‘Soms wil je alleen maar alles bekijken’

Voor het eerst sinds bijna een eeuw is er weer een overzichtstentoonstelling van Nederlands porselein. Conservator Ank Trumpie roemt de kwaliteit van de decoraties.

Karin de Mik

Op drie grote witte schermen in de Schoonheidszaal van het Leeuwarder keramiekmuseum Princessehof draaien uitvergrote afbeeldingen van Hollandse porseleinen voorwerpen in het rond. Ze worden weerspiegeld in de grote kasten waar tientallen serviezen, spoelkommen, schalen, vazen, terrines, suiker- en tabakspotten staan uitgestald. Na bijna een eeuw (in 1916 was de laatste) is er weer een overzichtstentoonstelling van het vergeten ‘witte goud’ van Nederland. Onder de titel Pretty Dutch toont het Friese keramiekmuseum het 18de eeuwse Hollandse porselein. Tussen 1759 en 1814 telde ons land vier porseleinfabrieken in Weesp, Loosdrecht, Den Haag en langs de Amstel.

Hollands porselein, het eerste dat in ons land werd gefabriceerd, is ten onrechte lang verborgen gebleven, stelt conservator Ank Trumpie, samensteller van de tentoonstelling. Porselein uit het Duitse Meissen en het Franse Sèvres is veel bekender. Het Nederlandse fabrikaat blinkt vooral uit in de kwalitatief hoogstaande decoraties, waaronder landschappen, vogels, groente, insecten, fruit en diverse historische voorstellingen zoals de overwintering op Nova Zembla. De verfijnde, realistische stijl deed het goed bij de gegoede burgerij, die de serviezen veelal te pronk zette. Zo kon men zijn rijkdom en goede smaak etaleren. Toch konden de Hollandse porseleinfabrieken het hoofd niet boven water houden. De productiekosten en het arbeidsloon waren hoog, de concurrentie was moordend en de serviezen waren voor een beperkt publiek.

Hoe maak je een ietwat oubollig thema als porselein museaal aantrekkelijk was de vraag die Trumpie en medesamensteller Frederic Baas zich stelden. „Door vooral veel porselein te laten zien, kenmerken ervan uit te vergroten en door hedendaagse beeldend kunstenaars bij het thema te betrekken”, lichten beiden toe. Maar ook door spektakel te maken. Vandaar de uitvergrote, bewegende beelden, die vocaal worden begeleid door stemkunstenares Greetje Beima, die speciaal voor de tentoonstelling muziek componeerde.

In een aparte zaal wordt de opkomst en ondergang van het Nederlandse siergoed toegelicht aan de hand van videobeelden en tekstpanelen. Trumpie: „Ik stoor me altijd aan al die uitleg bij objecten. Soms wil je alleen maar kijken.” Dat kan volop in de schoonheidszaal, waar enkele bijzondere voorwerpen opvallen, zoals de cache-pot (bloempot) met geboetseerde zwanen als oren, en de terrine met twee ramskoppen. Zesentwintig hedendaagse keramisten, van wie de meesten de afgelopen jaren exposeerden in het Prinsessehof, werd gevraagd te reflecteren op het Hollandse porselein. Dat levert enkele verrassende objecten op, zoals de porseleinen vloertegels met relief van Babs Haenen, die binnen een jaar de entreehal van het museum moeten bedekken. Rob Birza vervaardigde drie porseleinen staande lampen in een soort cactusvorm. Als contrast op de lieflijke, landschapjes met herders die veel 18de eeuws porselein sieren, vervaardigde de Duitse keramiste Anne Wenzel een porseleinen woud gehavende bomen, waarmee zij de oerkracht van de natuur tot uitdrukking brengt.

Pretty Dutch, 18de eeuws Hollands Porselein. 21ste eeuwse reflecties. T/m 28/10. Princessehof Leeuwarden. Inl www.princessehof.nl