'De wereldleiders moeten kiezen voor nucleaire ontwapening'

Ooit was de leus 'Alle kernwapens de wereld uit'. Het wordt hoog tijd die visie nieuw leven in te blazen, vindt wapenexpert Joseph Cirincione, die er dit voorjaar een boek over publiceerde.

Je hebt twee soorten mensen, zegt Joseph Cirincione. Mensen die geloven dat kernwapens een zegen voor de mensheid zijn, omdat ze zorgen voor stabiliteit in de wereld. Dat zijn de nucleaire optimisten. Maar je hebt ook mensen die geloven dat het risico dat kernwapens gebruikt worden onacceptabel groot is, en dat de wereld daar snel iets aan moet doen omdat het anders een keer heel erg mis gaat. Dat zijn de pessimisten - en die roeren zich weer.

In Washington heeft de eerste groep het al jarenlang voor het zeggen. Maar er is iets aan het verschuiven, zegt Cirincione, die zelf als nucleaire pessimist sinds jaar en dag waarschuwt voor het onderschatten van de gevaren van kernwapens.

Begin dit jaar kreeg hij bijval uit onverwachte hoek: nota bene op de opiniepagina van de conservatieve Wall Street Journal bepleitten vier van de meest gezaghebbende Amerikanen op het gebied van de buitenlandse politiek en defensie iets wat begin jaren tachtig miljoenen demonstranten op straten en pleinen in Europa ook al riepen: Alle kernwapens de wereld uit!

'De wereld staat aan de rand van een nieuw, gevaarlijk nucleair tijdperk', waarschuwden de oud-ministers van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger en George Shultz, oud-minis- ter van Defensie William Perry en oud-senator Sam Nunn in hun gezamenlijke artikel (dat kort daarna ook op de opiniepagina van NRC Handelsblad verscheen). Ze riepen de Amerikaanse regering op het initiatief te nemen - 'in de geest van de Amerikaanse morele traditie' - voor een wereldwijde uitbanning van álle nucleaire wapens.

'Als deze mensen iets zeggen, dan luistert iedereen', zegt Cirincione. 'Hier in Washington heeft men het nog steeds over dat artikel, ook in hoge beleidskringen. En ik weet dat deze vier het hier niet bij zullen laten, we gaan nog meer van ze horen. Ze hebben een gevoelige snaar geraakt en politieke ruimte geschapen voor nieuwe initiatieven.'

Cirincione (57) is een wapenexpert en een Washington-insider. Hij werkte als stafiid voor de commissie voor de strijdkrachten in het Huis van Afgevaardigden. Hij was directeur non-proliferatie bij de denktank Carnegie Endowment for Internatio- nal Peace. Op opiniepagina's en op radio en televisie geeft hij regelmatig zijn visie op alles wat te maken heeft met de proliferatie (verspreiding) van kernwapens en wat daartegen gedaan kan worden. En hij schreef er een aantal boeken over, waaronder het dit voorjaar verschenen Bomb Scare. The History and Future of Nuclear Weapons.

Het is een evenwichtig boek over een kwestie van leven en dood die - van de vn-Veiligheidsraad tot Noord-Korea en Iran - opnieuw de wereldpolitiek beheerst. Cirincione schermt niet met apocalyptische visioenen van zelfvernietiging van de mensheid, in de as gelegde steden, miljoenen doden, verwoeste wolkenkrabbers en gesmolten auto's. Maar de boodschap van zijn boek is duidelijk: op het omslag staat een luchtfoto van Manhattan, met daarop getekend een brede rode cirkel met een rondje in het midden - als een doelwit, of een gestileerde weergave van een nucleaire explosie.

'In de afgelopen zestig jaar zijn we met reden erg bang geweest voor dit soort wapens', zegt hij. 'Maar onze angst is vaak gemanipuleerd door politici, het meest recent nog in de aanloop naar de Irak-oorlog. Ik wil de gevaren van kernwapens helder uiteen te zetten, zodat we ze begrijpen en er iets aan kunnen doen zonder dat er oorlog voor nodig is. Daarvoor moet je overigens wel erkennen dat van kernwapens een enorme fascinatie uitgaat. Toen we ontdekten hoe we het atoom konden splitsen, waarbij op een ongekende schaal energie vrijkomt, raakten we aan een oerkracht van het universum. Geen wonder dat kernwapens gezien worden als totems van macht.'

