Soete en Djuwa

Vrienden – je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Soete (8)

Mijn tweede naam is Henriëtte, dat is de naam van mijn oma.

Djuwa helpt me vaak heel goed. Bijvoorbeeld als ik een werkje moet maken. Daar heb je dan een lesje voor nodig en als ik dat niet goed snap, legt zij het uit. We zitten op een montessori school. Ik in groep 4 en zij in groep 5, maar wel samen in één klas. Eigenlijk kennen we elkaar vooral van school en zijn we nog niet zo heel erg lang bevriend. Ik heb pas een paar keer bij haar thuis gespeeld.

Ik lees het allerliefst Donald Duckies. Djuwa heeft ook een abonnement. Soms gaan we steppen of fietsen of we spelen Mens erger je niet. We houden allebei van lezen en we zijn allebei best rustig. Vriendschap is dat je elkaar geheimen vertelt en die dan niet doorvertelt. Heel soms maken we ruzie. Dan keert ze zich om en dan pak ik snel haar gum ofzo en als ze zich dan weer omdraait zeg ik: „hé?! waar is die gum nou gebleven”. Maar dat is eigenlijk meer een grapje natuurlijk. Als we echt boos zijn, los ik het altijd zo snel mogelijk op, want ik vind boos zijn helemaal niet leuk. Dan zeg ik snel sorry. Twee weken geleden, toen we op schoolreis waren, hebben we met krijt op de stenen geschreven: wij zijn hartsvriendinnen.

Ik vind haar lief. Ik ben graag bij haar. Dat is het.

Djuwa (8)

Djuwa betekent zon op de Comoren. Dat is een groep kleine eilanden bij Afrika. Mijn vader komt daar vandaan. Ik zie hem bijna nooit, want hij is maar twee maanden per jaar in Nederland. Dan woont hij in Bos en Lommer. De rest van de tijd woont hij op de Comoren. Hij is kunstenaar en hij heeft een schilderij gemaakt voor de president. Op de Comoren heb je geen koningin, maar een president. Deze zomer ga ik ernaartoe.

Tot mijn 5e woonden we met z’n drieën: mamma, pappa en ik. Toen zijn ze gescheiden, want mamma vond dat hij niet goed voor mij kon zorgen. Ze werd verliefd op Hans en daar is ze mee getrouwd. Dus nu heb ik een stiefvader.

Als Soete en ik een probleem hebben, denken we daar gewoon samen over na. Na een week weten we dan meestal wel een oplossing. Als er bijvoorbeeld een jongen verliefd op me is en ik niet op hem, dan denken we erover of ik moet zeggen „wegwezen jij” of dat het misschien beter is om te zeggen „kun je niet alsjeblieft gewoon weggaan”. Ik wil later circusartiest worden. Ik kan al één-wieleren en allemaal andere trucjes, dat heb ik mezelf geleerd. Soms maak ik een bootje van hout en dat laat ik dan wegvaren.

Ik heb best veel problemen. Er zijn heel veel jongens verliefd op mij en ik niet op hen en ik mis mijn vader heel erg. Ik denk soms dat ik meer problemen heb dan Soete. Maar misschien is dat niet waar. Iedereen heeft wel wat, natuurlijk.