BRITSE KIDS

Van alle Europese kinderen zijn de Britse er het beroerdst aan toe, bleek onlangs uit een rapport van UNICEF. Kinderarmoede leidt tot alcoholisme en wangedrag in arme wijken. Om dat te bestrijden heeft de regering-Blair een 'respect-agenda' ingesteld. Zo is er de asbo, de anti social behaviour order. Met 500 dwangbevelen in vijf jaar tijd is Manchester de 'asbo-hoofdstad' van het land.

Op de markt in Manchester-Gorton zou Jeroen Bosch zich prima thuisvoelen. Hier zie je in één oogopslag hoe armoede mensen vervormt tot verpapte, uitgezakte wezens, die de hoop op een beter bestaan al lang hebben opgegeven. Het aanbod in de marktkramen is goedkoop: veel voorwerpen van plastic, een kraam met huisraad, twee met dvd's en cd's van twijfelachtige herkomst, een bloemenkraam met blauwgespoten spinchrysanten. Over de hele markt hangt de geur van vet: worst, pasteitjes, chips, vis. Twee jonge vrouwen, kind in de wandelwagen naast zich, zitten onder de overkapping van de supermarkt-annex-automatiek achter een kop thee in een plastic beker. De kleintjes in hun wagentjes zuigen op snoepgoed. Als hun moeders lachen, blijken ze tanden te missen.

Een oude vrouw met krulpermanent en een keurige overjas duwt een winkelwagentje als een looprek voor zich uit. 'All right, love?' zegt een vrolijke jonge politie-agente bemoedigend tegen haar. Ze groet angstig en enigszins besmuikt terug. Ze wil de agente wel kennen, maar niet zo dat anderen het zien. Zeker niet dat stel meiden, dat net buiten het gezichtsveld van de agente giechelend en vol bravoure met bierblikjes in de weer is. 'All right, officer!' En de oude dame verdwijnt in de richting van een bakstenen woonwijk. Ze ziet er wankel en kwetsbaar uit.

Zoals in veel grote steden en provincieplaatsen in Engeland vergallen misdaad en angst voor misdaad in deze wijk van Manchester het bestaan van de bewoners. En de daders worden steeds jonger. Engeland heeft, net als Nederland, zijn hangjeugd, zijn hoodies (capuchon-jeugd), zijn mobieltjes-rovers, zijn happy slappers. En op avonden in het weekeinde vooral zijn onmatig dronken feestbeesten die hun agressiviteit uitleven op alles en iedereen die op hun pad komt. In het jargon van politie en justitie heet dit low level crime. Het wordt, strafrechtelijk gezien, op één hoop geschoven met buren pesten, leraren uitschelden, oudere mensen intimideren, muren volspuiten met graffiti of dronken rondhangen in het gemeentepark. Allemaal afzonderlijk is dit niet het type delicten waarvoor de politie grootscheeps uitrukt, ook al zouden omwonenden dat willen. Maar bij elkaar opgeteld maakt dit kleine wangedrag het bestaan van velen ondragelijk. Dat geldt ook voor Gorton. 'Ze moesten ze vergassen!', riep een buurtbewoner in Gorton op een bijeenkomst over loslopende kinderen in zijn straat. 'Het is tuig! Nergens goed voor!'

Premier Tony Blair is deze 'fatsoenlijke meerderheid' te hulp geschoten met de erkenning dat de 'traditionele justitiële aanpak' hier niet helpt. De Britse regering heeft het er moeilijk mee: volgens een unicef-rapport van afgelopen februari zijn kinderen in Groot-Brittannië er beroerder aan toe dan in welk ander Europees land ook. Volgens cijfers van de regering uit maart 2007 groeien 2,8 miljoen Britse kinderen in armoede op. Ze groeien materieel en sociaal vaak vrijwel kansloos op. Maar dat is geen rechtvaardiging voor wangedrag. De overheid wil daarom juist extra recht doen aan de respectabele buurtbewoners die hun kinderen in een achterstandswijk als Gorton nog wél min of meer als rechtschapen burgers in de maatschappij afleveren.

