De tijdgeest keert zich tegen de media en die doen daarom vaker aan zelfcensuur

Na het nieuwe leren is er het nieuwe lezen, het nieuwe luisteren en het nieuwe kijken, ontdekt Maarten Huygen.

Bij de jaarlijkse persvrijheidlezing zijn weinig journalisten te vinden. Persvrijheid is niet controversieel en leidt tot vrome preken met algemeen applaus. In de witte feesttent voor het gebouw van de Wereldomroep zag ik tussen vakbondsfiguren en communicatiewetenschappers ook collega’s die met subsidie onafhankelijke media proberen op te zetten in arme landen. Belangrijk werk dat onwelkom is en zelfs gevaarlijk wordt. Afgelopen jaar is wereldwijd een triest dodenrecord gehaald van 100 journalisten en er zitten 125 journalisten in de gevangenis, bleek uit een opsomming.

Helaas krijgt ook ons land primitieve trekjes. Het tegenhouden van onwelkome boodschappen is ook hier een trend. In de zaal zaten drie journalisten van de drukbezette soort die in de Nederlandse gevangenis hebben gezeten voor hun publicaties. Bart Mos en Joost de Haas van De Telegraaf overkwam dat vorig jaar toen zij berichtten over een AIVD-agent die de onderwereld informeerde. Zij weigerden hun bron te noemen. Koen Voskuil van Spits werd al in 2000 in de gevangenis gezet voor een column over een inval bij een onderwereldfiguur. Ook hij moest zijn bron noemen.

De zelfvoldane voorzitter van het college van procureurs-generaal, mr. Harm Brouwer, deed de gevangenschap van de Telegraafjournalisten af als een fout van een rechter-commissaris die op eigen houtje opereerde. Het Openbaar Ministerie was van het begin af aan tegen deze internering. Toch is er meer aan de hand. Beide journalisten werden ook afgeluisterd door de AIVD en uitgebreid verhoord. Ook andere journalisten krijgen steeds vaker de recherche op hun hielen, bleek uit een verkennend onderzoek.

De gezagsdragers die ingrijpen steunen op de nieuwe tijdgeest die zich tegen de media heeft gekeerd. Een journalist die in de cel komt, is een eenling en met hem moet wel wat aan de hand zijn, denken veel mensen. Net als politici worden journalisten gewantrouwd. Pim Fortuyn voerde met succes campagne tegen de gevestigde media. Diezelfde media werden door andere politici medeverantwoordelijk gesteld voor hun stemverlies in het Fortuynjaar 2002.

Wat maakt journalisten zo superieur dat zij het nieuws kunnen selecteren en bepalen? Bloggers kunnen het ook. Juristen en politici struikelen over elkaar met voorstellen voor nieuwe tuchtraden, toetsingscommissies, procedures en professionele voorwaarden om de media aan te pakken. Wie de media bekritiseert, oogst bijval.

Nou maken journalisten veel fouten. Een jaarlijkse telling van het aantal mediamissers zou hoog uitvallen. Toch zijn journalisten afgelopen jaren niet slechter geworden. Het gemiddelde opleidingsniveau van de verslaggever is flink verhoogd maar het publiek heeft minder geduld voor fouten die vaak in haast worden gemaakt. Slachtoffers van fouten moeten stappen kunnen nemen bij de rechter of bij een klachtenraad. Maar de uitspraken van de Raad van Journalistiek gaan soms te ver. Laatst stelde deze Raad zwaardere eisen aan een journalistiek boek dan aan een rechterlijk vonnis. Drie tot vier bij naam genoemde getuigen waren niet genoeg om te bewijzen dat bepaalde omstreden opmerkingen waren gemaakt. Hoe moet dat dan verder met de geschiedschrijving?

Tegen een vijandige tijdgeest valt niet op te boksen. Bescherming van journalisten tegen dwangmiddelen om hun bronnen te onthullen is al vastgelegd in een Europees verdrag. Je kunt met een nieuwe wet dwangmiddelen tegen journalisten verder uitsluiten, zoals België doet, maar die wet kan net zo goed nadelig worden geïnterpreteerd. Daar had Brouwer gelijk in. De Vlaamse minister voor Media, Geert Bourgeois, noemde in zijn Persvrijheidlezing een voorbeeld van rechters die zijn nieuwe wet hadden genegeerd.

De nieuwe obstakels voor nieuwsgaring missen hun uitwerking niet. Waarom nog het risico nemen van een rechtszaak? Daar komt bij dat de publieke belangstelling voor serieuze journalistiek afneemt. In het informatietijdperk zinken de grote feiten weg. Je kunt beter een grappig stukje schrijven over een bekende Nederlander dan een juridisch riskant nieuwsbericht over een grote corruptiezaak. Het moet leuk blijven. Marketingmensen denken dat de belangrijke doelgroepen, vrouwen en jongeren, alleen oppervlakkige belangstelling hebben waar journalisten op moeten afstemmen. Naast het nieuwe leren is er het nieuwe lezen, het nieuwe kijken en het nieuwe luisteren. Bourgeois sprak treffend van ‘de zelfcensuur van het infotainment en de hapklare brokken’.

In een na de lezing gepresenteerde bundel Een selectieve blik; zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek (red. Mirjam Prenger) werd behalve intimidatie ook commerciële druk op de pers genoemd. De belangstelling voor buitenlands nieuws neemt af. Een actualiteitenrubriek brengt uit het buitenland alleen nog grote rampen of evenementen of nieuws dat een duidelijke verbinding heeft met Nederland. In veel westerse landen neemt de belangstelling voor serieus nieuws uit binnen- en buitenland af. Ook de eerbiedwaardige Duitse kranten hebben minder reisgeld. Waar valt nog iets te lezen of te zien over de ontwikkelingen in China? Als de Amerikanen geïnformeerd waren over het Midden-Oosten, zou president Bush misschien nooit Irak zijn binnengevallen. Hij kreeg weinig weerwoord.

Veel mensen krijgen het nieuws gratis via internet, gratis krant of televisie. Maar gratis nieuwsbronnen zijn overgeleverd aan hun adverteerders. „Bij betaalde kranten is er van oudsher een ondoordringbare muur tussen redactie en commercie. Bij ons is die muur compleet weg”, geeft de hoofdredacteur van de gratis krant Spits toe in de bundel. Nieuws wordt gesponsorde communicatie.

De journalistenbond NVJ zoekt de oplossing in overheidssubsidie voor media die ten bate van de pluriformiteit in steeds grotere concerns moeten samenklonteren. Dat lijkt me een slecht idee. De publieke omroep brengt ondanks de subsidie meer amusement en minder diepgang. Journalisten kunnen beter niet met de tijdgeest meegaan. Ze moeten zich onderscheiden. Dan komt de belangstelling wel terug.