Ahold op goede weg met verkoop US Foodservice

Zij die willen weten hoe participatiemaatschappijen beursgenoteerde bedrijven te slim af kunnen zijn, hoeven niet verder te kijken dan US Foodservice.

Clayton Dublier & Rice verdienden als mede-eigenaar van het cateringbedrijf in de jaren negentig een zesvoudig rendement, terwijl Ahold, nadat het bedrijf de Amerikaanse US Foodservice had overgenomen, met een kwalijk geval van indigestie te maken kreeg. US Foodservice levert voeding aan kantines, scholen, ziekenhuizen en gevangenissen.

CDR koopt US Foodservice nu samen met investeerder KKR terug voor 7,1 miljard dollar (5,2 miljard euro), zo werd afgelopen week bekend, in de hoop zijn eerdere trucje nu weer te kunnen herhalen.

Ahold, moederbedrijf van onder andere Albert Heijn, Stop & Shop, Etos en Gall & Gall) heeft hierdoor een nieuwe stap gezet op weg naar de ontmanteling van het hele concern, na op de huid te zijn gezeten door hedgefondsen wegens de onsamenhangende strategie.

De problemen van Ahold met US Foodservice begonnen in het begin van het jaar 2003, toen het detailhandelsconcern onthulde dat de divisie kortingen van leveranciers verkeerd had geboekt. De winst moest met ruwweg 1 miljard dollar worden bijgesteld, en Ahold was nog eens 1,1 miljard dollar kwijt aan de schikking van de rechtszaak die daarop volgde, waarbij de toenmalige topman Cees van der Hoeven sneuvelde.

Zelfs afgezien van het schandaal zou Ahold beter af zijn geweest zonder de divisie. Zij was een vrucht van de slecht doordachte overnamemanie van de jaren negentig, toen detailhandelsconcerns als Ahold, Wal-Mart en Carrefour zich haastten om overnames te doen waar zij later spijt van zouden krijgen.

De verkoop van US Foodservice is het tweede teken dat het concern op de goede weg is, na het vertrek vorige week van de zwakke topman Anders Moberg. Ahold wordt er weer een pure detailhandelsketen door, waarbij ongeveer de helft van de omzet afkomstig is uit de VS, en de rest uit de Europese activiteiten. Met nauwelijks synergieën tussen de twee helften zal Ahold nu onder nog zwaardere druk komen te staan om het concern helemaal op te spitsen. Daardoor zou wel eens 20 procent aan extra waarde kunnen worden vrijgemaakt.

De voornaamste uitdaging voor de nieuwe eigenaren van US Foodservice zal het verbeteren van de marges zijn. CDR slaagde daarin toen het Alliant bezat, dat in 2001 met US Foodservice is gefuseerd. Tel daarbij op dat CDR een soortgelijk bedrijf, Brake Brothers, in handen heeft en CDR lijkt net zo’n goede kans als iedere andere bedrijvenopkoper te maken om hier zijn slagje te slaan.

Arrogantie nekt Paul Wolfowitz en Lord Browne

Lord Browne en Paul Wolfowitz zullen samen misschien wel eens een goed gesprek willen voeren over hun werk en leven.

Ze zijn allebei recentelijk in grote problemen gekomen door een onevenwichtigheid. Browne nam afgelopen dinsdag ontslag als bestuursvoorzitter van de Britse oliemaatschappij BP, nadat hij had toegegeven dat hij onder ede heeft gelogen. Dat deed Browne in een uiteindelijk vruchteloze poging om de weinig flatterende bijzonderheden van een liefdesaffaire voor het publiek verborgen te houden.

Wolfowitz kan binnenkort worden gedwongen om af te treden als president van de Wereldbank, omdat hij zijn geliefde aan een goedbetaalde baan heeft geholpen. In een poging om daaraan te ontsnappen, schreef hij gisteren nog een brief aan het panel van de Wereldbank, waarin hij stelt dat de controverse rond zijn persoon te wijten is aan „ambivalente regels en onduidelijke bestuursmechanismen” bij zijn bank.

Uiteraard verschillen de twee zaken nogal, niet alleen omdat Browne al is vertrokken en Wolfowitz zijn positie nog steeds bekleedt. De overtreding van Browne is ook ernstiger. Iedereen kan een hypocriet zijn, zoals Wolfowitz, die harde woorden sprak over corruptie in ontwikkelingslanden.

Maar het toegeven van meineed is iets heel anders, zeker als het gaat om een topman die wordt geconfronteerd met een rechtszaak in de Verenigde Staten over een fataal ongeluk in een van zijn raffinaderijen.

De twee gevallen hebben ook gemeenschappelijke kenmerken, behalve hun verband met liefdesaffaires. In de eerste plaats waren beide mannen buitengewoon arrogant. Het gesnoef van de BP-topman heeft de rechter waarschijnlijk bijna zo geïrriteerd als zijn leugens.

De zelfverzekerde houding van Wolfowitz maakte hem al berucht toen hij nog onderminister van Defensie was, op welke post hij de Verenigde Staten de oorlog in Irak in hielp trekken.

In de tweede plaats maakten beide mannen te veel vijanden om ongestraft fouten te kunnen maken. Voordat de details over zijn affaire uitlekten, was Browne verwikkeld in een machtsstrijd met zijn president-commissaris, Peter Sutherland, en diverse andere leden van de raad van commissarissen. Wolfowitz had zo’n beetje iedereen binnen en buiten de Wereldbank tegen zich in het harnas gejaagd.

De twee gevallen bieden een les over successen en excessen. Niemand komt aan de top zonder een ruime dosis passie, vertrouwen en zelfs arrogantie. Maar in buitensporige hoeveelheden kunnen deze kwaliteiten ook problemen veroorzaken.

Privé-aangelegenheden waren vroeger nog van een andere orde, maar tegenwoordig gaat die vlieger niet meer op, althans niet voor de rijken en machtigen. Zulke pleziertjes kunnen gevaarlijk zijn, zeker als er vijanden op de loer liggen om ervan te profiteren.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld