Bekeerde werelden 2

In het boeiende artikel `Bekeerde werelden` (W&O 14 april) komt de kerstening van Europa ter sprake. Zo ook de kerstening van de Germanen. De deus Romanorum, de god van Romeinen, was zo`n machtige god, daar konden de goden van de Germanen niet tegenop. Vandaar hun bekering.

Maar dit verhaal heeft een vervolg, dat in dit verband ook wel genoemd mag worden: de Reformatie. Toen Noord Europa in economische en militaire macht aanzienlijk was toegenomen, brak het Europese christendom in twee stukken. De breuklijn volgt tamelijk precies de grens tussen het Romeinse Rijk en de Germaanse stammensamenlevingen. In feite gaat het om de breuk tussen de Celto-Romaanse en de Germaanse cultuur.

De structuur van de katholieke kerk is gebaseerd op het bijbelwoord dat Petrus de sleutel van het koninkrijk Gods heeft ontvangen, wat in de praktijk neerkomt op de acceptatie van de Romeinse hiërarchie met de paus als pontifex maximus, de oorspronkelijke titel van de Romeinse hogepriester, aan het hoofd. De structuur van de protestantse kerken is gebaseerd op de verbondstheologie, waarmee ze zich identificeerden met de oudtestamentische stammenstructuur van Israël.

In de discussie over de katholieke mis en het protestantse avondmaal komt het verschil tussen de Keltische en de Germaanse natuurfilosofie weer duidelijk naar voren. De druïden werden in staat geacht om bovennatuurlijke energie met natuurlijk materiaal te mengen. Zo kan een priester, en ook alleen maar een gewijde priester, met zijn machtswoord brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus.

Het is een soort sacrale homeopathie en het zal dan ook niet verbazen dat de homeopathie in het Keltische Europa veel populairder is dan in het Germaanse Europa. De Germanen vonden dat de mensen niet moesten denken dat ze werkelijk invloed op de natuur konden uitoefenen. Brood en wijn bleven brood en wijn; ze symboliseerden hooguit het lichaam en het bloed van Christus.

De druïden daarentegen gebruikten onbegrijpelijke en onverstaanbare formules en ze straalden de onontkoombare suggestie uit dat ze een magische ingang zouden weten te vinden in de bovennatuurlijke loop der gebeurtenissen en over de middelen beschikten om de geheime krachten van de natuur te manipuleren.

De Reformatie daarentegen schafte de Latijnse toverspreuken af en voerde de volkstaal in. De Katholieke geestelijkheid vormde in navolging van de druïden een aparte kaste van celibataire heilige mannen. De protestantse dominee vertrouwde, in navolging van de Germaanse priester, de maatschappelijke behartiging van het religieuze gezag toe aan de wereldlijke autoriteiten en hij beperkte zich tot het zuiver religieuze vlak, te weten het ritueel en het intellectuele discours.

Ook al is er sinds de zeventiende eeuw heel wat veranderd bij de protestanten en katholieken en hebben ze inmiddels wel het een en ander van elkaar overgenomen, de principiële verschillen in organisatiestructuur, sacramentele rituelen en positie van de geestelijkheid zijn onveranderd dezelfde gebleven.