Wéér een havik

Op een frisse voorjaarsochtend zoek ik Cirincione op in zijn kantoor bij de linkse denktank Center for American Progress, een paar blokken van het Witte Huis. Op de voorpagina van The New York Times staat die ochtend de kop: Wéér een havik sluit zich aan bij exodus uit regering-Bush. Het gaat over het vertrek van de onderminister van Buitenlandse Zaken voor wapenbeheersing, Bob Joseph, die ontevreden was dat de regering een akkoord had gesloten met Noord-Korea.

Washington had de druk op het stalinistische regime juist moeten opvoeren, vond Joseph, dan was het op korte termijn gevallen.

Als ik opper dat het artikel Cirincione wel tevreden gestemd zal hebben, spreekt hij dat hoofdschuddend tegen. 'Ik heb het vannacht op het internet al gelezen. Deze man was een van de voornaamste architecten van een desastreus non-proliferatiebeleid. Hij komt er in dit stuk veel te goed van af. Onder hem zijn alle problemen met de verspreiding van kernwapens verergerd. Hij zou het Amerikaanse volk zijn excuses moeten aanbieden voor de rampzalige ontwikkelingen waaraan hij heeft bijgedragen.'

Maar is het feit dat dit soort haviken opstapt, al dan niet gedwongen, niet een teken dat de regering-Bush een nieuwe koers vaart?

Cirincione kan een triomfantelijk glimlachje niet onderdrukken. 'De slinger zwaait inderdaad terug naar de pragmatici. De ideologen in deze regering die de meeste schade hebben veroorzaakt zijn politiek in diskrediet gebracht. De meesten hebben de regering verlaten. We zien nu dat vooral minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice het schip weer terugstuurt naar een middenkoers.'

Waarom noemt u de manier waarop de regering-Bush de verspreiding van kernwapens is tegengegaan rampzalig?

'Er is altijd een harde kern van ideologisch verzet geweest tegen wapenbeheersingsverdragen en internationale afspraken. Maar nu zaten er voor het eerst mensen met dit soort ideeën aan de knoppen van de macht. Een nieuw, agressief soort conservatieven had het voor het zeggen. Ze kregen de kans, zoals ze zelf zeiden, een fundamentele breuk met het bestaande beleid te forceren. Ze verwierpen allerlei afspraken en akkoorden voor het elimineren van wapens die in voorgaande decennia uitonderhandeld waren door Democraten en Republikeinen, door progressieve en conservatieve presidenten. Daarvoor in de plaats kwamen ze met hun theorie dat het beter is om complete regimes te elimineren.

'Met de Irak-oorlog werd die theorie voor het eerst in praktijk gebracht. Het ging niet alleen om het ten val brengen van één dictator en het onschadelijk maken van zijn vermeende massavernietingswapens. De oorlog moest ook een signaal zijn aan alle andere landen die dat soort wapens durfden te ontwikkelen tegen de zin van de Verenigde Staten. Toen voorjaar 2003 aan de toenmalige onderminister van Buitenlandse Zaken John Bolton werd gevraagd welke les de Irak-oorlog bevatte voor Iran en Noord-Korea, antwoordde hij: Trek maar een nummertje. Dat was de gedachte: na Bagdad komt Teheran aan de beurt, of zelfs Pyongyang.

'Inmiddels is dat beleid uitgelopen op een fiasco, en niet alleen in Irak. Het heeft een averechts effect gehad. Alle landen van de As van het Kwaad zijn nu een groter gevaar dan ze waren toen de regering-Bush aantrad. De problemen met de verspreiding van kernwapens zijn alleen maar toegenomen, net als de terreurdreiging, terwijl de ideologie van Al-Qaeda zich razendsnel door de islamitische wereld verspreidt. En onze programma's die opgezet waren om kernwapens en ander nucleair materiaal uit de handen van terroristen te houden, hebben we verwaarloosd. Vrijwel alle aandacht besteden we nu aan het voorkomen dat er nieuwe kernmachten ontstaan. Maar nucleair terrorisme is een veel groter gevaar.'

