Niet-epidemische cholera in paling

In Nederland is voor het eerst in twaalf jaar iemand besmet geraakt met een cholerabacterie. Het gaat hierbij echter niet om de diarree die vooral in de negentiende eeuw epidemieën veroorzaakte. Dat meldt het Infectieziekten Bulletin in het gisteren verschenen aprilnummer.

De patiënt is een 72-jarige man die in augustus ziek was geworden nadat hij IJsselmeerpaling had schoongemaakt. Hij kreeg bloedvergiftiging, maar herstelde na een antibioticakuur. Omdat de bacterie Vibrio cholerae zich vermenigvuldigt in brak en zoet oppervlaktewater van boven de 20 °C, denken de betrokken artsen dat er in Nederland door de warme zomers meer van dit soort infecties zullen komen. Op dit moment hoeven artsen besmettingen met de niet-epidemische vorm van cholera niet te melden.

In de afgelopen zomer, die de op twee na warmste was van de afgelopen honderd jaar, zijn ook in Zweden en Polen mensen na het zwemmen ziek geworden van de cholerabacterie. In Nederland raakte de laatste patiënt besmet in 1994, toen de zomer ook uitzonderlijk warm was.

In Frankrijk komen wel elk jaar tussen de vijf en tien besmettingen voor. Ook daar gebeurt dat meestal in de zomer en na het zwemmen in zee of het schoonmaken van vis, schelp- of schaaldieren.

Van deze stammen van de cholerabacterie kunnen patiënten wondinfecties, diarree of bloedvergiftiging krijgen, vooral als ze een zwakke gezondheid hebben. De zeventiger had de buikholtes van zijn palingen met een borstel uitgeboend, omdat hij te slecht zag om een mes te gebruiken. Waarschijnlijk heeft hij zich daarna via zijn handen besmet.

De grote cholera-epidemieën worden ook veroorzaakt door de bacterie Vibrio cholerae, maar slechts door twee stammen die een gifstof produceren en zich gemakkelijk verspreiden via vervuild water. De diarree bij zo’n besmetting is veel ernstiger. In Nederland kwam dat vorig jaar drie keer voor, onder reizigers.

Dr. Harm Menger van de GGD Hollands Noorden, die de gevalsbeschrijving met een collega schreef: „De bacterie weet zich hier kennelijk te vermeerderen. Dat is bijzonder. Maar voorlopig is het niet iets waar we ons heel druk over hoeven te maken.”