De golfslag van verlangen

De film Preferisco il rumore del mare gaat over drie mannen die het slachtoffer zijn van hun geslotenheid.

'Geef mij maar het geruis van de zee', Preferisco il rumore del mare, het is een ideale titel. Er zit berusting in, weemoed, vage vrede op een golfslag van verlangen, met vergeefsheid als schuimkop. Ja, wie vaststelt dat hij het geruis van de zee verkiest, die weet waar hij naartoe wil. Niet dat hij er al is, maar dat hij dit weet, dat heeft hij alvast en dat is winst.

Je gunt het de drie hoofdpersonen van Preferisco il rumore del mare (2000) dat ze aan het slot van deze film zo ver komen.

Maar scenarist-regisseur Mimmo Calopresti laat in het midden of dat ze vergund zal zijn, de zakenman van middelbare leeftijd, zijn 15-jarige zoon en zijn even oude protégé.

Calopresti regisseert ze teder, begaan met hun ongemak. Alledrie munten ze uit in een neutrale gezichtsuitdrukking en een toonloze stem. Alledrie zijn ze vooral in de weer om zich niet te laten kwetsen. En geen van drieën slaagt erin zijn onaangedane houding te handhaven. Ze gaan tot actie over, maken brokken en aan het slot van de film zijn ze alledrie ernstig geraakt. Maar of dat ze verder brengt?

Fabriekshal

Calopresti ontleende zijn titel aan een van de Orfische gezangen van Dino Campana, dichter en gestichtspatiënt aan het begin van de vorige eeuw. 'Fabbricare, fabbricare, fabbricare / Preferisco il rumore del mare', schreef Campana, 'Produceren, produceren, produceren / Geef mij maar het geruis van de zee.' De dreun van een fabriekshal zit in de ene strofe en, inderdaad, melodieus geruis is de ondertoon van de volgende. Die fabriek moeten we voor deze film overdrachtelijk nemen; de man en de twee jongens zitten vastgeklonken in een wereld van prestatie en consumptie, met weinig gelegenheid voor persoonlijke expressie. Dat zet ze onder druk.

Arme zuiden

Maar er is meer en het ligt precair. De zakenman Luigi vergaarde grote welstand met een carrière in Turijn, in het rijke Noord-Italië, maar zijn afkomst ligt in een vissersdorp in Calabrië, in het arme zuiden. In dat dorp, op het kerkhof, ziet Luigi de jongen Rosario, zoon van een vader in de gevangenis en een moeder die vermoord werd bij een wraakactie.

Uitgesproken wordt het nooit in deze film, maar er waait iets dat je de adem van de maffia zou kunnen noemen (ndrangheta heet dat in die regio, maar ook dat woord valt nooit). Zowel Luigi als Rosario hebben er blijkbaar genoeg van. Hoe verschillend ze ook zijn, hun lichaamstaal komt overeen. Ze houden zich consequent in, ze reageren nondescript afhoudend. Op een onbevangen glimlach zal niemand ze betrappen.

Maffia, dat is familie. Luigi maakte zijn fortuin bij het Noord-Italiaanse bedrijf van zijn ex-schoonvader. In Turijn zien we hem tot verbijstering van zijn omgeving plotseling weigeren om mee te buigen met de corruptie, het cliëntelisme, de dwang van dienst en wederdienst. Waarom? Het zou kunnen dat het vanzelfsprekende gesjoemel van het zuiden hem is gaan tegenstaan onder invloed van leven en werken in het noorden. Uitgesproken wordt er niets.

Niettemin, Rosario is een verre neef van Luigi, en 'dus' biedt oom Luigi hem zijn bescherming aan: als je me nodig hebt, hoor ik het graag van je. De jongen wijst het aanbod botweg af. Waarom?

Het zou kunnen dat de dood van zijn moeder en de gevangenschap van zijn vader hem de ogen hebben geopend - misschien gaat hij daarom elke associatie met de maffia en wat daarnaar zweemt uit de weg. Verduidelijkt wordt er niets.

Rosario heeft niets te willen. Als hij in de problemen komt (omdat hij andermaal 'besmette' hulp weigerde? Regisseur Calopresti laat het in het midden), haalt Luigi hem naar Turijn waar hij een plek voor hem heeft geregeld in een soort begeleid-wonenproject. En hij nodigt hem uit voor bezoekjes in zijn grote rijke huis, waar behalve hijzelf zijn zoon Matteo woont. Ook vijftien. Ook geen moeder, al leeft zij nog wel. Boos, smalletjes en onhandelbaar - in dat laatste verschilt hij van Rosario, want die is obsessief serieus. Maar beiden zijn vergelijkbaar bestudeerd afstandelijk, met een vergelijkbaar afwerend gezicht. Net als Luigi.

