Een buurvrouw helpen die je niet kent

Mensen willen hun buren best helpen, maar alleen als het henzelf uitkomt. Daarom komt er een burenhulpcentrale. Als je een keer geen tijd of zin hebt, doe je niets.

Een jonge vrouw met donker haar in een paardenstaart doet de deur open. Ja, antwoordt ze, ze wil best wel eens boodschappen voor haar buren doen, of de hond uitlaten. Maar nu even niet, want ze zit met een burn-out thuis en heeft twee kleine kinderen. „Ik kan er even helemaal niets bij hebben.”

Ze neemt een folder aan van vrijwilliger Tineke Schakel (58, kort blond haar, witte blouse) en doet de deur weer dicht. Schakel belt aan bij het volgende huis in haar eigen buurt in Waddinxveen – met eengezinswoningen en nette voortuintjes. Ze zoekt vrijwilligers voor een burenhulpcentrale, een telefonisch hulpnetwerk. Als een zieke of oudere boodschappen nodig heeft, wordt die telefonisch doorgeschakeld naar iemand die tijd en zin heeft om die te halen. Over twee weken gaat de centrale van start.

Burenhulp gaat niet meer overal vanzelf, zegt adjunct-directeur Willem van den Berge van woningcorporatie Woonpartners uit Waddinxveen. Dat is niet iets om dramatisch over te doen, vindt hij. „Dit is de realiteit. Mannen en vrouwen werken vaak allebei”, zegt Van den Berge. „Mensen zijn ook mobieler. Ze trekken weg uit hun geboortedorp en later daar een sociaal netwerk achter. Daar kun je wel nostalgisch over doen, maar dit is de samenleving waar wij met z'n allen voor hebben gekozen.”

Zijn corporatie (7.800 woningen) steunt het experiment in Waddinxveen eenmalig met 25.000 euro. Waarom? Om de leefbaarheid in de wijk te vergroten, zegt Van den Berge. Als buren elkaar kennen, blijft de buurt netter. Maar er is ook een ander belang. In de omgeving dreigt een tekort aan plaatsen in verzorgingstehuizen. Daarom is het belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. „En dat willen ze vaak ook”, zegt Van den Berge.

Een oude man doet de deur op een kier open. Het veiligheidskettinkje maakt hij niet los. Voordat vrijwilligster Ria Hage (66) helemaal is uitgesproken, zegt hij: „geen belangstelling” en doet de deur weer dicht. Niet veel ouderen doen mee, zegt Hage, en ze vragen ook niet om hulp. Tenminste, niet zomaar aan de deur. Welzijnswerkers zullen namen aanleveren van mensen die gezelschap kunnen gebruiken of hulp bij het ophangen van een schilderij.

De bedenker van de software voor de burenhulpcentrale is Rob Bos, een adviseur van de Psychosynthese Adviesgroep uit Utrecht. Hij bedacht de centrale naar aanleiding van onderzoek in Leiden. Twintig procent van de buurtbewoners deed daar al iets voor de buren. Dertig procent wilde wel iets doen, maar wist niet hoe. „Mensen willen een ander best helpen, maar ze willen zich niet vastleggen”, zegt Bos. Daarom legt Tineke Schakel bij de voordeur uit dat de hulp niet verplichtend is. „Als u niet beschikbaar bent, zoekt de computer verder. U zegt dus nee tegen een computer.” Dat is makkelijker dan tegen een mens nee zeggen.

Schakel doet zelf al van alles in haar buurt. Ze is vrijwilliger voor haar kerk en rijdt senioren rond. „Maar soms weet je niet dat een buurman een straat verderop iets nodig heeft.” Samen met Ria Hage heeft ze op 46 van de 102 adressen een positieve reactie gekregen. De woningcorporatie heeft deze buurt gekozen omdat de mensen elkaar redelijk kennen en directe buren elkaar al helpen. „Met een experiment moet je niet beginnen in de moeilijkste wijk”, zegt Van den Berge van de woningcorporatie.

Maar juist omdat mensen al hun familie of bekenden helpen, willen ze soms niet meedoen. Een vrouw van middelbare leeftijd zegt: „Ik doe al zoveel.” Twee dagen in de week zorgt ze voor haar kleinkind, een dag voor haar zieke moeder en op zondag brengt ze haar moeder naar haar gehandicapte broer. De vrouw vertelt dat het vroeger helemaal vanzelf ging, tussen de buren. Toen ze haar dochtertje eens kwijt was, zochten alle buren mee. „En dat zouden ze nu weer doen”, zegt Tineke Schakel, „als ze thuis waren.”

Op een formulier op het klembord van Hage staat waarmee buren elkaar kunnen helpen. De hond uitlaten, kleine klusjes in en om het huis, iemand gezelschap houden, of ergens met de auto naar toe rijden. Meer vrouwen dan mannen hebben zich aangemeld, zegt ze. Maar dat komt ook omdat ze twee keer overdag zijn gaan werven. Dan zijn minder mannen thuis.

Vooral jonge mensen hebben zich opgegeven in Waddinxveen. „Ouders van jonge kinderen, die het al best druk hebben”, zegt Ria Hage. De meesten willen wel eens een boodschap meenemen voor iemand, of een klein klusje in huis doen. De activiteit ‘iemand gezelschap houden’ is het minst populair.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Een buurvrouw helpen die je niet kent (5 mei, pagina 2) staat dat de Psychosynthese adviesgroep de software van de burenhulpcentrale heeft ontwikkeld. Zij ontwikkelde echter het concept.