De regering-Blair heeft daartoe een 'respect-agenda' opgesteld. Bij aanhoudend asociaal gedrag, van ouders of kinderen, grijpt de overheid hard in. Een serie maatregelen geeft lokale autoriteiten verregaande bevoegdheden burgers die overlast veroorzaken te dwingen zich te gedragen. Wie niet horen wil moet voelen: dat geldt voor de ouders die hun kinderen niet opvoeden, maar ook voor tieners die hun voetbal onophoudelijk tegen de muur van het buurhuis laten kaatsen. Het wapen heet asbo, de anti social behaviour order, en het gaat verder dan in welk ander land ook. Asbo is een verbodsbevel dat per geval is toegesneden op de aard van de overtreding: tieners-in-overtreding mogen een aantal uren per dag niet op straat komen, voetballende jeugd krijgt een buurtverbod, een hoodie mag zijn hoofd niet langer bedekken, sommigen mogen de supermarkt of de off licence (drankwinkel) niet meer in, voor anderen zijn het park of de brug no go areas. En ouders kunnen in laatste instantie tot heropvoeding in een opvanghuis worden gedwongen, waar een team van maatschappelijk werkers erop toeziet dat ze op tijd opstaan, hun kinderen op tijd naar school sturen, eten voor ze koken en boodschappen doen.

Manchester, de derde stad van Engeland, is koploper. Met bijna 500 dwangbevelen in vijf jaar tijd is het de 'asbo-hoofdstad' van het land, en Gorton kan met recht de 'asbo-wijk' worden genoemd. In het magnifieke Victoriaanse stadhuis dat herinnert aan Manchesters glorieuze industriële verleden, pocht een wethouder over de economische opleving die de stad de laatste jaren doormaakt. 'Tweeëntwintig bouwputten, alleen al in het centrum!' - plus een immens nieuw winkelcentrum, gebouwd na een bomaanslag van de ira in 1996. Mét de komst van warenhuizen als Harvey Nichols en Selfridges maakt dat Manchester tot het mini-Londen van de Midlands. Aan de wijk Gorton, een verzameling uitgewoonde Coronation Streets aan de oostkant van de stad, is die economische boom zichtbaar voorbij gegaan. Een rij mottige gevels aan de doorgaande weg - een supermarkt-annex-fast-food-annex-drankwinkel, een paar tapijtwinkels en tweedehands meubelzaken - camoufleert de armelijke dagmarkt, die na de middag verandert in de plek waar schoolkinderen hun alcohol consumeren. Op het enige stukje gemeentegroen aan de overkant van de weg staan een nieuw bureau huisvesting, een bibliotheek en een politiebureau, alle met een extra beveiligde ingang en zwaar versterkt met metalen luiken en prikkeldraad langs de dakrand. Tussen Gorton en het centrum van de stad, tien minuten met de bus, is een wereld van verschil. De have's en have not's leven vrijwel op elkaars lip. Is dit het resultaat van het bewonderde Angelsaksische economische model?

Treurig allegaartje

Het is zeven uur in de avond. De voorkant van bureau huisvesting is hermetisch verzegeld, maar de metalen achterdeur staat half open.

In een donkere ruimte daarachter - een soort garage met aangrenzend keukentje - staan een pingpongtafel, een biljart en een rommelige verzameling banken en stoelen. Op een tafeltje in de hoek staat een computer met playstation. Aan de muur hangt een televisie. Dit treurige allegaartje is de thuishaven voor tientallen kinderen uit Gorton. Voor Reece van acht, die onlangs trots de wond in zijn arm liet zien, gevolg van een kogel die erlangs was geschampt; voor Jean Paul van vijftien, die genoeg geld heeft om aan de overkant van de straat de duurste take away kebab te gaan kopen, maar die altijd dezelfde kleren aanheeft en vreselijk stinkt volgens de andere kinderen; voor Hayley en Rachel van dertien, dikke vriendinnen die zich op de verlaten marktplaats of onder de brug over het kanaal vrijwel dagelijks laveloos drinken aan de wodka die Hayley's grootmoeder voor haar koopt; voor Aidan, een joyrider van elf, die alleen maar wil weten of wij in Nederland ook motobikes (miniatuur-motorfietsjes) hebben en of je daar bij ons mee op straat mag rijden; en tot slot voor de naamloze kinderen die in en uit lopen, het keukentje gebruiken om water te koken voor thee met veel melk of voor een pot noodle, die half-opgegeten op een tafel blijft staan tot een ander kind met honger de rest opeet.

