Onrust en verwarring over positie bank

Het gisteren door de ondernemingskamer opgelegde verbod om de voorgenomen verkoop van de Amerikaanse ABN-dochter LaSalle uit te voeren heeft voor grote onrust en verwarring gezorgd bij de betrokken partijen. De bank leed een nederlaag toen rechter Huub Willems besloot dat ABN Amro de verkoop van LaSalle moet voorleggen aan aandeelhouders.

Rijkman Groenink blijft aan als bestuursvoorzitter van ABN Amro. De uitspraak van de ondernemingskamer heeft geen invloed op zijn positie, aldus de bank vanmorgen in een reactie. Het beleggingsfonds TCI en beleggersorganisatie VEB hadden om het aftreden van Groenink gevraagd.

Willems stelt dat ABN Amro het contract dat zij sloot met Bank of America voorlopig niet mag nakomen. In dit contract staat dat de verkoop van LaSalle bindend wordt na komende zondag. Tot die tijd hebben andere banken de tijd om een hoger bod uit te brengen op LaSalle dan de 21 miljard dollar die de Amerikanen bieden. Maar als het contract niet mag worden uigevoerd, dan mag ABN Amro ook geen ander bod accepteren in het kader van deze clausule. Belanghebbenden kunnen tot 14 juni een verweerschrift indienen tegen de uitspraak.

De druk op minister Bos (Financiën, PvdA) om iets te doen neemt toe, zo bleek uit diverse reacties. In het televisieprogramma Nova zei oud-PvdA-staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend gisteren dat een minister van Financiën die „voor Nederland staat” het niet zou laten gebeuren dat ABN Amro zou worden opgedeeld. „Er kunnen in Nederland hogere belangen zijn dan die van de aandeelhouder en die zijn nu in het geding. De verkoop van ABN Amro is niet in het belang van Nederland”, zei de partijgenoot van Bos.

Op de Amsterdamse beurs noteerde het aandeel ABN Amro rond het middaguur 0,1 procent lager op 36,58 euro. Fortis, lid van het consortium dat de komende dagen mogelijk met een tegenbod komt op ABN Amro, verloor 1,6 procent op 32,74 euro. Op de beurs in Londen noteerde het aandeel Barclays 743,5 pence, een verlies van 0,1 procent.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het bericht Onrust en verwarring over positie bank (4 mei, pagina 9) staat dat belanghebbenden bij de uitspraak van de ondernemingskamer tot 14 juni een verweerschrift kunnen indienen. De mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift heeft betrekking op één onderdeel van de uitspraak, namelijk het verzoek een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van ABN Amro vanaf 1 januari. Tegen de uitspraak als geheel is cassatie mogelijk bij de Hoge Raad. Dat moet binnen drie maanden.