‘Schoon leven moet een sport worden’

Als Nederland minder broeikasgas uitstoot zal het effect daarvan in de wereld verwaarloosbaar zijn. Maar Nederland moet wel het goede voorbeeld geven, vindt minister Cramer.

Nederland komt in het vandaag verschenen VN-rapport over mogelijkheden om de klimaatverandering te beperken „niet of nauwelijks aan de orde”, zegt de Nederlandse onderzoeker Bert Metz, onder wiens voorzitterschap de afgelopen week in Bangkok is vergaderd. Als Nederland het bestaande klimaatbeleid wil handhaven en versterken, dan is het effect daarvan mondiaal gezien „verwaarloosbaar”, zeggen wetenschappers van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) die de afgelopen jaren hebben meegewerkt aan het rapport.

Toch hopen ze dat de politiek ook in Nederland hun aanbevelingen serieus neemt. Bijvoorbeeld om andere landen, die het belang en het nut van maatregelen minder inzien maar zelf door hun grootte wel een aanzienlijke bijdrage leveren, te laten zien hoe je klimaatbeleid moet voeren.

Met minister Jacqueline Cramer (Milieu, PvdA) hebben de wetenschapper de politicus die zij wensen. Cramer reageerde vanmorgen bijna gretig op de conclusie van de wetenschappers, dat klimaatverandering weliswaar gestaag voortschrijdt, maar tegen relatief lage kosten gekeerd kan worden. Cramer spreekt van een „enorme uitdaging” en roept heel Nederland op mee te werken. „Mensen moeten het als een sport gaan zien om schoon en zuinig te gaan leven.”

Een kwart van alle Nederlanders zou weleens met overstromingen te maken kunnen krijgen, zegt de minister, maar de grootste gevolgen van de klimaatverandering zullen worden gevoeld in ontwikkelingslanden. „Dat is ook onze verantwoordelijkheid.”

Het kabinet wil in 2020 een reductie met 30 procent van de uitstoot van broeikasgassen hebben bereikt. „Iedereen moet daar een steentje aan bijdragen, wat zeg ik, een kei”, aldus Cramer. De minister werkt nog aan een gedetailleerd plan om dit doel te bereiken, maar gaf vanmorgen alvast een voorproefje. Wat haar betreft is kernenergie, een van de suggesties in het rapport, „geen optie”. De meeste effecten zijn te verwachten van maatregelen voor gebouwen. Nieuwe woningen moeten „veel energieneutraler” worden gebouwd, aldus Cramer, en bestaande woningen moeten nog veel vaker worden voorzien van isolatie, dubbel glas en installaties voor het gebruik van restwarmte.

Ook verwacht de minister veel van windenergie. „Het moet mogelijk zijn om windmolens te bouwen die mooi gevonden worden.” Er komt meer aandacht voor biomassa en de opslag van CO2. En ook het verkeer kan maatregelen verwachten, hoe „lastig” dat ook is omdat er weliswaar prikkels zullen komen voor het fabriceren en kopen van schone en zuinige auto’s, „maar je niet het bestaande wagenpark even van de weg kunt halen”, aldus Cramer. In het algemeen wordt „groen en slim” rijden de norm. De minster wil de fiscale bijtelling voor lease-auto’s differentiëren naar hun klimaatvriendelijkheid. De industrie zal worden gestimuleerd om „innovatief” te zijn. „We richten ons niet op het peloton, maar de voorlopers.”

Niets doen om klimaatverandering te beperken is geen optie, aldus de minister. „Er wordt wel gezegd dat het klimaatbeleid de burger op kosten jaagt. Maar als we niets doen, zijn de kosten over een tijd vijf keer zo hoog.”