Dit honk huisvest het crime and disorder project On the Streets, een vrijwilligers-initiatief van twee ambtenaren van het huisvestingsbureau van de gemeente. Pat Stewart is in de wijk geboren en getogen, een hooggehakt no nonsense-type met een groot hart en een grote mond. Haar rechterhand is Rob Burnley, een buurtwachter die namens the housing een aantal jaren geleden de opdracht kreeg om op zijn patrouilles door de buurt groepen kinderen te verspreiden of te verplaatsen. The housing en the social (de sociale dienst) zijn hier het gezicht van de gemeente, want die diensten bepalen het leven van de meeste inwoners.

'Verspreiden waarheen?', zegt Burnley. Hij herinnert zich de kinderen die hij 's avonds laat in het park tegenkwam, zoals een jongetje van zeven dat een slaapplaats zocht. Hij bracht kinderen naar huis, waar geen ouder viel te bekennen of waar de moeder - dronken, gedrogeerd of anderzins niet beschikbaar - the fucking little bastard liever kwijt dan rijk was.

In het jargon van de schandaalpers worden deze kinderen meestal feral genoemd: verwilderd en ontembaar. In de onooglijke behuizing van Pat en Rob zoeken dezelfde kinderen bij voorkeur de lege frisdrankflessen met zuigtuit uit de prullebak en drinken daaruit warme thee met melk. Tea en toast: meer materiële voordelen heeft het project niet te bieden. Kinderen die over de schreef gaan - die wapens bij zich hebben, dronken zijn, drugs gebruiken, andere kinderen intimideren - mogen niet binnenkomen tot ze hun gedrag hebben gewijzigd. Wie in zijn taalgebruik over de schreef gaat wordt tot de orde geroepen, vaak door de rest van de groep.

'You fucking knob!', roept Aidan tegen een wat oudere jongen. 'Language !' roept een stel kinderen met Pat in koor.

De eerste keer dat ik Pat Stewart ontmoette, was ze druk aan het bellen met de politie over een paar kinderen die op het punt hadden gestaan een losgerukte buspaal van het spoorwegviaduct op de sneltrein uit Londen te gooien. Een warden had een treinramp nog net weten te voorkomen. 'Deze kinderen hebben geen idee van oorzaak en gevolg', zei ze toen. 'Ze denken dat zoiets net zo gaat als in een tekenfilmpje: een enorme klap en dan staat iedereen weer op.'

Vandaag is er een televisieploeg van de bbc op bezoek, de zoveelste die hier opnamen komt maken over antisociaal gedrag en de bestrijding daarvan. Manchesters gemeentebestuur koketteert graag met het project en stuurt ook regelmatig parlementariërs langs die On the Streets de hemel inprijzen. De bbc-verslaggeefster is dan ook ontzet als ze hoort dat het project elk jaar opnieuw moet vechten om subsidie te krijgen. En dat terwijl de regering speciale fondsen ter beschikking heeft gesteld om de respect-agenda te laten uitvoeren. Pat Stewart ensceneert voor de gelegenheid een groepsdicussie over de vraag : wat is respect? 'Als ze hier voor het eerst komen hebben deze kinderen geen idee wat het woord betekent', zegt Pat. 'Respect? Dat is een totaal vreemd begrip voor ze. Hoe zouden ze dat ook moeten hebben leren?'

'Wat is respect, Reece?' Het jongetje met het kogelspoor in zijn arm denkt even na.

Hij balt zijn vuist en slaat die tegen een denkbeeldige andere vuist: 'Als iemand dat tegen je doet en zegt safe!, betekent dat dat hij je vriend is en je gaat beschermen.'

De kinderen beschouwen Pat en Rob als vrienden. Ze stellen grenzen, maar ze beschermen ze ook. Als er een probleem is met school, met de ouders, met andere kinderen, komen zij op voor de kinderen. Zo vormen ze een soort alternatieve familie en een aanspreekpunt voor al die machteloze andere instanties, van politie tot onderwijsautoriteiten. Beter vijf keer per week 's avonds een alternatieve familie, dan vluchten in tiener-moederschap, omdat je zo graag 'iets van jezelf' wilt hebben. Beter pingpongen of biljarten bij On the Streets dan veiligheid zoeken bij een straatbende. Want ook al ontkent de politie dat, gangs komen in de straatcultuur steeds meer voor. Dat geldt ook voor Gorton, en niet alleen meer bij West-Indiërs, zoals de traditie wil, maar ook bij de kinderen uit de inheemse arbeidersgezinnen. Die families hebben geen werk meer sinds de teloorgang van de textiel-, de metaal- en andere industrieën, die Manchester ooit groot maakten. Werkloosheid, alcohol, drugs, algehele verloedering, dat is de keerzijde van de welvaart waarin grote delen van Groot-Brittannië zich koesteren. En kinderen zijn daarvan het grootste slachtoffer.

