Tjallings dagboek

Wat vooraf ging: Katja en Tjalling hebben ontdekt wie Sebastiaan heeft ontvoerd. En verder heeft Tjalling eindelijk doorgekregen dat Sebastiaan geen jongen is, zoals hij al die tijd heeft gedacht…

Katja stormde woedend af op Grus Zwaardvis, de ontvoerder van Sebastiaan. Een klein, paars mannetje.

„Ho!” riep ik.

„Wat?!” krijste Katja, afremmend.

Ik begrijp nu nog niet dat ik haar niet op dat moment geslagen heb! Meisjes hoor je niet te slaan, dat weet ik heus wel, maar nu… Het werd me zwart voor mijn ogen.

„Een rat”, zei ik.

„Wat… Wat…”, murmelde Katja.

„Een doodgewone rat”, zei ik.

„Niet doodgewoon!” zei Katja „Dit is mijn vriend!”

„Een doodgewone, witte RAT!” riep ik. „Zoals je ze in de dierenwinkel koopt! We hebben ons leven gewaagd voor een rat! DE ONTVOERDE SEBASTIAAN IS EEN RAT!”

Katja zei niks meer. Ze leek ineen te zijn gedoken.

„Ik ben haast verdronken! Ik ben bijna opgevreten door haaien! Ik ben zowat verbrand! Ik ben mijn bril kwijtgeraakt! En dat alles VOOR EEN RAT!”

Katja zweeg. Ze werd steeds kleiner, leek het.

„Nou nou”, zei op dat moment het paarse mannetje. We keken er allebei van op.

„Je hebt inderdaad dapper volgehouden, dik jongetje”, ging hij verder.

„Volgehouden?!” vroeg ik. „Ik ben niet dik. Ik ben afgevallen.”

Het mannetje knikte.

„Ik heb echt mijn best gedaan. Alles heb ik hier gemaakt! Alles om jullie… In Barbieland was het me bijna gelukt. Jij had eruit gegooid moeten worden natuurlijk. En zij – hij wees naar Katja – had er moeten blijven.”

„Ik…”, zei ik.

„Maar nee! Jij moest zonodig het slimmerikje uithangen! Alles in de brand gezet! Weg mooie wereld! Toen heb ik jullie naar zee gestuurd. Haaien! Ook heel mooi! Waarom heb je haar er niet voor geduwd?!”

„Waarom?” vroeg ik. „Nou… Dat vraag ik me nu ook wel af.”

„Maar je deed het niet! Weer mislukt! Toen heb ik jullie met Furbies bekogeld! Zij houdt van Furbies! Zij is verslaafd aan Furbies! Maar weer niks! Ze heeft er zelfs één in de grond staan trappen! Terwijl ze partij voor ze had moeten kiezen! Maar nee! Jullie bleven samen! Hoe kan dat toch?! Welke idiote kracht houdt jullie bij elkaar?”

„Bwah…”, zei ik.

„Jij was bijna teruggegaan naar je ouders! En toen had je een superheld kunnen worden! Het enige wat je hoefde te doen is blijven waar je zat! Was dat zo moeilijk?! Nee hoor! Jij ging alweer op zoek! Wat is dat toch met jullie? Hebben jullie allebei een magneet ingeslikt of zo?!”

„Waarom heeft u die rat ontvoerd?” vroeg ik.

Het mannetje viel stil. Vlak achter de rand van de afgrond hoorden we vrolijke piepjes. Daar hing dat beest nog steeds te slingeren. Het mannetje keek toe, en er kwam iets vriendelijks in zijn ogen.

„Het is zo’n prachtige rat…”, zei hij. „Gewoon prachtig. Hij is van mij.”

Katja gaf een gil. Ze dook naar het mannetje toe, en klemde hem vast. Nu lagen ze op grond. Ze rolden om en om, worstelend, in de richting van de rand…

Wordt vervolgd.