingen de bedreigingen per sms door. De rechercheurs die op haar zaak zaten, drongen erop aan dat ze alle feiten bleef vastleggen. Na de verkoop van haar huis stuurde Rachels belager weer een brief, waarin stond dat het haar schuld was dat hij haar huis had gesloopt. 'In november 2005 heeft de politie hem nog een keer kort in hechtenis genomen om hem duidelijk te maken dat hij moest stoppen. Ze hebben dat gemeld, maar weer niets gezegd toen hij opnieuw werd vrijgelaten.'

Dit is de reactie van het om: 'Op 11 november 2005 werd de verdachte verhoord over de aangifte van stalking, nadat de telefoongegevens waren binnengekomen. De verdachte is vrijwillig op het bureau verschenen en ontkende. Er bestond toen geen aanleiding om hem vast te houden, omdat er in het politiesysteem sinds de inbraak geen nieuwe meldingen van stalking waren gekomen.'

Op de avond voor de kerstnachtmis, op 24 december, belde Rachels belager en kreeg ze nog een sms: 'Groeten aan de politie en ik weet je wel te vinden.' Ook dat bericht stuurde ze naar de recherche. 'Ik zong altijd tijdens de mis, een traditie. Ik kon daar niet aan meedoen, want hij zou daar gaan zingen. Ik kon kerstmis niet met mijn ouders doorbrengen. Oud en nieuw bracht ik alleen door op mijn onderduikadres.'

Eind januari hield de politie haar belager op last van het om thuis aan. 'De officier vorderde dat hij in voorarrest zou worden gesteld', meldt het om. 'De rechter-commissaris besloot echter tot schorsing. Hij mocht vrij blijven rond lopen, onder de voorwaarde dat hij geen contact zou zoeken met Rachel.'

Surveilleren

Maar op 2 februari 2006 ontving Rachel opnieuw een dreigement per sms, waar ze heel erg van schrok: 'Groetjes aan de politie. Vuile hoer ik weet je te vinden'. Ze deed weer aangifte en zei tegen de rechercheurs: 'Hij gaat weer wat doen. Ik heb al mijn sporen uitgewist, maar op mijn werk kan hij me nog steeds makkelijk vinden en me te pakken nemen.'

Ze was in de drie weken na het dreigement te bang om naar haar werk te gaan. 'De politie overwoog om te surveilleren. Uiteindelijk besloten ze om dat niet te doen.

Ik ging weer naar mijn werk. Mijn werkgever nam de bedreigingen heel lang niet serieus. Ik ben zelf naar de beveiliging gegaan met foto's om af te spreken dat ze direct het alarmnummer zouden bellen. Toen ik niet meer naar mijn werk durfde, zei ik tegen mijn baas: Nu is het ook jullie probleem. Hij heeft toen met de officier gebeld om die over te halen iets te doen. De officier wees dat bot af: Al zou u God zijn, dan doe ik nog niets.'

De reactie van het om: 'Het slachtoffer suggereert dat een met name genoemde officier dit gezegd zou hebben. Vast staat dat deze officier haar werkgever nooit heeft gesproken. Het is onbekend wie dat wel is geweest, als dit gesprek al heeft plaats gevonden.'

Op maandag 27 februari 2006, rond 1 uur 's middags, probeerde een man met het signalement van Mark het kantoorgebouw binnen te dringen waar Rachel werkt.

Hij werd door de bewaker tegengehouden, probeerde nog via de parkeergarage binnen te komen en is daarna gevlucht. 'Woensdag of donderdag daarna is hij aangehouden, meegenomen voor verhoor en opgesloten in een cel. De beveiligingsbeambte herkende Mark van verschillende foto's. Maar Mark kwam met het verhaal dat hij op dat moment in een vliegtuig zat, op weg naar Nederland.'

De reactie van het om: 'De officier van justitie heeft de rechter-commissaris gevraagd om de eerdere schorsing van de voorlopige hechtenis (onder de voorwaarde dat Mark geen contact meer zou zoeken) op te heffen, zodat Rachels belager alsnog vastgezet zou kunnen worden. Omdat er tijdens die zitting twee strijdige verklaringen waren, wees de rechter-commissaris dit verzoek opnieuw af.'