Schandvlek

Toen de Labour partij in 1997 aan de macht kwam, trof ze een erfenis van de Conservatieven van Thatcher en Major aan waarin child poverty was verdubbeld. Tony Blair beloofde alles op alles te zullen zetten om de schandvlek van miljoenen kinderen, die leefden in een gezin waar het inkomen minder is dan 60 procent van het gemiddelde, in 2010 gehalveerd, en in 2020 uitgebannen te hebben. Sindsdien heeft de regering geprobeerd gezinsinkomens te verhogen door een aantal belastingmaatregelen en aanvullende sociale subsidies. Ze liet zich daarbij leiden door de gedachte dat werkende ouders de beste garantie bieden voor verheffing uit de ellende. Toch heeft ze haar eigen doel - vóór 2005 1 miljoen kinderen boven de armoedegrens trekken - maar voor de helft gehaald. Uit de laatste cijfers blijkt de kinderarmoede in 2005-2006 zelfs met 100.000 kinderen te zijn gestegen. 'Een morele schande', noemt Barnado's, een van de grootste Britse kinderbeschermingsinstellingen, het. Uit onderzoek van de Universiteit van Bristol blijkt dat 3 miljoen Britse volwassenen en 400.000 kinderen niet eens behoorlijk of voldoende te eten krijgen. Volgens cijfers van de overheid leeft 1,1 miljoen kinderen in gezinnen waar het inkomen zelfs minder is dan 40 procent van het gemiddelde: extreme armoede. Om te begrijpen wat het betekent om officieel een arm kind te zijn, kijken de statistici niet alleen naar inkomen van het huishouden, maar leggen ze ook een aantal andere maatstaven aan, zoals het bezit van een fiets, de mogelijkheid om een keer per maand te gaan zwemmen of de financiele ruimte om eens in de veertien dagen een vriendje mee naar huis te nemen dat mag blijven eten. Meer dan één op de vier kinderen leeft in armoede en Gorton behoort tot de landelijke topvijf van armste wijken. Neera Sharma, beleidsmedewerkster bij de kinderbeschermingsorganisatie Barnardo's, legt uit wat dat betekent: 'De belangrijkste factoren die ertoe leiden dat kinderen zich niet kunnen losmaken uit die cirkel van armoede zijn: schoolverzuim, uithuisplaatsing, bekend staan bij de politie, drugsmisbruik, tienermoeder worden en tussen de 16 en 18 jaar geen onderwijs, opleiding of training krijgen.'

'Arm?', zegt Pat Stewart, als we het over haar kinderen hebben. 'Het is maar hoe je het bekijkt. Ze zijn arm in de zin dat het geld bij de meesten thuis opgaat aan e's (ecstasy-tabletten) of aan drank. Ze zijn arm in sociale vaardigheden, ze wonen in een huis waar het één grote rotzooi is, waar geen stoel heel is. Ze zijn arm in quality of life, in wat ze niet weten of kunnen: koken, schoonmaken, weten wat fruit is. Wij maken hier op de kookles bijvoorbeeld soep met ze. Dan zijn ze verbijsterd dat je dat zélf kunt doen. Soep komt uit een blik en kip is iets wat je gefrituurd en in deeg gewikkeld koopt bij Kentucky Fried Chicken.

De meesten leven thuis op thee en geroosterd brood, tea en toast. En in elk huis staat gegarandeerd booze in de kast.'

'Arm?', zegt ook Lee Berry, een politieman en jeugdwerker die kinderen op het rechte pad probeert te houden met een mengeling van beloning (een paar uur op de karting-baan, een bon voor McDonald's) en ontzegging. 'Ja, arm in affectie, door geweld thuis, door alcoholmisbruik. Deze kinderen zijn arm omdat ze niet kunnen lezen of schrijven. Asbo's , dat werkt misschien bij oudere kinderen, maar veel overlast komt van kinderen die jonger zijn dan 10 jaar. Ze voetballen waar het niet mag, smijten flessen kapot, kladden alles vol, schreeuwen, schelden. En wil je dat tot aanvaardbare proporties terugbrengen dan is de familie de grootste barrière om te overwinnen: asbo's, boetes en straffen hebben zeker effect, maar als je niet bij die gezinnen thuis begint, dan komt het nooit goed.'

