Afvalligen

Zeg het maar, Sal.

„Nou moet je eens even goed luisteren naar deze Marokkaan. Ik ga jou even een groot geheim verklappen. Spits je Nederlandse oortjes en huiver. Als iemand ons bekritiseert, gaan we juist het tegenovergestelde doen. Wil je dat moslima’s allemaal hun hoofddoek afdoen, dan doen ze hem juist om. Wil je dat we niet meer in een middeleeuws boek geloven, dan gaan we juist op de letter af. En weet je waarom? Dit doen we lekker om types als jou te narren. Dat vinden we heerlijk!’’

Sal is Salahedine, van het televisieduo Ab en Sal – een soort jongens van Halal, maar dan met humor. Voor de NPS-televisie maakten ze dit voorjaar een zevendelige serie waarin zij, jonge orthodoxe moslims, zich op de hete hangijzers van de integratie storten. „Om hun motivatie voor integratie te tonen, besluiten Ab & Sal dingen te doen, waar geen normale Marokkaan zich ooit aan zou wagen.’’

Nou ja, hete hangijzers: je zag Ab en Sal in een Nederlands bejaardentehuis en bij een hondentraining van Martin Gaus. De meiden van Halal gingen tenminste nog naar de Gay Parade, waar ze tot grote ontzetting van dat eeuwig waakzame, nogal vage orgaan dat de ‘Marokkaanse gemeenschap’ wordt genoemd, een homo een hand gaven. De jongens Ab en Sal zijn wat ik maar ironisch orthodox zal noemen, een beetje blazen over goddeloze Nederlanders die hun ouders in tehuizen wegstoppen of een Marokkaanse voetballer die het gewaagd heeft voor het Nederlands elftal uit te komen tegen Marokko, een beetje gespeeld afgeven op vieze Hollanders die hun gezicht laten likken door hun hond – maar uiteindelijk toch gezellig bij Rita Verdonk op schoot gaan zitten. Bij Ab en Sal dient al die ironie vooral om innerlijke verwarring toe te dekken. Het citaat van Sal hierboven zegt al genoeg: de denigrerende sjablonen van Hirsi Ali, Wilders en de stoet zelfbenoemde Hollandse islamcritici roepen als vanzelf recalcitrantie bij deze Marokkanen op – zoveel dat ze aan hun eigen problemen niet meer toekomen. Dan hoor je jezelf, zoals een Marokkaans-Nederlandse intellectueel eens tegen me zei, op felle toon dingen in het openbaar verdedigen die je thuis aan de keukentafel stevig bekritiseert.

Recalcitrantie hoort bij emancipatie – is er in de hele geschiedenis van de mensheid één minderheid geëmancipeerd zonder een gepimpt gevoel van eigenwaarde en zonder opgepompte claims van morele superioriteit? Homo’s claimden jarenlang directe afstamming van artistieke genieën als Michelangelo en Leonardo da Vinci, zwarten wisten een tijdlang zeker dat hun voorouders behalve slaven ook farao’s waren geweest, die aan het begin van alle beschavingen op aarde hadden gestaan en en passant de algebra hadden uitgevonden. Ook nu nog schijnen er vrouwen rond te lopen die ervan overtuigd zijn dat er nooit meer oorlog komt wanneer zij eenmaal door het glazen plafond breken.

NPS-programma’s als dat van Ab en Sal zijn bedoeld om dat gevoel van eigenwaarde bij jonge moslims te stimuleren. En de autochtone kijker krijgt er ook een goed gevoel van: hij ziet voortdurend bewijzen dat het allemaal wel meevalt met die radicalisering. Aardige jongens zijn het! Want van de bozige orthodoxie van Ab en Sal blijft in de praktijk maar weinig over: de Hollandse werkelijkheid dwingt hen voortdurend water in de wijn te doen. Ze maken nu eenmaal deel uit van een samenleving waarin weinig mensen een punt maken van honden en homo’s, zodat hun religieuze smetvrees snel potsierlijke trekjes krijgt. Hun nostalgie voor hun verzonnen vaderland, Marokko, wordt ook voortdurend gecorrigeerd. In een aflevering verweten ze Dries Bousatta dat hij niet voor het Marokkaans elftal was uitgekomen – tot Dries hun vertelde hoe het in Marokkaanse elftal toeging.

Met al hun spot en zelfspot zijn Ab en Sal zijn dus gewoon Nederlanders, ook al willen ze dat niet zijn en ook al zijn er steeds meer Nederlanders die niet willen dát ze dat zijn. Dat is het onuitgesproken probleem: Ab en Sal benaderen Nederlanders goedmoedig, maar benadrukken ook dat ze wezenlijk anders zijn; ze horen er niet bij. Dat is in toenemende mate ook de houding van autochtone Nederlanders: om erbij te horen moeten de immigrant en zijn nageslacht zich volledig aanpassen aan ons zelfbeeld.

Dan krijg je dit: dezelfde tot in de puntjes aangepaste Dries Bousatta vertelde hen dat hij zich hier steeds minder thuis voelde, dat zijn vader op weg naar de moskee bespuugd was en uitgemaakt voor extremist; hij fantaseerde over de beteuterde blik op het gezicht van Wilders wanneer alle Marokkanen plotseling en masse zouden vertrekken, de hele samenleving zou ontwricht zijn. Ab en Sal gingen mee in die wanhopige vrolijkheid– maar gingen er niet op in.

Je zou willen dat ze dat wel gedaan hadden, en ook dat ze meteen nog wat echt hete hangijzers zouden hebben aangepakt. Want de afkeer van bevoogding in het citaat van Sal gaat kennelijk niet op voor bevoogding in eigen kring. Nu gingen Ab en Sal gemakkelijk ironisch op bezoek bij Filip de Winter, Verdonk en islamcritici, maar niet bij de Marokkaanse zeloten, niet bij de ‘Marokkaanse gemeenschap’ die ervoor zorgt dat een Marokkaanse acteur zich grote zorgen maakt als hij in een speelfilm een Hollands meisje moet kussen, en ook niet bij een doorgeslagen imam of een ontspoord draaideurgezin.

En ook niet bij Ehsan Jami en Loubna Berrada, oprichters van het Centrale Comité voor Ex-moslims, bedoeld om het taboe op afvalligheid onder moslims te doorbreken. De Volkskrant meldde dat Afshin Ellian en Paul Cliteur al hun steun aan het comité hadden toegezegd. Dat zal oprechte betrokkenheid zijn, maar ik zie het scenario al voor me: de afvalligen krijgen e-mails met bedreigingen, ze zeggen een openbaar optreden af, Hans Jansen mag in Nova vertellen wat de Koran erover zegt, er verschijnen stukken in Opinio en op de opiniepagina van de Volkskrant met de beschuldigende vraag „Waarom de intellectuelen zwijgen’’.

En daarna hoor je er niets meer over. Tot de volgende oprisping.

Het wordt tijd dat die spiraal doorbroken wordt. In het islam- en integratiedebat houden de partijen elkaar gegijzeld. Men is zo bang de vijand in de kaart te spelen dat zelfkritiek als een teken van zwakte of capitulatie wordt gezien.

Ab en Sal – verbaas me.