Vroeger, toen we oorlog voerden

We herdenken vandaag allerlei oorlogen, terwijl die in Irak nog bezig is.

Toch hebben we steeds minder redenen om oorlog te voeren, leert de geschiedenis.

Zullen we altijd oorlog blijven voeren? De ontwikkeling van de geschiedenis leert ons volgens mij iets anders. Weliswaar voert de mens al oorlog zo lang we ons kunnen heugen, maar dat wil niet zeggen dat er nooit iets zal veranderen.

De in 1991 overleden Britse politicus Evan Luard verdeelde in zijn fascinerende studie over de oorlog in Europese maatschappijen de geschiedenis van de oorlogvoering in vijf tijdvakken:

dynastieën (1400 – 1559),

godsdiensten (1559 – 1648)

soevereiniteit (1649 – 1789)

nationalisme (1789 – 1917) en

ideologie (vanaf 1917)

In de tijd van de dynastieën, waarin koningen en hertogen regeerden over onzekere leengoederen, was oorlog vaak ‘persoonlijk’ – de zaak van een edelman of ridder, of onafhankelijke bende ontslagen soldaten, niet veel anders dan in het huidige Afrika.

De tijd van de godsdiensten bracht fellere, en ook duurdere oorlogen. Dit was de tijd van de opkomst van het protestantisme en de onvrede met Rome. Godsdienst werd de belangrijkste reden om oorlog te voeren, en godsdienstige minderheden trokken ten strijde tegen de onverdraagzaamheid van hogerhand.

De derde periode, de tijd van de soevereiniteit, was het tijdperk waarin de staten werden opgebouwd. Oorlog ontstond meestal als de koning of de vorsten hun nationale grondgebied wilden uitbreiden of consolideren. In deze tijd verdwenen nagenoeg de oorlogen over het geloof, met hun massale tol aan mensenlevens.

Het aantal oorlogen verminderde in de derde periode, en nam nog verder af in de volgende periode, de tijd van het nationalisme. Ondanks de napoleontische oorlogen en de Eerste Wereldoorlog was Frankrijk in Europa slechts 32 van de 128 jaar verwikkeld in internationale oorlogen. Pruisen was slechts vijf van die jaren in oorlog. Lange perioden, van 1815 tot 1854 en van 1871 tot 1914, bevochten de Europese grootmachten elkaar zelfs in het geheel niet.

Voor aanhangers van de school van het machtsevenwicht werpt dit tijdvak boeiende vragen op. Welke verandering verklaarde het verschil tussen de oorlogsjaren 1854-1871 en de vreedzame decennia daarvoor en daarna? Geen enkele. In die hele periode was er ruwweg een machtsevenwicht tussen de vijf à zes grootmachten. Meestal volstond dit om de vrede te bewaren, maar het was geen garantie. Zelfs de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice veroordeelt de politiek van het ‘machtsevenwicht’ als verouderd en gevaarlijk. „We hebben dit al eerder geprobeerd; dat leidde tot de Eerste Wereldoorlog”, zei ze pas geleden.

Het laatste tijdvak was dat van de ideologie, waarin de Europese landen elkaar bevochten, samen met Japan en de VS – de liberale democratieën, eerst tegen de fascisten en toen tegen de communisten. Sommigen vinden dat we een nieuw tijdperk ingaan van ideologische oorlogvoering – tegen het islamitisch fundamentalisme – en dat dit samenvalt met een nieuwe tijd van nationalisme, waarin de VS elk land proberen te verslaan dat met behulp van massavernietigingswapens een gevaar zou kunnen vormen.

Volgens de gedegen rekenarij van Luard zijn oorlogen dus zeldzamer geworden en is het aantal jaren waarin een gemiddeld land oorlog heeft gevoerd opvallend gedaald. Het internationale instituut voor vredesonderzoek in Stockholm rapporteert dat deze daling nog altijd doorgaat.

Verder zouden de redenen waarom oorlog werd gevoerd ons nu niet meer aanspreken. Zouden wij vechten om onze vorst aan de macht te houden? Zouden we vechten voor onze stam? In elk geval zouden we niet vechten voor onze godsdienst, en het is maar zeer de vraag of we zouden vechten om uitbreiding van ons grondgebied.

Vraagstukken die in het ene tijdperk nog van kapitaal belang leken, doen in een volgend tijdperk niet ter zake. Wat eens met grof geweld werd opgelost, wordt later genegeerd of door stille diplomatie verholpen.

Het aantal oorlogen neemt af, bijvoorbeeld in de derde wereld. Weinig Europeanen zijn geneigd een oorlog te beginnen en in de VS is er nog een krappe meerderheid voor te vinden.

Michael Mandlebaum heeft dit alles in zijn boek The Ideas that Conquered the World tamelijk goed samengevat: „Het grote schaakspel van de internationale politiek is afgelopen, of tenminste opgeschort. Een pion is weer gewoon een pion, geen schildwacht die een koning voor een aanval behoedt.”

Jonathan Power is columnist van de International Herald Tribune. © International Herald Tribune

de vertaling van Powers boek Conundrums of Humanity is onlangs verschenen bij de Nederlandse uitgeverij www.brill.nl