Weer een nieuw plein

Weet u nog wie Sven-Ingvar Andersson is? De Deense tuinkabouter? Het genie dat het Museumplein in Amsterdam heeft heringericht; of op de schop genomen.

Eerst liep van het Rijksmuseum naar de De Lairessestraat een vierbaans klinkerweg, bijgenaamd de kortste snelweg van Nederland. Achter het Stedelijk had je het Lindenlaantje, aan de kant van de Van Baerlestraat een sculptuur van Pearl Perlmutter, Het Verschijnsel. Aan de zuidzijde van de snelweg nog een sculptuur, een verzameling geheven armen met handen.

Het was geen mooi plein, maar je was eraan gewend, het deugde. Je kon er grote demonstraties houden, tegen de kruisraketten bijvoorbeeld, onder leiding van Mient-Jan Faber die sindsdien heel wat oorlogszuchtiger is geworden. De gedenksteen waarop vermeld stond dat daar een paar betogers hadden gestaan, is verdwenen. Het Verschijnsel staat nu op het Valeriusplein. Waar je eens onder de linden wandelde, is nu een Albert Heijn. Het grootste deel van het plein is bedekt met gras en daaronder is een parkeergarage. Het Stedelijk en het Rijksmuseum zijn nog steeds in de verbouwing. Het eerste gaat in 2009 weer open, het Rijks in 2010. En dan hebben we nog het Van Gogh museum, niet gesloten.

Toen een jaar of zeven geleden het ontwerp van Andersson klaar was en het gras opgekomen, zag het er mooi uit. Maar ik vreesde het ergste.

Niet lang daarna raasde de eerste Koninginnedag eroverheen, daarna nog een nationale feestdag en het jonge gras moest in de intensive care. Zo is het gebleven. De feesten werden groter en duurden langer, het Stedelijk werd helemaal gesloten en het Rijks half. En nu zijn de betrokken autoriteiten tot de ontdekking gekomen dat het hele plein opnieuw op de schop moet. De directeur van het Stedelijk, Gijs van Tuyl wil ‘dat armetierige grasveldje’ weg hebben.

Ik ben het met hem eens. Maar hoe leg je dat aan? Amsterdam is rijk aan pleinen. De Dam is het nationale plein en pretplein als daar de kermis staat, twee keer per jaar. Het Leidseplein is het plein van het theater en de gezelligheid.Het Museumplein had alles om het plein van de grote kunst te worden, met Rembrandt en Van Gogh, de moderne kunst, allemaal in hun eigen onderkomen, en het Concertgebouw. Maar je wist van tevoren met ijzeren zekerheid dat het niets zou worden als daar in deze tijd een groot grasveld zou komen met op de hoek een kruidenier. En verderop af en toe een poffertjeskraam. De laatste koninginnedag heeft het opnieuw bevestigd. Op 1 mei, ’s ochtends vroeg, ben ik er even gaan kijken. Formidabeler rotzooi had ik nog niet gezien.

Over de toekomst van het Museumplein wordt gebrainstormd. Als belangstellende buitenstaander en dagelijks passant veroorloof ik me een suggestie. Het volk heeft pretpleinen nodig, meer dan ooit want de pret wordt steeds reusachtiger en trekt grotere massa’s. Een deel van het volk wil ook in het museum naar kunst kijken. Het bewijs wordt gevormd door de lange rijen die dagelijks voor de ingang van het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum staan. Het is een internationale attractie.

In Amsterdam boffen we: drie musea van wereldfaam en het Concertgebouw om één grote pleinachtige openbare ruimte. Een plein als je verder nergens ter wereld zult vinden.

Nu is er een wet waarvan de geldigheid voortdurend in de praktijk wordt bewezen. Een pretplein en een kunstplein zijn twee volstrekt onverenigbare grootheden. Daarom: verban bij de volgende herinrichting alle pret van het Museumplein. Vervang het gras door een kunstzinnige bestrating. Graaf in het midden nog een flinke vijver met een opzienbarende fontein, als het centrum van daarheen leidende lanen. Zet langs deze lanen vandalisme bestendige sculpturen, en in de vijver een machine van Jean Tinguely. Die kunstzinnige voorwerpen hebben twee functies: ze zijn mooi en ze verhinderen massavorming.

Intussen is ook de nieuwe uitbreiding van het Stedelijk Museum, de omgekeerde badkuip, klaar. Merkwaardig, misschien wel mooi, maar geen attractie voor het pretvolk. Patat- en worstkramen, luidsprekers en podia voor zangers, rappers, enz. zijn streng verboden.

Het klinkt misschien wat ouderwets, maar Rembrandt en Van Gogh zijn nu eenmaal ouderwets. Zo krijg je een mooi plein.