Is dat werkelijk zo'n ernstige dreiging?

'Er is een enorm aantal kernwapens en er is veel, vaak slecht bewaakt nucleair materiaal in de wereld. En er zijn terreurgroepen die vastbesloten zijn daar iets van te pakken te krijgen. Dat verzinnen we niet: de commissie van het Congres die '11 september' onderzocht, heeft laten zien dat Osama bin Laden geprobeerd heeft om hoogverrijkt uranium te kopen. Het bleek bedrog, hij betaalde 1,5 miljoen dollar voor wat radioactieve rotzooi, maar hij heeft het toch maar geprobeerd. Ook is bekend dat Bin Laden voor '9/11' een ontmoeting heeft gehad met vier Pakistaanse kerngeleerden - en ze spraken echt niet over het weer. En in Georgië is een man opgepakt die twee kilo hoogverrijkt uranium probeerde te verkopen aan wat hij aanzag voor een terreurgroep uit het Midden-Oosten. De 'kopers' waren Georgische undercover-agenten, maar die man had the real stuff. We zijn verwikkeld in een race om dit soort materiaal veilig te stellen of te vernietigen voordat het in verkeerde handen valt. Maar die race dreigen we te verliezen.

'Na nucleair terrorisme komt het gevaar van de bestaande arsenalen. Mensen vergeten vaak dat er - ondanks het sterk inkrimpen van de nucleaire arsenalen in de afgelopen decennia - nog altijd 27.000 kernwapens in de wereld zijn, vooral in Rusland en de Verenigde Staten. Deze twee landen hebben duizenden kernkoppen die op scherp staan en binnen vijftien minuten afgeschoten kunnen worden. De Koude Oorlog is voorbij, maar de wapens en de staat van verdediging die erbij hoorden hebben we nog altijd.

Nucleaire knop

'In 1995 gebeurde het voor het eerst in het nucleaire tijdperk dat een Russische leider aan zijn bureau zat met de nucleaire knop in de aanslag. Het leger had de lancering van een Noorse weerraket aangezien voor een Amerikaanse ballistische raket van een onderzeeër, ze dachten dat Rusland werd aangevallen. Gelukkig besefte Boris Jeltsin dat het een fout moest zijn. Maar zal de volgende Russische president in zo'n situatie tot dezelfde conclusie komen? Ook als de spanningen met de Verenigde Staten misschien hoog zijn opgelopen? Dit gevaar is heel serieus, en niet alleen voor Rusland en de vs. Sinds India en Pakistan kernwapens hebben, zijn ze al twee keer bijna met elkaar in oorlog geraakt.

'Naast de dreiging van terrorisme en bestaande arsenalen is er gevaar dat er meer landen met kernwapens bijkomen. De laatste tijd is er veel te doen over de nucleaire ambities van Noord-Korea en Iran. Maar het gevaar van een eventuele Iraanse kernbom is niet dat Iran de Verenigde Staten of zelfs Israël zal aanvallen. Afschrikking werkt nog steeds, en het regime in Teheran begrijpt goed wat er gebeurt als ze een nucleaire aanval doen. Zowel Amerika als Israël kunnen het bewind zelfs met conventionele militaire macht omverwerpen.

