Puk is voor geen honderdduizend euro te koop

Op de Haarlemmerdijk in Amsterdam verkochten kinderen hun spullen. Bij de een liep het goed. Bij de ander een stuk minder...

Bosse (9) houdt zijn gezicht strak. Geen spoor van een glimlach te bekennen. Bovenop een bruin met groene pick-uptruck speelt hij elektrische gitaar. Op de grond ervoor ligt zijn zelfgeschreven briefje. Het is een lijstje met nummers die Bosse voor je spelen kan. De prijs is 20 eurocent per lied.

„Eerst stond ik op de grond, maar toen zagen mensen me niet. Toen ben ik hierop gaan staan. Het is net een podium.” Bosse heeft al vijftig euro. Het gaat goed met Bosse.

„Kijk, hij doet tenminste nog zijn best”, merkt een oude dame op.

Anneloes (10), Anneke (7) en Jeroen (8) zitten schuin tegenover Bosse op een kleed. Ze bouwen torentjes van minilego. „We hebben toch niks te doen”, zegt Anneloes. „Mijn vader regelt alles.” Voor hen ligt hun oude speelgoed. „We verkopen eigenlijk niks”, zegt Anneke. De handel wil niet zo.” In het zonnetje ligt ook Puk, een kleine zwarte pup. „Iedereen vraagt steeds hoe duur Puk is”, vertelt Anneloes, zonder op te kijken. „Alsof hij verkocht kan worden. Nou, voor geen honderdduizend!”

Daan (10) en Idris (11) verkopen Sesamkoekjes met rozijnen. Eigenlijk zijn het meer Sesambrokken. Ze liggen in een grote mand. „Ik heb ze gisteravond zelf gebakken”, zegt Daan. „Ze zijn supervers.” Als je een koek koopt laat Idris een kunstje zien. Hij balanceert de bal dan op zijn hoofd. Krijg je er gratis bij.

Daan en Idris lopen door de straat. Dat verkoopt beter. „Hoeveel kosten die koeken?” vraagt iemand. „ZESTIG eurocent? Pfff.” De voorbijganger loopt door.

„We zijn duur, maar ze zijn goed”, lacht Idris. „Het zijn de heerlijkste sesamkoeken die er bestaan.”

Met de winst wil Idris straks een laptop kopen. „Ik zag er een voor tien euro. Hij was wel echt.”

„Tien euro?” vraagt Daan „Je kunt er dan vast niet veel mee.”

Idris denkt na. „Nee, nou ja, er zit dan geen internet op geloof ik.”

Leonore (6) heeft drie ballonnen aan een koordje. Ze houdt ze slapjes in haar hand. Leonore kijkt beteuterd. Haar wangen zijn oranje gekleurd en op haar hoofd draagt zij een gouden kroontje van karton. Ballonnen, 1 euro staat erop. „Ik verkoop deze ballonnen, maar niemand wil ze. Misschien zijn ze te duur.” Maar Leonore kan niet zakken met haar prijs: „Dat komt door mijn kroontje, daar staat toch op wat het kost?”

Even later loopt Daan Le voorbij. Zijn mand is leeg. „Helemaal los!”, zegt hij tevreden. „Alles verkocht!” Volgend jaar gaat Daan Le weer koekjes bakken. Dat weet hij nu al.