Elke avond, zegt Berry, rukt de politie uit om dronken en daardoor gewelddadige kinderen van de straat te halen. Dat geldt niet alleen voor Gorton, maar voor heel Manchester en verder: 'En ze worden steeds jonger. Ze zijn geen vijftien tot achttien meer, maar tien tot twaalf jaar. Politici praten nu steeds over de effecten van drugs, maar ik voorspel dat de National Health Service te maken krijgt met een alcoholcrisis. Er is nu al sprake van een toename van bijna 70 procent in ziekten die met alcohol te maken hebben. En het aantal seksueel overdraagbare ziekten neemt enorm toe. Dat komt allemaal door de drank. Je ziet steeds meer laveloze kinderen, die steeds meer drinken. Wodka, alcopops, cider - het is overal in grote hoeveelheden te krijgen. Ik voorspel dat we over 10 jaar de eerste leverziekten bij deze kinderen zullen constateren.'

Drankgebruik

Later die week, in de keet van On the Streets, zit Rachel (15) het haar van Catherine te doen met een warmte-ijzer. Pat praat met ze over hun drankgebruik. Rachel is net na drie maanden weer terug op school. Ze had geen zin meer, maar Pat en Rob hebben net zo lang geduwd en getrokken tot ze - 'oh all right then!' - weer is terug gegaan. Ze heeft een vaag plan om vroedvrouw te worden. Catherine houdt het op een carrière als danslerares. Beiden gaan, soms wel, soms niet, naar de plaatselijke comprehensive school Cedar Mount, die in de volksmond 'Cedar can't Count' wordt genoemd. Net als alle tieners willen Rachel en Catherine lol hebben. Hoe? Een fles wodka per dag en nóóit een kater. Onder de brug in het park komen ze niet meer, sinds een perv - alle homo's zijn viezeriken - hen daar betrapte. Catherines moeder en vader zijn relatief well off, want ze werken allebei voor een gemeentelijke dienst. Als ze haar ouders lief aankijkt, krijgt ze veel geld. En Rachel heeft een grootmoeder die vindt dat haar moeder te streng voor haar is en dus koopt zij voor haar kleinkind de Baileys of de Archers die Rachel zo lekker vindt.

'Wat wij willen', zegt gemeenteraads-voorzitter Jim Battle, 'is onze law abiding burgers hun stad teruggeven en ons tegelijkertijd bekommeren om diegenen die arm zijn in wat ze voor zichzelf durven hopen. Wie geen respect heeft voor zichzelf, heeft het ook niet voor anderen. Dáár draait het om.'

De asbo-aanpak blijkt succes te hebben: in 60 procent van de gevallen verdween het ongewenste gedrag. De gemeentelijke dienst burengeschillen heeft zelfs een succes-score van 80 procent dankzij interventie in een vroeg stadium. Het burenoverlastteam heeft bijna 6000 huurders van gemeentewoningen vervolgd voor antisociaal gedrag. Ook de intensieve heropvoeding van falende ouders - elke keer per vijf gezinnen tegelijk in een wooncomplex dat in de pers regulier als de sin bin wordt omschreven - helpt. Volgens Battle zijn de ouders 'ons dankbaar omdat ze hun eigen leven weer op de rails krijgen'. Hij vertelt hoe zijn gemoed vol schoot toen hij zag hoe een moeder geleerd werd dat ze haar kind voor het slapengaan moest voorlezen. 'Niemand had háár ooit voorgelezen. Hoe moest ze dat weten?' Outreach-werkers bekommeren zich om 120 gezinnen in hun eigen huis: ondersteunend en corrigerend, en als dat niet wil dwingend. Parenting orders, kinderbeschermingsmaatregelen, en soms een asbo, vormen de stok achter de deur.

'Onze bewoners zijn onze kracht', zegt Battle. 'Van hen moeten we het hebben. Het is een schande om hele groepen te laten verkommeren. Dat is niet alleen onwenselijk vanuit sociaal oogpunt, maar ook - en daar kom ik rustig voor uit - een economische ramp.'

Hieke Jippes is journalist in Groot-Brittannië.

Otto Snoek is fotograaf.

[streamers] Bij aanhoudend asociaal gedrag van kinderen grijpt de overheid hard in.

Is dit het resultaat van het bewonderde Angelsaksische economische model?

Vierhonderdduizend Britse kinderen krijgen niet voldoende te eten.

'Je ziet steeds meer laveloze kinderen, die steeds meer drinken, wodka, alcopops, cider.'