Bekeerde werelden

De antropoloog Joel Robbins (`Bekeerde werelden`, W&O 14 april) blaast nieuw leven in het al een paar eeuwen oude debat over de kerstening van Europa door steun te geven aan discontinuïteit. Wat heeft er nu plaatsgevonden, een gewelddadige en schoksgewijze culturele omslag of niet?

De tegenreacties die Robbins oproept, leggen sterk de nadruk op continuïteit. Graag plaats ik een voetnoot bij het laatste. Zo bestaat de tendens bij het continuïteitsdenken om getuigenissen van gewelddadige gebeurtenissen te verzachten of te negeren, aldus de Tsjechische historicus der vroege Middeleeuwen Frantiek Graus in zijn boek Volk, Herrscher und Heiliger im Reich der Merowinger (1965).

Ik denk dat Graus een punt heeft. Anders dan bij Robbins` Urapmin bestond er vanuit de oude Kerk een niet onbelangrijk streven de heidense cultuur te willen vervangen en uit te roeien. De kerkelijke organisatie, gesticht naar het voorbeeld van de Romeinse imperialistische machtsstructuur, was het niet in eerste instantie te doen om continuïteit te bevorderen bij haar bekeerlingen. Niet voor niets heeft het 2e Vaticaans Concilie daarin het een en ander bijgestuurd.

Vaak wordt het voorgesteld alsof ordelijke navolging van eenmaal gekerstende koningen door onderdanen, of het mentaal overrompelen van heidenen door demonstraties van een sterkere, christelijke god toonaangevend waren voor het gebeurde. Kerstening ging, in het Romeinse Rijk van de vierde eeuw, ook gepaard met keizerlijke edicten die bij terugval in het heidendom (en niet als loos gebaar) met doodstraffen dreigden en, bij de Germanen, met centraal gestuurde politionele beveiliging voor monniken die namens Rome heiligdommen vernietigden.

Verder lieten het omdopen van voorouder- en godennamen in heiligennamen en het wissen en herbeschrijven van heidense - klassieke - teksten op perkamenten zich evenmin op geleidelijkheid voorstaan. Dit in tegenstelling tot het in dit verband maar al te vaak en ook in het artikel aangehaalde Gregoriuscitaat.

Peter Raedts noemt een naamsverandering als hier bedoeld conceptueel een continuïteit”. Als het gaat om de adoptie van een nieuwe god door een cultuur kan ik me daar iets bij voorstellen, dat was gangbaar in die tijd. Bij het uitwissen en vervangen van een bestaande vooroudercultuur in zijn geheel kost me dat meer moeite. Eerder denk ik dat continuïteit bij het bekeringsproces te danken is aan te overwinnen weerstanden bij de bij de doop verplichte afzwering (abrenuntio) van de vooroudercultuur dan met de bedoelingen van de bekerende partij.