De ultieme trofee voor miljardairs

Vanaf 30 juni strijden twee boten om de prestigieuze America’s Cup: titelverdediger Alinghi uit Zwitserland en de winnaar van de voorselectie die momenteel wordt gevaren.

De wind roept de rijken der aarde naar Valencia. Tussen een paar boeien voor de Spaanse kust ligt dit voorjaar de speelvijver van de club van zeilende miljardairs, die met miljoenen naar elkaar smijten voor de ultieme trofee: de America’s Cup, de heilige graal voor zeezeilers.

De rijken riepen de afgelopen weken vooral om wind. Elf boten uit vijf continenten zijn in de race voor de laatste selectiewedstrijden die bepalen wie zich vanaf 30 juni mag meten met de Zwitserse verdediger van de America’s Cup, Alinghi.

Na jarenlange Amerikaanse suprematie raakt Europa in de ban van de America’s Cup. Door de zege van de Zwitserse boot, vier jaar geleden in Nieuw Zeeland, wordt de koningin onder de regatta’s voor het eerst in 156 jaar gevaren in Europese wateren. Omdat Zwitserland alles heeft maar geen zee, werd de locatie voor het eerst ‘per opbod’ verkocht aan een havenstad die het beste bidbook presenteerde. Valencia versloeg daarbij Lissabon, Marseille en Napels, mede omdat de wind het bij de Spaanse havenstad nooit laat afweten.

Het sprookje van Team Alinghi bewijst dat de regatta internationaler is dan ooit. Het jacht, ontworpen door de Nederlandse designer Rolf Vrolijk, is de hobby van de Zwitserse miljardair Ernesto Bertarelli. Deze 41-jarige zakenman, rijk geworden met het biotechnologie-imperium Serono, is niet alleen geldschieter, hij kan ook zeilen: hij is navigator aan boord van zijn jacht.

Bertarelli houdt daarmee een traditie in ere; tal van zeilende zakenlieden spendeerden miljoenen omdat zij ooit hun heilige graal omhoog wilden houden – van de Amerikaanse bankier J.P. Morgan tot CNN-oprichter Ted Turner, die de cup in 1977 won.

De bemanningslijsten in Valencia laten zien dat de regatta al lang niet meer een strijd is tussen zeilnaties. De kosten voor ‘nat’ en ‘droog’ personeel en de ontwikkeling van nieuwe materialen zijn zo hoog geworden dat alleen multinationals die nog kunnen opbrengen. Zij schrapen uit alle hoeken van de wereld de beste ontwerpers, bouwers en zeilers bij elkaar.

Vaak vertegenwoordigt alleen de vlag nog het land waar het syndicaat vandaan komt, zoals vorig jaar bij de winnaar van de Volvo Ocean Race, ABN Amro I. De bemanning kwam overwegend uit Nieuw Zeeland.

In de America’s Cup is het niet anders. Schipper van Alinghi is Brad Butterworth, Nieuw-Zeelander, die onder meer twee Nederlandse zeilers heeft: Pieter van Nieuwenhuyzen en Peter van Niekerk. Ook de crew list van het Amerikaanse jacht BMW Oracle, de grote concurrent van Alinghi, leest als een vergadering van de Verenigde Naties. Chris Dickson, uiteraard Nieuw-Zeelander, is schipper en baas van z’n stuurman en hoofdsponsor, de Amerikaan Larry Ellison, oprichter van softwarebedrijf Oracle. Ellison zou zijn honderdvijftig man sterke team (uit zestien landen) hebben voorzien van een budget van 200 miljoen dollar om de America’s Cup naar huis te brengen – de Golden Gate Yacht Club in de baai van San Francisco.

Voor dat bedrag heeft Ellison de beschikking over twee van de snelste zeilboten op aarde, gebouwd op tekeningen van twee van de beste ontwerpers, de Nieuw-Zeelander Bruce Farr en de Argentijn Juan Kouyoumdjian – de laatste vooral bekend als ontwerper van de twee Ocean Race-boten van ABN Amro. Verder bestaat het team uit liefst 36 zeilers – van wie er slechts zeventien per race aan boord mogen. Het merendeel komt uit Nieuw Zeeland.

Maar in dat land zelf liggen de Nieuw-Zeelandse bemanningsleden aan boord van Alinghi gevoeliger. Team New Zealand, dat de America’s Cup in 1995 en 2000 won, verloor in 2003 niet alleen voor de kust van Auckland, ze werden overvaren door de ‘Zwitsers’: 5-0.

Dat was voor de fans in het zeilgekke Nieuw Zeeland extra wrang omdat de schipper van de Zwitserse boot Russell Coutts was, een Kiwi, een Aucklander – één van de beste zeilers ter wereld. Coutts, olympisch kampioen (Finn-klasse) van (1984), was de grote man geweest achter de successen van Team New Zealand voodat hij voor veel geld overstapte naar de Société Nautique de Genève, de jachtclub achter Alinghi.

Ook de Nieuw-Zeelanders, die er alles voor over hebben om de Cup terug te halen naar Auckland, zagen zich gedwongen een beroep te doen op het grote geld. Hun jacht heet tegenwoordig Emirates Team New Zealand – zoals wel meer sportclubs hun kapitaal danken aan de luchtvaarmaatschappij uit Dubai. Maar er zijn grenzen: toen de sponsor onlangs liet weten de race naar Dubai te willen halen als de boot onverhoopt de America’s Cup zou heroveren, stak in Auckland een storm op die pas luwde toen de Arabische geldschieter het voornemen introk.

Een andere legende uit het land moet de Nieuw-Zeelandse boot vlot zien te trekken: Grant Dalton, oud-winnaar van de Whitbread Round the World Race, voorloper van de Volvo Ocean Race.

Daarnaast aast ook het Italiaanse zeilen al enkele jaren op de America’s Cup. Vier Italiaanse syndicaten varen mee in Valencia, waarvan Luna Rossa de grootste kanshebber is. Deze boot is eigendom van zakenman en zeilfanaat Patrizio Bertelli, eigenaar van het modemerk Prada. Tot nu toe tevergeefs, al schopte hij het in 2000 met zijn boot tot uitdager van Team New Zealand – de eerste editie van de America’s Cup waaraan geen Amerikaans jacht deelnam.

In Valencia doet voor het eerst een Chinees jacht mee: China Team. Met een budget van veertien miljoen euro, wisselgeld in de America’s Cup, werd van hen weinig verwacht. Desondanks veroorzaakte de boot maandag de grootste verrassing door BMW Oracle te verslaan, nadat de Amerikaanse boot een zeil was kwijtgeraakt.

Meer informatie: www.americascup.com