'Het gevaar van Iran als kernmacht ligt in de vraag hoe de regio erop zal reageren. Wat doen Egypte, Turkije, Saoedi-Arabië - allemaal rivalen van Iran. Zij kunnen niet dulden dat Iran het politieke, diplomatieke en strategische voordeel van kernwapens heeft. Misschien kunnen ze zélfs niet accepteren dat Iran alleen maar de indruk wekt dat het daarnaar streeft. Dat kan die landen ertoe brengen hun eigen nucleaire plannen te gaan maken. Zo gaat dat met proliferatie: van buurland naar buurland. Op die manier kun je een kettingreactie krijgen die zich zelfs buiten het Midden-Oosten voortzet. En dan kom je al snel uit bij de nachtmerrie die president Kennedy in de jaren zestig voorspelde: een wereld met twintig kernmachten of meer. 'Bij al die risico's komt dan nog het reële gevaar dat landen hun vertrouwen verliezen in de internationale afspraken en verdragen die de verspreiding van kernwapens verbieden. Dat zou dramatisch zijn.'

Succesvol veiligheidspact

Cirincione noemt het Non-Proliferatieverdrag het meest succesvolle veiligheidspact in de geschiedenis. Vrijwel de hele wereld heeft zich erbij aangesloten - alleen India, Pakistan en Israël hebben het niet getekend en Noord-Korea heeft het opgezegd. De kern van het verdrag is dat 183 landen beloven dat ze nooit kernwapens zullen verwerven, en dat de vijf in het verdrag erkende kernmachten (de vs, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk) zich verplichten om hun nucleaire arsenalen te verminderen en uiteindelijk af te schaffen. Verder beloven de landen die over nucleaire technologie beschikken dat alle bij het verdrag aangesloten landen die technolo- gie van ze kunnen kopen, op voorwaarde dat de kopers het alleen voor vreedzame doeleinden gebruiken. Dat de Amerikaanse regering nu een nucleair akkoord heeft gesloten met India, dat het Non-Proliferatieverdrag niet getekend heeft, is volgens Cirincione een ernstige ondermijning van het verdrag.

'Het goede nieuws', schrijft hij in zijn boek, 'is dat het nonproliferatie-regime heeft gewerkt. Het aantal kernwapens in de wereld is van het hoogtepunt van 65.000 in 1986, afgenomen tot zo'n 27.000 nu. En veel landen hebben sinds het in werking treden van het verdrag in 1970 hun nucleaire programma's opgegeven. Maar het slechte nieuws is dat we geconfronteerd kunnen worden met een nieuwe, gevaarlijke golf van proliferatie. En niet alleen in het Midden-Oosten. Een reeks Noord-Koreaanse atoomproeven zou Zuid-Korea, Japan en Taiwan ertoe kunnen brengen om eigen kernwapens te willen hebben.'

Steeds duidelijk wordt dat de internationale afspraken niet waterdicht zijn, zegt Cirincione. 'Het systeem heeft gebreken. Landen hebben het recht om nucleaire installaties voor vreedzame doeleinden op te zetten, die ze later voor wapenproductie kunnen gebruiken. Verder is er vanouds het probleem dat landen naleving van het verdrag niet altijd kunnen of willen afdwingen. En niet te vergeten: de vijf kernmachten die bij het verdrag zijn aangesloten lijken niet van plan om de afschaffing van hun kernwapens serieus te overwegen.

Geest uit de fles

'De Verenigde Staten waren de voornaamste architect van het verdrag, maar lijken het nu de rug toe te keren, nieuwe types nucleaire wapens te ontwikkelen en kernwapens weer een belangrijke rol te geven in het nationale veiligheidsbeleid. Als de grote landen al vinden dat ze kernwapens nodig hebben voor hun veiligheid, is het dan vreemd dat de kleinere landen dat ook gaan geloven?

'Om te voorkomen dat het hele systeem instort moeten we de visie van een wereld zonder kernwapens nieuw leven inblazen. Als de grote kernmachten zich weer aan dat perspectief committeren, zou dat een enorm effect hebben. Daarnaast moet de wereld zorgen dat alle landen die het verdrag hebben getekend, zich ook houden aan het verbod op het ontwikkelen van kernwapens.'

Maar is het niet naief om te denken dat het idee van een wereld zonder kernwapens nog haalbaar is? Is de geest niet definitief uit de fies?

'Die tegenwerping heb ik vaak gehoord. Maar ik geloof niet dat Harry Truman naief was, of Dwight Eisenhower, of John F. Kennedy, of Richard Nixon of Ronald Reagan. Zij streefden allemaal naar een kernwapenvrije wereld. Want ze begrepen dat Amerika en ook andere landen nooit echt veilig zullen zijn zolang deze wapens bestaan.

'Ik heb meegemaakt hoe chemische en biologische wapens uit de arsenalen van vrijwel alle landen zijn verdwenen. Ooit vond men die wapens onmisbaar, maar nu worden ze als verwerpelijk beschouwd. De Verenigde Staten hadden de beste biologische wapens ter wereld, we hadden genoeg gif en virussen om alle mannen, vrouwen en kinderen en de meeste voedselgewassen in de wereld te doden. Maar president Nixon besloot in 1969 dat wij noch iemand anders dit soort wapens hoorden te hebben. Er kwam een verdrag, de Biologische Wapensconventie, waar de meeste landen zich bij hebben aangesloten.

'Toen ik eind jaren tachtig voor het Huis van Afgevaardigden werkte was er een enorm debat over een nieuwe generatie chemische wapens, de zogeheten binaire bommen, die we in Europa zouden kunnen gebruiken. Het leger zei dat we ze nodig hadden, dat er nodeloos militairen zouden sneuvelen als we ze niet kregen. Maar George H.W. Bush, de vader van de huidige president, maakte een einde aan dat debat door de Chemische Wapensconventie te ondertekenen. En nu zijn de meeste chemische arsenalen geëlimineerd. Waarom zou hetzelfde niet kunnen gebeuren met kernwapens?''

De twee Reagans

Eén hoofdstuk in uw boek heet De twee Ronald Reagans: in zijn eerste termijn was Reagan een havik, die de Amerikaanse kernmacht versterkte, maar de laatste jaren in het Witte Huis tekende hij een reeks wapenbeheersingsakkoorden. Bestaat de kans dat we nog een tweede George W. Bush te zien krijgen?

'Het is nog niet te laat. Zoals Reagan de grootste arms control president in de Amerikaanse geschiedenis werd, zou Bush nog de president kunnen worden die een eind maakte aan het Noord-Koreaanse nucleaire programma, en die de relatie met Iran fundamenteel verbeterde. Het zou de schade die hij in Irak heeft aangericht niet goedmaken, maar zou wel wat tegenwicht bieden.

'En er zijn redenen voor hoop. Deze regering hééft tenslotte enkele successen geboekt. Door onderhandelingen heeft Libië zijn nucleaire programma opgegeven. Met Noord-Korea is nu eindelijk ook voor onderhandelingen gekozen. Als je de punten met elkaar verbindt, kun je het lijntje misschien doortrekken naar Iran.'

Cirincione kijkt op zijn horloge en springt op, als door een adder gebeten. 'Holy cow! Ik had allang bij cnn moeten zijn! Kom mee, in de auto praten we verder.' Beneden staat een zwarte Lincoln Town Car met chauffeur te wachten. Een kwartier later levert Cirincione in de studio van het programma Your World Today commentaar op de Amerikaanse gesprekken met Noord-Korea. De regering-Bush heeft kostbare tijd verspild, is zijn conclusie.

Als we even later weer achter in de auto zitten en langs het Witte Huis zoeven, zegt Cirincione: 'Wie hier over twee jaar ook zijn intrek neemt, hij of zij zal een hele nieuwe strategie nodig hebben. En er dient zich een prachtige opening aan, omdat ook in andere grote landen, zoals Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk, een wisseling van de wacht voor de deur staat. Dat geeft ons de kans om een nieuwe generatie leiders ervan te overtuigen dat ze moeten kiezen voor nucleaire ontwapening. Dat is immers wat de meeste mensen willen.'

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Ilse Frech is fotograaf.

Joseph Cirincione bij het Witte Huis.

'Nucleair terrorisme is een veel groter gevaar dan de opkomst van nieuwe kernmachten.'

'Kennedy en Reagan begrepen dat Amerika nooit veilig zal zijn zolang deze wapens bestaan.'