‘Vrienden’ talentvoller dan Max Liebermann

Max Liebermann ‘Tennisspelers aan het strand’ (1901, olieverf op karton, 30 x 45,8 cm.)

Tentoonstelling: Max Liebermann en zijn Nederlandse kunstenaarsvrienden. T/m 17/6 Drents Museum, Brink 1, Assen. www.drentsmuseum.nl. (boek met gelijknamige titel Jan Jaap Heij en Thomas Andratschke (red.) Waanders Uitg. € 24,95.)

Op de tentoonstelling Max Liebermann en zijn Nederlandse kunstenaarsvrienden hangt relatief weinig werk van Liebermann zelf en veel van die Nederlanders. Het Drents Museum kon putten uit de mooie eigen collectie Nederlandse kunst rondom 1900 en leende goede stukken van onder meer het Rijksmuseum en het Dordrechts Museum. Liebermanns werk moest – op één schilderij na – uit Duitsland komen en daar zijn ze niet scheutig met bruiklenen. Zijn beroemdste schilderijen met Nederlandse onderwerpen – drogende lakens op een grasveld in Zweeloo, handwerkende meisjes op de binnenplaats van een Amsterdams weeshuis – bleven in respectievelijk Keulen en Frankfurt. Wel leenden de Duitsers wat geschilderde voorstudies uit en ook een dozijn tekeningen. Er hangt in Assen dus niet alleen weinig, maar ook weinig representatief werk van Liebermann, tegenover veel en goed werk van de Haagse en Amsterdamse School. Je neigt tot vergelijken, want Liebermann en zijn Nederlandse vrienden werden zichtbaar door elkaar beïnvloed, maar je weet hier van tevoren dat Liebermann gaat verliezen. Hij was goed in originele voorstellingen, dat blijkt zelfs uit de studies. Uit een lekkere olieverfschets van een steeg in de Amsterdamse jodenbuurt bijvoorbeeld. Boven hangt wasgoed slap uit de ramen, beneden op straat hangen bergen groenten net zo slap uit de bakken van de marktkooplui. Dezelfde dikke vegen groen worden op tien platbodems door een brede gracht geroeid in het schilderij Groenteveiling te Loosduinen (1907). Mensen die in nette kleren tennissen op het strand: nog zo’n motief waar Nederlandse tijdgenoten niets in zagen, maar Liebermann wel. Zijn zwierige schilderstrant zit de tennissende dames als gegoten.

In veel andere studies stoort die losse toets. Wilde groene streken werken niet als een koolveld en de slierten verf op het strand bij Noordwijk willen maar geen spelende kinderen worden. Liebermanns misplaatste flair doet denken aan het mindere werk van Isaac Israëls, een van de Nederlanders op de tentoonstelling. Toch zitten de kinderen in diens Ezeltje rijden (ca. 1900) nog altijd een stuk steviger in elkaar. Israëls wist bovendien zonlicht te suggereren, en dat brengt ons bij Liebermanns grootste manco: er zit geen licht in zijn schilderijen. Zijn grauwe strandstudies zijn met een beetje goede wil nog te waarderen als impressies van de Hollandse kust bij bewolkt weer, maar die goede wil verdwijnt bij het zien van zijn andere schetsen. Het grijs in de landschappen van Anton Mauve en Jacob Maris werkt als grijs licht, als een vochtige atmosfeer. Liebermanns grijs werkt niet. Dat is grijs zonder meer.

Het is dus eigenlijk maar goed dat het werk van zijn Nederlandse vrienden in het Drents Museum zoveel breder uitgemeten is. Aan Jan Veths portret van Liebermann is meer te beleven dan aan Liebermanns routineus geportretteerde dame met boa en driedubbele achternaam. Jan Toorops Zee bij Katwijk (1887) is zowel een geanimeerd gesprek tussen blauw, wit, paars, geel en groen als een overtuigende suggestie van zonlicht op zeewater en schuimkoppen. In de Drentse landschappen van Julius van de Sande Bakhuyzen is het middaglicht overal, zelfs in de schaduwen.

De kunsthistorische waarde van de tentoonstelling zit hem vooral in de publicatie. Conservator Jan Jaap Heij schreef een informatief stuk over Liebermanns Nederlandse netwerk, waaruit overigens blijkt dat Toorop en Van de Sande Bakhuyzen eerder vage kennissen dan ‘kunstenaarsvrienden’ waren. Renske van der Linde-Beins inventariseerde wat er door Nederlandse critici over Liebermann is geschreven. Ze bespeurt in bijna alle kritieken ‘enige reserve’. „Liebermanns werk heeft in Nederland wel een toenemende waardering, maar nooit onvoorwaardelijke bewondering gekregen.” De huidige presentatie in Assen maakt die bewondering nog steeds niet los.