Agenten praten met Marty

De Zwitserse parlementariër Dick Marty, die vorige zomer voor de Raad van Europa een alarmerend rapport schreef over illegale CIA-activiteiten in Europa, geeft nooit op. Hij werd blind geboren, ging pas op zijn zesde zien en heeft nu, 56 jaar later, fotografie als hobby.

Toen veel Europese regeringen in 2005 weigerden zijn vragen over CIA-detentiecentra en -vluchten te beantwoorden, begon Marty doodkalm zelf gevallen aan de hand van vluchtgegevens en anonieme bronnen te reconstrueren. Het duurde even, maar de viertalige oud-procureur-generaal uit het kanton Ticino toonde vervolgens wel aan dat de wet in sommige Europese landen wordt geschonden in de ‘War on Terror’, en dat regeringen weigeren daar openheid over te geven.

Nu legt Marty de laatste hand aan een een vervolgrapport dat op 8 juni in Parijs verschijnt. Daarvoor, vertelde hij gisteren aan de Zwitserse krant La Liberté, heeft hij eindelijk CIA-agenten gesproken. „Ze hebben met me gepraat omdat ze het walgelijk vinden wat er gebeurt.”

Vorig jaar beschreef Marty hoe zij onder schuilnamen in Europa terreurverdachten afvoerden naar landen waar gemarteld wordt. Die beschrijvingen kwamen niet van CIA-agenten zelf. Dat ze nu wèl praten, „zet onze eis kracht bij dat landen de waarheid gaan spreken over deze zaak”. Wat ze voor nieuws vertellen en om welke landen het gaat, wil Marty nog niet zeggen. Hij publiceerde laatst een rapport over 362 mensen die op een zwarte terreurlijst van de VN-Veiligheidsraad staan, zonder dat ze in beroep kunnen. Het aantonen van de erosie van fundamentele rechten en vrijheden, vindt hij, „gaat stapje voor stapje.”