Rachel: 'Ik heb de rechercheur gevraagd om een internationaal rechtshulpverzoek te doen en uit te vinden of zijn alibi klopte. Ik heb verschillende keren gevraagd waarom ze het niet gingen onderzoeken. Uiteindelijk heeft de officier meegedeeld dat hij inderdaad in het buitenland had gezeten, maar onduidelijk was wanneer hij teruggevlogen was. En dat is nooit uitgezocht.'

Uiteindelijk werd Rachels belager wel vervolgd. Op 9 juni 2006 was de strafzitting.

Het om eiste tachtig uur taakstraf en zes weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Dat werd ook het vonnis.

Het Openbaar Ministerie kijkt niet met tevredenheid terug op Rachels zaak: 'Integendeel. We hebben van deze affaire geleerd dat we de zaken voortaan beter moeten co”rdineren. We realiseren ons hoe ingrijpend stalking kan zijn voor slachtoffers. We hebben begrip voor Rachels onvrede. Maar de opgelegde straf wijkt niet af van die in vergelijkbare zaken.'

Falende rechtsstaat

Rachel vindt dat zowel politie als het om flinke fouten hebben gemaakt. 'De rechercheurs doen hun best, maar ze lopen stuk bij het om. Ik bleef maar aangiftes doen. De officieren zijn verschillende keren zaken vergeten. Het ging om een heel feitencomplex: huisvredebreuk, inbraak, diefstal, moedwillige vernieling, bedreiging en een jaar lang belaging. Dat zijn allemaal verzwarende feiten.'

Rachel heeft elk geloof in de rechtsstaat verloren. 'Ik was pis- en pisnijdig en kon gewoon niet geloven dat hij geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf kreeg. Ik heb er echt alles aan gedaan. Heb met mijn rechercheur in totaal zo'n veertig keer contact gehad. De bewijsmiddelen waren tiptop. Doordat het om deze belachelijke straf heeft geëist, heeft het justitiële systeem echt gefaald.

'Ik realiseer me heel goed dat je aan zoiets ten onder gaat, als je niet zo sterk bent als ik. Ik ben goed opgeleid, kan goed praten. Als je dat allemaal niet hebt, ben je helemaal weg. De rechtsstaat hoort nou juist jóu te beschermen. En dat gebeurt dus niet. Ik voel me enorm gefrustreerd. Ik heb me keurig gedragen, ben niet voor eigen rechter gaan spelen. Maar in mijn concrete situatie is helemaal niets veranderd. Ik heb nog steeds mijn vrijheid niet terug. En hij loopt nog steeds vrij rond en kan mij nog altijd van alles aan doen. Dat is het netto-resultaat.'

Rachel heeft sinds een paar maanden een nieuwe baan, en vorige zomer kocht ze een nieuw huis. 'Je kunt niet eeuwig vluchten. Ik heb een geheim adres, twee geheime telefoonnummers, geheime verhuisgegevens bij de gemeente, geheime rekeninggegevens. Dat heb ik allemaal zelf moeten regelen. Soms sta ik ergens onder een andere naam. Het is in Nederland ongelooflijk moeilijk om dit soort zaken voor elkaar te krijgen. Mijn hele leven staat in het teken van deze zaak. Ik moet me steeds afvragen: is het veilig of niet? Je wordt er heel handig in, maar het is geen normaal bestaan natuurlijk. Ik draag een permanente last met me mee. Toch kan ik lachen en leven en ben ik niet ingestort. Ik weet dat er voor niemand garanties zijn in het leven, maar soms baal ik er enorm van. Veel vrienden zouden hem het liefst een kop kleiner maken. Zij kunnen het gewoon niet geloven dat mij dit overkomt. Maar je kunt in feite helemaal niets doen. Ik ben nog steeds bang dat hij me een keer pakt, met een mes bewerkt en verminkt, zodat ik nooit meer kinderen kan krijgen. Ik voel dat hij er toe in staat is.'

Paul Andersson Toussaint is freelance journalist.

Mariet Numan maakt illustraties.