Hun houding tekent zich scherp af omdat ze worden omringd door warme, hartelijke personages: de idealistische priester in Rosario's tehuis, Matteo's nichtje, Luigi's vriendin en zijn Calabrese jeugdvriend.

Anderzijds wordt hun halsstarrigheid verdiept door de mislukkelingen die zich ook geen gevoel meer willen permitteren, maar die daar niet in slagen en daardoor geestelijk naakt staan. Calopresti kleurde hen mild in: Matteo's moeder, dochter van een malafide directeur en volledig in zichzelf gekeerd, zelfs waar het haar zoon betreft; de losers in het opvanghuis van Rosario; de clandestiene krabbelaar die vergeefs rekent op Luigi's bijstand.

Zachte kleuren

Luigi, Matteo, Rosario, ze doen niet meer mee. Met wat? Ze zouden het niet kunnen benoemen. Maar ze doen het niet meer.

Calopresti echoot die houding in de stijl van zijn film: zachte nondescripte kleuren, gladde interieurs met glim. Zakelijke beelden zonder franje, vaak onder kunst- of kaarslicht. Elegant waar het gaat om het milieu van vader Luigi Matteo, schraal en kaal als we worden meegenomen naar de opvang voor onaangepasten waar Rosario verblijft. In Calabrië is dat anders. Losser is de stijl van filmen daar, kleuriger, beweeglijker. Harder. Daar blinkt de zee, daar verblindt de zon. Daar ligt hun oorsprong. De drie horen er thuis, impliceert Calopresti, daar is niets aan te doen.

Luigi commandeert om zich niet te laten kennen en zijn gevoelens houdt hij weg. Ook voor zijn zoon van wie hij echt houdt, wat we, als we goed opletten, zien aan details als een teleurgestelde blik of die ene korte poging tot omhelzen op oudejaarsavond. Zelfs zijn vriendin kan hij niet toelaten tot zijn ziel, terwijl hij haar, zonder dat dat nader wordt uitgewerkt, zichtbaar toegedaan is. Bij die ziekelijke geslotenheid is zijn uitzinnig enthousiasme bij een voetbalwedstrijd pijnlijk om aan te zien, en des te treuriger zijn verwarring als zoon Matteo dat voetbalgedoe weigert te delen. Namaakgevoel is altijd genant, hier grenst het aan een daad van terreur van de vader.

Matteo en Rosario laten iets van hun masker vallen. Ze beginnen elkaar te vinden in een schuchtere vriendschap. Luigi walst daar overheen. Uit jaloezie? Uit wanbegrip? Wantrouwen? Angst? Het wordt, zoals het meeste in Preferisco il rumore del mare, verder niet verhelderd of uitgelegd. Mimmo Calopresti wil zich niet wijzer voordoen dan hij is. Verklaringen gaan hem te ver. Hij laat zien hoe drie levens zich met elkaar verbinden, hoe ze elkaar beïnvloeden en hoe ze elk op zichzelf terugvallen. De tijdgeest is decor, steeds minder een argument. Het leven is geen puzzel of raadsel, want het leven kent geen oplossing. Het leven ís. En deze film verleidt ons om daar het onze van te denken, terwijl het drietal, dat Calopresti zo nabij brengt, implodeert. Ze zullen elk voor zich hun leven opnieuw moeten beginnen, en voor één keer spreken ze zich uit. Met een gedachte in woorden, veel meer is het niet.

Matteo de zoon tremt het interieur van zijn ouderlijke villa in elkaar. 'Ongelooflijk hoeveel nutteloze troep er hier is, mijzelf inbegrepen', zegt hij.

'Ik heb alles verkeerd gedaan en ik begrijp niet hoe', zegt Luigi de vader.

En Rosario zegt: 'Ik heb liever het geruis van de zee.'

Daar zit hij, in de kiezels aan het strand. Hij leest. Pesterige jongetjes gooien zijn boek in het water. Hij vist het op, zwaait naar de jongens, en gaat weer zitten lezen, verguld door het licht dat de branding weerkaatst. Alleen, maar beslist niet zo eenzaam als Matteo en Luigi in de scènes ervoor.

Zo onbestemd blijft het, in deze film. Zo reëel.

Volgende maand: Teresa Venerdí (1941) van Vittorio de Sica.

De dvd is verkrijgbaar voor € 17,95. Wanneer u zich abonneert op de gehele serie, dan koopt u deze dvd voor € 12,95. Voor meer informatie zie de advertentie op pagina 60 of bestel via de webwinkel: www.nrc.nl/extra.